Artikel 91: Goedkeuring verdragen
- Het Koninkrijk wordt niet aan verdragen gebonden en deze worden niet opgezegd zonder voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. De wet bepaalt de gevallen waarin geen goedkeuring is vereist.
- De wet bepaalt de wijze waarop de goedkeuring wordt verleend en kan voorzien in stilzwijgende goedkeuring.
- Indien een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet dan wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de kamers de goedkeuring alleen verlenen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Als hoofdregel geldt dat het Koninkrijk niet aan verdragen kan worden gebonden zonder voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. In de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen wordt geregeld:
- wanneer sprake is van stilzwijgende goedkeuring
- wanneer een goedkeuring met een wet wordt verleend
- wanneer geen goedkeuring is vereist.
Het is mogelijk dat in een verdrag wordt afgeweken van bepalingen van de Grondwet. In zo'n geval is de goedkeuring met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen door de Kamers der Staten-Generaal vereist.
Formele toelichting
Over de goedkeuring van verdragen handelt artikel 91. Als hoofdregel is vastgelegd dat het Koninkrijk niet aan verdragen kan worden gebonden zonder voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. De verdere regeling van deze materie wordt aan de wetgever overgelaten.
Ook het bepalen van de gevallen waarin géén parlementaire goedkeuring vereist zal zijn, wordt aan de wetgever overgelaten. Deze regels zijn opgenomen in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen.
Het derde lid van artikel 91 wijst op de mogelijkheid dat in een verdrag wordt afgeweken van bepalingen van de Grondwet. Afwijking van de Grondwet in een verdrag is mogelijk, maar de goedkeuring van een dergelijk verdrag kan alleen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen door de Kamers der Staten-Generaal worden verleend.
In eenvoudig Nederlands
- De regering mag geen internationaal verdrag sluiten zonder toestemming van de Eerste en Tweede Kamer. Toestemming van de Eerste en Tweede Kamer is ook nodig als de regering wil dat een internationaal verdrag niet meer geldig is in Nederland. In de wet staat wanneer geen toestemming nodig is.
- In de wet staat hoe de Eerste en Tweede Kamer toestemming moeten geven. In de wet kan ook staan dat de Eerste en Tweede Kamer dat niet hoeven te doen.
- Als er regels in een internationaal verdrag staan die anders zijn dan de Grondwet, dan kunnen de Eerste en Tweede Kamer alleen toestemming geven als twee derde van het aantal stemmen of meer voor het verdrag is.
Uitleg
In een internationaal verdrag maken twee of meer landen afspraken. De regering mag die afspraken maken. Maar alleen als de Eerste en Tweede Kamer dat goed vinden.
De regering stuurt het verdrag samen met een uitleg naar de Eerste en Tweede Kamer. Allebei de Kamers kunnen dan stemmen over het verdrag. Maar dat hoeft niet. Als de Eerste en Tweede Kamer na dertig dagen nog niet hebben gestemd over het verdrag dan wordt het vanzelf geldig voor Nederland.
Het gebeurt niet vaak dat er in een verdrag iets anders staat dan in de Grondwet. Dit kan alleen als twee derde van het aantal stemmen of meer daar voor is. Sinds 1953 hebben de Eerste en Tweede Kamer maar een paar keer toestemming gegeven voor zo'n verdrag.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd