Hoofdstuk 5 in eenvoudig Nederlands: Wetgeving en bestuur
Let op: dit is niet de officiële wettekst
Dit is een versie van de Grondwet in eenvoudig Nederlands, geen officiële wettekst. Taaldeskundigen van BureauTaal hebben de artikelen herschreven in eenvoudig Nederlands, geholpen door staatsrechtdeskundigen (gebaseerd op Karen Heij en Wessel Visser, De Grondwet in eenvoudig Nederlands, SDU Uitgevers, Den Haag 2007).
Inhoud
Paragraaf 1: Wetten en andere voorschriften
Artikel 81: Vaststelling wetten
De regering en de Eerste en Tweede Kamer maken de wetten. Zij doen dit samen.
Artikel 82: Indiening wetsvoorstellen; initiatief
- De regering en de Tweede Kamer kunnen voorstellen voor nieuwe wetten maken.
- Over sommige nieuwe wetten moeten de Eerste en de Tweede Kamer samen vergaderen. De regering maakt de voorstellen voor deze nieuwe wetten. In hoofdstuk 2 van de Grondwet staat wanneer de Eerste en de Tweede Kamer samen voorstellen mogen maken voor deze nieuwe wetten.
- Eén of meer Kamerleden mogen voorstellen voor nieuwe wetten maken en bespreken met de Tweede Kamer of met de Eerste en de Tweede Kamer samen.
Artikel 83: Toezending wetsvoorstellen aan Tweede Kamer of verenigde vergadering
De regering stuurt haar voorstellen voor nieuwe wetten naar de Tweede Kamer. Of ze stuurt de plannen naar de Eerste en Tweede Kamer samen, als dat moet.
Artikel 84: Wijziging wetsvoorstellen; amendement
- De Tweede Kamer kan een voorstel voor een nieuwe wet veranderen totdat de wet is aangenomen. Als het een voorstel is waarover de Eerste en de Tweede Kamer samen beslissen, kunnen zij dit samen veranderen.
- De regering mag dit ook, maar alleen als het haar eigen voorstel is. Als het een voorstel is van een kamerlid, dan mag de regering dit niet.
Artikel 85: Toezending wetsvoorstellen Eerste Kamer
Wanneer de Tweede Kamer een voorstel voor een nieuwe wet heeft aangenomen, dan stuurt zij dit naar de Eerste Kamer. De Eerste Kamer stemt dan over het voorstel. Als het een voorstel van de Tweede Kamer is, kan de Tweede Kamer Kamerleden aanwijzen die het voorstel in de vergadering van de Eerste Kamer verdedigen.
Artikel 86: Intrekking wetsvoorstel
- Zolang een voorstel voor een nieuwe wet nog niet is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer, kan degene die het voorstel heeft gemaakt het voorstel intrekken.
- Zolang de Tweede Kamer of de Eerste en Tweede Kamer samen hun eigen voorstel voor een nieuwe wet nog niet hebben aangenomen, kunnen de Kamerleden die het voorstel hebben gemaakt het voorstel intrekken.
Artikel 87: Bekrachtiging van wetten
- Een voorstel voor een nieuwe wet wordt wet, als de Eerste en Tweede Kamer het voorstel hebben aangenomen. En als de Koning en een minister of een staatssecretaris hun handtekening eronder hebben gezet.
- De regering en de Eerste en Tweede Kamer schrijven aan elkaar wat ze hebben besloten over voorstellen voor nieuwe wetten.
Artikel 88: Bekendmaking; inwerkingtreding
In de wet staat hoe de regering een nieuwe wet bekendmaakt. En wanneer een nieuwe wet geldt. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist. Een nieuwe wet geldt niet voordat de regering hem bekend heeft gemaakt.
Artikel 89: Algemene Maatregelen van Bestuur; Algemeen verbindende voorschriften
- De regering maakt algemene maatregelen van bestuur. Een algemene maatregel van bestuur is een regel van de regering.
- Als in een algemene maatregel van bestuur een straf staat, moet er een wet zijn waarin deze straf staat. In die wet staat welke straffen er zijn.
- In de wet staat hoe de regering de algemene maatregel van bestuur bekendmaakt. En wanneer een algemene maatregel van bestuur geldt. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit beslist. Een nieuwe algemene maatregel van bestuur geldt niet voordat de regering hem bekend heeft gemaakt.
- De punten 2 en 3 van dit artikel gelden ook voor andere algemene regels van de regering en van ministers.
Paragraaf 2: Overige bepalingen
Artikel 90: Internationale rechtsorde
De regering probeert de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en de mensenrechten te beschermen.
Artikel 91: Goedkeuring verdragen
- De regering mag geen internationaal verdrag sluiten zonder toestemming van de Eerste en Tweede Kamer. Toestemming van de Eerste en Tweede Kamer is ook nodig als de regering wil dat een internationaal verdrag niet meer geldig is in Nederland. In de wet staat wanneer geen toestemming nodig is.
- In de wet staat hoe de Eerste en Tweede Kamer toestemming moeten geven. In de wet kan ook staan dat de Eerste en Tweede Kamer dat niet hoeven te doen.
- Als er regels in een internationaal verdrag staan die anders zijn dan de Grondwet, dan kunnen de Eerste en Tweede Kamer alleen toestemming geven als twee derde van het aantal stemmen of meer voor het verdrag is.
Artikel 92: Bevoegdheden volkenrechtelijke organisaties
Internationale organisaties mogen voor Nederland wetten maken, mogen Nederland besturen en voor Nederland rechtspreken. Nederland moet daarvoor toestemming geven in een verdrag. In dat verdrag moet Nederland zich houden aan de regels die staan in het derde punt van artikel 91.
Artikel 93: Rechtskracht internationale verdragen
Soms moeten burgers zich houden aan regels in verdragen van internationale organisaties. Die regels zijn pas geldig als de regering ze aan iedereen heeft bekendgemaakt.
Artikel 94: Voorrang internationale rechtsorde boven nationale wet
Afspraken in internationale verdragen en beslissingen van internationale organisaties die voor burgers gelden zijn belangrijker dan Nederlandse wetten.
Artikel 95: Bekendmaking verdragen
In de wet staat hoe de regering verdragen en beslissingen van internationale organisaties bekend moet maken.
Artikel 96: Oorlogsverklaring
- De regering mag pas zeggen dat Nederland in oorlog is als de Eerste en Tweede Kamer daar toestemming voor geven.
- Die toestemming is niet nodig als de Eerste en Tweede Kamer niet bij elkaar kunnen komen omdat de oorlog al is begonnen.
- De Eerste en Tweede Kamer moeten samen vergaderen om toestemming te geven.
- De Eerste en Tweede Kamer moeten ook samen vergaderen om te beslissen dat een oorlog is afgelopen.
Artikel 97: Krijgsmacht
- Nederland heeft een leger om ons land te beschermen. Het leger is er ook om te zorgen voor de internationale vrede en veiligheid en de bescherming van de mensenrechten.
- De regering is de hoogste baas van het leger.
Artikel 98: Samenstelling krijgsmacht; militaire dienst
- Het leger bestaat uit mensen die vrijwillig in het leger gaan. Maar het leger kan ook bestaan uit mensen die er verplicht in moeten.
- In de wet staat wanneer iemand verplicht in het leger moet gaan. In de wet staat ook wanneer iemand niet verplicht in het leger hoeft te gaan. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit beslist.
Artikel 99: Vrijstelling dienstplicht wegens ernstige gewetensbezwaren
In de wet staat wanneer iemand niet in het leger hoeft als hij vindt dat het verkeerd is om oorlog te voeren. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.
Artikel 99a: Civiele verdediging
In de wet staat dat de regering tegen burgers kan zeggen dat ze moeten helpen bij het beschermen van ons land.
Artikel 100: Handhaving of bevordering internationale rechtsorde
- De regering vertelt vooraf aan de Eerste en Tweede Kamer wanneer het leger meedoet om te zorgen voor de internationale vrede en veiligheid. Dat doet de regering ook als het leger alleen burgers gaat helpen in een oorlog.
- De regering hoeft het niet vooraf aan de Eerste en Tweede Kamer te vertellen als dat echt niet kan. Dan moet de regering het meteen vertellen als het wel kan.
Artikel 103: Uitzonderingstoestanden; noodwetten; oorlogstrafrecht
- In de wet staat wanneer de regering een uitzonderingstoestand kan bekendmaken. De regering mag dat alleen doen als het nodig is voor de veiligheid van ons land. In de wet staat wat een uitzonderingstoestand betekent. In de wet kan ook staan dat iemand anders beslist wat een uitzonderingstoestand betekent.
- In een uitzonderingstoestand mag de regering een aantal zaken anders doen dan in de Grondwet staat:
- de regering mag in een uitzonderingstoestand de bevoegdheid van provincies, gemeenten en waterschappen veranderen;
- de regering mag in een uitzonderingstoestand de vrijheid van godsdienst verminderen (artikel 6). De regering mag dit alleen doen als iemand de vrijheid van godsdienst gebruikt op een plaats waar iedereen mag komen;
- de regering mag in een uitzonderingstoestand de vrijheid van meningsuiting verminderen (artikel 7);
- de regering mag in een uitzonderingstoestand het recht om samen met anderen een groep te vormen verminderen (artikel 8);
- de regering mag in een uitzonderingstoestand het recht om te vergaderen en te betogen verminderen (artikel 9);
- de regering mag in een uitzonderingstoestand een woning ingaan zonder uitleg te geven (artikel 12, punt 2 en 3);
- de regering mag in een uitzonderingstoestand brieven van burgers openmaken en de telefoon afluisteren (artikel 13);
- de regering mag in een uitzonderingstoestand zelf mensen berechten en opsluiten (artikel 113, punt 1 en 3). In de wet kan ook staan dat een andere overheidsorganisatie dit mag.
- De Eerste en Tweede Kamer beslissen samen hoe lang de uitzonderingstoestand duurt. De regering kan een uitzonderingstoestand ook zelf stoppen.
Artikel 104: Belastingen
De rijksoverheid mag burgers verplichten belasting te betalen. In de wet kan ook staan wat burgers nog meer moeten betalen.
Artikel 105: Begroting; budgetrecht; rekening en verantwoording; comptabiliteit
- De regering en de Eerste en Tweede Kamer maken wetten waarin staat hoeveel geld de regering uitgeeft en hoeveel geld de regering krijgt. Dit is de begroting.
- De regering stuurt ieder jaar op Prinsjesdag een voorstel voor deze begrotingswetten aan de Tweede Kamer.
- In de wet staat dat de regering aan het einde van het jaar de Eerste en Tweede Kamer uitlegt hoeveel geld de overheid heeft gekregen en uitgegeven. De regering mag dat pas doen als de Algemene Rekenkamer de rekening heeft goedgekeurd.
- In de wet staan regels over hoe de overheid met haar geld omgaat.
Artikel 106: Geldstelsel
In de wet staan de regels over ons geld. In de wet kan ook staan dat iemand anders de regels over ons geld maakt.
Artikel 107: Codificatie; bestuursrecht
- Alle wetten van het burgerlijk recht, het strafrecht, het burgerlijk en strafprocesrecht en alle andere wetten gelden voor heel Nederland.
- In de wet staan regels over hoe de overheid ons land bestuurt.
Artikel 109: Ambtenarenrecht
In de wet staan de rechten en plichten van ambtenaren. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.
Artikel 110: Openbaarheid van bestuur
De overheid geeft informatie over haar werk aan de burgers. In de wet staan hiervoor de regels.
Artikel 111: Ridderorden
De ridderorden staan in de wet.