Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 99: Vrijstelling dienstplicht wegens ernstige gewetensbezwaren

Artikel 99

De wet regelt vrijstelling van militaire dienst wegens ernstige gewetensbezwaren.


In andere talen:

English

Exemption from military service because of serious conscientious objections shall be regulated by Act of Parliament.

Français

La loi règle l'exemption du service militaire pour objections de conscience graves.

Deutsch

Das Gesetz regelt die Befreiung vom Wehrdienst aufgrund ernsthafter Gewissensbedenken.

Español

La ley regulará la exención del servicio militar por objeciones graves de conciencia.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. In eenvoudig Nederlands
  3. Historische ontwikkeling
  4. Debat
  5. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

In de Wet gewetensbezwaren militaire dienst is opgenomen hoe en wanneer een dienstplichtige een beroep op gewetensbezwaren kan doen.

In eenvoudig Nederlands

In de wet staat wanneer iemand niet in het leger hoeft als hij vindt dat het verkeerd is om oorlog te voeren. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.

Uitleg

Als iemand echt niet wil, hoeft hij niet in het leger. Maar je mag niet zomaar zeggen dat je niet in het leger wil. Dat mag je alleen als je het echt verkeerd vindt om soldaten van andere landen dood te schieten.

Deze regel geldt tijdelijk niet meer omdat Nederland geen dienstplicht meer heeft. Toch staat de regel nog in de Grondwet. Dat is zo omdat Nederland alleen tijdelijk geen dienstplicht meer heeft. Dit artikel geldt weer als de dienstplicht terugkomt.

Historische ontwikkeling

De wet regelt de vrijstelling van militaire dienst wegens ernstige gewetensbezwaren. Deze grondwettelijke vrijstelling werd in 1922 ingevoerd en is uitgewerkt in de Wet gewetensbezwaren militaire dienst. Bij de herziening van 2000 behield het artikel zijn beknopte vorm. Sinds de opschorting van de opkomstplicht in 1997 heeft de bepaling materieel geen werking, maar blijft in de Grondwet omdat de dienstplicht slechts is opgeschort.

De vrijstelling werd in 1922 ingevoerd via een amendement van SDAP-leider Troelstra. De uitwerking verschoof geleidelijk. De Dienstweigeringswet van 1923 erkende vooral het gebod ‘gij zult niet doden’, de Wet gewetensbezwaren militaire dienst van 1962 verruimde dit tot een godsdienstige of zedelijke overtuiging, en de herziene wet van 1978 erkende ook politieke en selectieve bezwaren, bijvoorbeeld tegen bepaald wapentuig. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bracht gewetensbezwaren tegen dienstplicht in 2011 onder de vrijheid van geweten van artikel 9 EVRM. Het artikel is sinds 2000 ongewijzigd.

Debat

Gewetensbezwaren als model?

Tijdens de coronapandemie werd, naar aanleiding van de discussie over een mogelijke vaccinatieplicht, verwezen naar de gewetensbezwarenregeling van artikel 99 als denkbaar model voor een ontheffing. Oud-wetgevingsjurist Huub Linthorst betoogde in 2021 dat die vergelijking niet opgaat: bij dienstweigering moet iemand iets dóén tegen zijn geweten, terwijl vaccinatie iets is wat men ondergaat, en erkenningscriteria zouden óf te streng óf onuitvoerbaar zijn.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd