Hoofdstuk 1 in eenvoudig Nederlands: Grondrechten
Let op: dit is niet de officiële wettekst
Dit is een versie van de Grondwet in eenvoudig Nederlands, geen officiële wettekst. Taaldeskundigen van BureauTaal hebben de artikelen herschreven in eenvoudig Nederlands, geholpen door staatsrechtdeskundigen (gebaseerd op Karen Heij en Wessel Visser, De Grondwet in eenvoudig Nederlands, SDU Uitgevers, Den Haag 2007).
Inhoud
- Artikel 1: Gelijke behandeling en discriminatieverbod
- Artikel 2: Nederlanderschap; vreemdeling; uitlevering; recht tot verlaten van land
- Artikel 3: Gelijke benoembaarheid
- Artikel 4: Kiesrecht
- Artikel 5: Petitierecht
- Artikel 6: Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
- Artikel 7: Vrijheid van meningsuiting; censuurverbod
- Artikel 8: Vrijheid van vereniging
- Artikel 9: Vrijheid van vergadering en betoging
- Artikel 10: Privacy
- Artikel 11: Onaantastbaarheid lichaam
- Artikel 12: Huisrecht
- Artikel 13: Briefgeheim
- Artikel 14: Onteigening
- Artikel 15: Vrijheidsontneming
- Artikel 16: Geen straf zonder wet; Nulla poena-beginsel
- Artikel 17: Ius de non evocando; Wettelijke toekenning rechter
- Artikel 18: Rechtsbijstand
- Artikel 19: Werkgelegenheid; rechtspositie werknemers; arbeid
- Artikel 20: Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid
- Artikel 21: Milieu
- Artikel 22: Volksgezondheid; woongelegenheid; ontplooiing
- Artikel 23: Het openbaar en bijzonder onderwijs
Artikel 1: Gelijke behandeling en discriminatieverbod
In Nederland behandelen we iedereen op dezelfde manier. Natuurlijk alleen als de situaties hetzelfde zijn of heel veel op elkaar lijken. Discriminatie mag niet.
Artikel 2: Nederlanderschap; vreemdeling; uitlevering; recht tot verlaten van land
- Wie Nederlander is, staat in de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit beslist.
- Ook staat in de wet wie we in Nederland toelaten. En wie we wegsturen. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit doet.
- Het kan zijn dat we mensen sturen naar andere landen als die andere landen dat vragen. Dat uitleveren mag alleen als we dat doen zoals we dat hebben afgesproken in een verdrag.
- Iedereen mag weggaan uit Nederland. Dat betekent dat iedereen recht heeft op een paspoort of ander reisdocument. Dit is alleen zo als er in de wet geen andere regels staan.
Artikel 3: Gelijke benoembaarheid
Iedere Nederlander kan een baan krijgen bij de overheid.
Artikel 4: Kiesrecht
Iedere Nederlander mag deelnemen aan verkiezingen. Hij mag zelf stemmen en hij mag gekozen worden. In de wet kunnen uitzonderingen staan.
Artikel 5: Petitierecht
Iedereen mag iets vragen aan de overheid. Ook mag iedereen klagen bij de overheid.
Artikel 6: Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
In Nederland is iedereen vrij om zijn godsdienst of levensovertuiging te kiezen. En iedereen is vrij om te laten zien wat zijn godsdienst of levensovertuiging is. Dit mag je alleen doen of samen met anderen. Binnen de muren van een gebouw, maar ook daar buiten. Dit laatste mag alleen als je je houdt aan de andere artikelen van de Grondwet en aan andere wetten.
Artikel 7: Vrijheid van meningsuiting; censuurverbod
In Nederland mag je zeggen en schrijven wat je denkt zonder daar eerst toestemming voor te vragen. Maar de rechter kan je achteraf wel straffen, als je iets zegt of schrijft dat niet mag volgens een ander artikel van de Grondwet of een andere wet.
Artikel 8: Vrijheid van vereniging
Iedereen heeft het recht om samen met anderen een groep te vormen. Maar de groep mag de openbare orde niet in gevaar brengen.
Artikel 9: Vrijheid van vergadering en betoging
Iedereen en iedere groep heeft het recht om in het openbaar bij elkaar te komen, bijvoorbeeld voor een vergadering of een betoging of een demonstratie. Maar je mag geen andere wetten of regels overtreden. Ook mag je niet gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de bevolking. En het mag ook niet gevaarlijk zijn voor het verkeer. En het mag ook niet leiden tot verstoring van de openbare orde.
Artikel 10: Privacy
- Iedereen heeft recht op rust en privacy. In de wet kunnen uitzonderingen staan. In de wet kan ook staan dat iemand anders uitzonderingen mag maken.
- De overheid mag persoonlijke gegevens van iemand niet zomaar gebruiken.
- Iedereen heeft er recht op te zien wat er over hem is vastgelegd. En kan gegevens laten veranderen als ze niet juist zijn.
Artikel 11: Onaantastbaarheid lichaam
Iedereen heeft het recht om zelf te bepalen wat er met zijn lichaam gebeurt. In de wet kunnen uitzonderingen staan. In de wet kan ook staan dat iemand anders uitzonderingen kan maken.
Artikel 12: Huisrecht
De overheid mag een woning niet binnengaan als de bewoner dat niet wil. In de wet staan uitzonderingen. In de wet kan ook staan dat iemand anders uitzonderingen mag maken. Alleen speciale ambtenaren die dat volgens de wet ook mogen, mogen een huis binnengaan.
Ambtenaren die een huis binnengaan als de bewoner dat niet wil, moeten vertellen wie ze zijn en een vergunning laten zien. Ook moeten ze vertellen waarom ze het huis ingaan. Dat hoeft niet als in de wet staat dat dat in die situatie niet nodig is.
Ambtenaren die in een huis zijn geweest, sturen de bewoner zo snel mogelijk een brief. Daarin schrijven ze wat ze hebben gedaan. Soms mogen ze deze brief later schrijven. En soms hoeven ze deze brief helemaal niet te schrijven. Dat kan alleen als de veiligheid van het land in gevaar komt. In de wet staat wanneer dit zo is.
Artikel 13: Briefgeheim
- De overheid mag brieven van burgers niet openmaken. De overheid mag de telefoon en andere telecommunicatiemiddelen niet afluisteren.
- De overheid mag dit wel doen als dit in de wet staat en als de rechter of een bij de wet aangewezen persoon zegt dat het wel mag.
Artikel 14: Onteigening
De overheid mag soms eigendommen van burgers en organisaties afnemen. De overheid mag dit alleen doen als dit goed is voor het land of de gemeente. Ook moet de overheid de waarde van het eigendom terugbetalen. Dit moet de overheid vooraf regelen. In de wet staan de regels voor het afnemen van eigendommen. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover regels mag maken.
In noodsituaties mag de overheid achteraf regelen hoe iemand de waarde van zijn eigendom terugkrijgt.
Soms vernietigt de overheid eigendommen. En soms verbiedt de overheid de burgers en organisaties om hun eigendom te gebruiken. Als dat gebeurt dan krijgen de eigenaren de waarde daarvan helemaal of voor een deel terug.
Artikel 15: Vrijheidsontneming
- De overheid mag burgers alleen opsluiten als dit mag volgens de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover regels mag maken.
- Iedere burger mag de rechter vragen om hem vrij te laten. De rechter moet altijd luisteren naar de burger. Als de rechter vindt dat de burger gelijk heeft, zal hij de burger direct vrijlaten.
- Als de overheid iemand gevangen heeft genomen, moet er een rechtszaak komen. De rechtszaak moet zo snel mogelijk beginnen.
- De overheid kan -als dat nodig is- beslissen dat gevangenen sommige grondrechten niet kunnen gebruiken.
Artikel 16: Geen straf zonder wet; Nulla poena-beginsel
De overheid mag een burger alleen straffen voor zaken die in de wet staan.
Artikel 17: Ius de non evocando; Wettelijke toekenning rechter
Als de overheid denkt dat je iets strafbaars hebt gedaan of als je ruzie hebt met iemand anders of de overheid, kan niemand je tegenhouden het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter te vragen, die dan binnen een redelijke termijn moet zeggen of je gelijk hebt of niet. In de wet staat wanneer en naar welke rechter je moet gaan.
Artikel 18: Rechtsbijstand
Iedereen heeft recht op rechtsbijstand.
Burgers die de rechtsbijstand niet zelf kunnen betalen, krijgen deze rechtsbijstand toch. De regels hiervoor staan in de wet.
Artikel 19: Werkgelegenheid; rechtspositie werknemers; arbeid
- De overheid probeert te zorgen voor genoeg werk voor iedereen die kan werken.
- In de wet staan de rechten en plichten van werknemers. Deze regels gaan ook over de bescherming van mensen tijdens hun werk. In de wet staat ook waarover zij mogen meepraten en meebeslissen.
- Iedere Nederlander mag zelf kiezen wat voor werk hij wil doen. In de wet staan de uitzonderingen. In de wet kan ook staan dat iemand anders uitzonderingen mag maken.
Artikel 20: Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid
De overheid probeert te zorgen dat iedereen genoeg geld heeft om van te leven. Ook probeert de overheid ervoor te zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk niet te groot worden.
In de wet staat wie recht heeft op een sociale uitkering. In de wet staat ook hoe hoog die uitkeringen zijn en hoe lang ze duren.
Nederlanders die in Nederland wonen en te weinig inkomen hebben, kunnen een bijstandsuitkering krijgen. In de wet staat wie een bijstandsuitkering kan krijgen en waaraan zij zich moeten houden. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.
Artikel 21: Milieu
De overheid probeert te zorgen dat alle inwoners van Nederland hier goed en veilig kunnen wonen. Ook probeert de overheid te zorgen voor een schoon milieu.
Artikel 22: Volksgezondheid; woongelegenheid; ontplooiing
De overheid probeert ervoor te zorgen dat iedereen gezond is en blijft.
De overheid probeert ervoor te zorgen dat iedereen een woning heeft.
De overheid probeert ervoor te zorgen dat iedereen zich kan ontwikkelen en van zijn vrije tijd kan genieten.
Artikel 23: Het openbaar en bijzonder onderwijs
- De regering zorgt voor het onderwijs.
- Iedereen mag onderwijs geven. Maar de overheid houdt toezicht op het onderwijs. En de overheid moet ook onderzoeken of de mensen die onderwijs geven dat ook goed kunnen. In de wet staat hoe de overheid dit doet.
- De overheid zorgt voor openbaar onderwijs. Openbaar onderwijs is onderwijs voor iedereen. Ook voor mensen met een godsdienst of levensovertuiging. In de wet staat hoe de overheid zorgt voor het openbaar onderwijs.
- In elke gemeente moeten genoeg openbare basisscholen zijn. Als dit niet zo is, moet de overheid ervoor zorgen dat kinderen op een andere manier openbaar onderwijs krijgen. Dit staat in de wet.
- In de wet staan de eisen die de overheid moet stellen aan de kwaliteit van het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs. Het bijzonder onderwijs mag een eigen visie kiezen, bijvoorbeeld op basis van geloof of mensbeeld.
- De eisen voor de kwaliteit van het basisonderwijs zijn zo opgeschreven, dat de kwaliteit van het bijzonder onderwijs