Artikel 20: Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid
- De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
- De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
- Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De overheid moet een beleid voeren dat is gericht op de bestaanszekerheid van de bevolking en op spreiding van welvaart. De wetgever moet regels maken voor de sociale zekerheid: wie kan onder welke omstandigheden welke uitkering krijgen.
Ten slotte is vastgelegd, dat Nederlanders in Nederland die niet in hun bestaan kunnen voorzien, een recht op bijstand hebben. De wetgever moet dit recht nader in een wet regelen.
Formele toelichting
Het eerste lid van artikel 20 draagt de overheid op een beleid te voeren, dat is gericht op de bestaanszekerheid van de bevolking en op spreiding van welvaart.
Het tweede lid geeft de wetgever de opdracht om op het terrein van de sociale zekerheid regelend op te treden. Dit gebeurt in de vorm van socialeverzekeringswetten, zoals de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet werk en zekerheid.
In het derde lid is vastgelegd, dat Nederlanders hier te lande die niet in het bestaan kunnen voorzien, een recht op bijstand hebben, onder opdracht aan de wetgever dit recht nader te regelen. Deze regeling is neergelegd in de Participatiewet.
In eenvoudig Nederlands
De overheid probeert te zorgen dat iedereen genoeg geld heeft om van te leven. Ook probeert de overheid ervoor te zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk niet te groot worden.
In de wet staat wie recht heeft op een sociale uitkering. In de wet staat ook hoe hoog die uitkeringen zijn en hoe lang ze duren.
Nederlanders die in Nederland wonen en te weinig inkomen hebben, kunnen een bijstandsuitkering krijgen. In de wet staat wie een bijstandsuitkering kan krijgen en waaraan zij zich moeten houden. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.
Uitleg
Als je in Nederland woont, moet je er zelf voor zorgen dat je genoeg inkomen hebt om van te leven. Als je dit echter niet lukt, probeert de overheid ervoor te zorgen dat je wel genoeg inkomen hebt. Maar je kunt dit niet van de overheid eisen.
De overheid probeert er ook voor te zorgen dat de verschillen tussen arme en rijke mensen niet te groot worden. Maar ook dit kun je niet van de overheid eisen.
Sommige mensen kunnen niet werken. Ouderen bijvoorbeeld. Of mensen die ziek zijn. Of mensen die geen baan kunnen vinden. Deze mensen krijgen een sociale uitkering. In speciale sociale wetten staat:
- wie een uitkering krijgt
- hoe hoog die uitkering is
- hoe lang die uitkering duurt
Voor ouderen staat dat in de Algemene Ouderdomswet (AOW). Voor mensen die een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn, staat het in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) . Voor mensen die ontslagen zijn en tijdelijk geen werk kunnen vinden, staat het in de Werkeloosheidswet (WW).
Je kunt een bijstandsuitkering krijgen als je:
- Nederlander bent;
- en in Nederland woont;
- en geen werk hebt;
- en ook niet op een andere manier genoeg inkomen hebt.
Dit geldt dus niet voor buitenlanders. Het geldt ook niet voor Nederlanders die in het buitenland wonen. In de praktijk hebben ook buitenlanders die hier volgens de wet mogen wonen en werken wel recht op bijstand. In de Wet Werk en Bijstand staat precies wanneer je een uitkering krijgt. In die wet staat ook wat je daarvoor moet doen.
Historische ontwikkeling
Artikel 20 kwam in 1983 in de Grondwet, waarbij de al langer bestaande armenzorg kan worden gezien als zijn voorloper. Vanaf 1814 stond in de Grondwet dat het ‘armbestuur’ een zaak van aanhoudende zorg van de regering was , en vanaf 1848 dat de wet het moest regelen.
Op die grondwetsbepaling (artikel 195 in de Grondwet van 1848) rustten de Armenwetten van 1854 en 1912. Die werden vervangen door de Algemene Bijstandswet, die in 1963 tot stand kwam en in 1965 in werking trad. De wet was vooral het werk van minister Marga Klompé (KVP), die haar als eerste ondertekenaar verdedigde, minister Veldkamp was medeondertekenaar. Toen de wet in werking trad, was Klompé overigens geen minister meer. In de wet werd voor het eerst erkend dat bijstand geen gunst is maar een afdwingbaar recht.
De grondwetsbepaling over het armbestuur was door de opbouw van de verzorgingsstaat achterhaald. De vervanging door artikel 20 bij de algehele grondwetsherziening van 1983 verliep daardoor vlot.
Artikel 20 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Bestaanszekerheid als politiek begrip
Bestaanszekerheid stond al sinds 1983 in de Grondwet, maar buiten het staatsrecht hoorde je het woord zelden. Rond de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 werd het hét modewoord van de campagne, al bleef het volgens critici vooral een containerbegrip waaraan elke partij een eigen draai gaf.
Pieter Omtzigt had een groot aandeel in het populariseren van bestaanszekerheid als politiek begrip. Op zijn initiatief nam de Tweede Kamer in 2022 een breed gesteunde motie aan die leidde tot de Commissie sociaal minimum. Bij de oprichting van Nieuw Sociaal Contract in augustus 2023 maakte hij bestaanszekerheid tot een prioriteit van zijn programma.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd