Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 21: Milieu

Artikel 21

De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.


In andere talen:

English

It shall be the concern of the authorities to keep the country habitable and to protect and improve the environment.

Français

Les pouvoirs publics veillent à l’habitabilité du pays ainsi qu’à la protection et à l’amélioration du cadre de vie.

Deutsch

Die Sorge des Staates und der anderen öffentlich-rechtlichen Körperschaften gilt der Bewohnbarkeit des Landes sowie dem Schutz und der Verbesserung der Umwelt.

Español

Los poderes públicos velarán por la habitabilidad del país y por la protección y el mejoramiento del medio ambiente.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Historische ontwikkeling
  5. Debat
  6. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

De overheid moet zorgen voor de bewoonbaarheid van het land. Daarmee wordt ook bedoeld de zorg voor het water, de verdediging van het land tegen het water en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Met de zorg voor het leefmilieu worden alle maatregelen bedoeld, die in de meest ruime zin tot de milieubescherming kunnen worden gerekend.

Deze zorgplicht is vertaald in wetten, zoals de Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening.

Formele toelichting

Artikel 21 is gewijd aan de overheidszorg voor de bewoonbaarheid van het land, waarbij ook wordt gedoeld op de waterstaatszorg voor de verdediging van het land tegen het water, en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Met de zorg voor het milieu wordt gedoeld op die maatregelen, die in de meest ruime zin tot de milieubescherming kunnen worden gerekend.

De zorgplicht van artikel 21 is vertaald in tal van wettelijke maatregelen, zoals de Wet milieubeheer, Wet bodembescherming en de Wet Ruimtelijke Ordening.

In eenvoudig Nederlands

De overheid probeert te zorgen dat alle inwoners van Nederland hier goed en veilig kunnen wonen. Ook probeert de overheid te zorgen voor een schoon milieu.

Uitleg

Een groot deel van ons land ligt lager dan de zee. En ook wonen we met heel veel mensen op een klein stuk land. In dit artikel staat dat de overheid ervoor moet proberen te zorgen dat we allemaal goed in dit kleine en lage land kunnen wonen. Maar je kunt dit niet van de overheid eisen.

Wat moet de overheid doen? De overheid moet zorgen voor:

  • goede dijken, rivieren en kanalen, wegen en spoorwegen;
  • goede steden en dorpen waar mensen goed kunnen wonen;
  • genoeg natuur, waarin mensen in hun vrije tijd kunnen wandelen, fietsen en varen.

Doordat we met veel mensen op een klein stuk land leven kan het milieu gemakkelijk vervuilen. De overheid moet proberen ervoor te zorgen dat het milieu zo schoon mogelijk blijft. En als het kan, moet het ook steeds schoner worden.

Historische ontwikkeling

Artikel 21 kwam in 1983 in de Grondwet. De staatscommissie-Cals/Donner, die de herziening van 1983 voorbereidde, sprak in haar eerste voorstel voor artikel 21 nog over ‘leefbaarheid’. De regering maakte daar ‘bewoonbaarheid van het land’ en ‘leefmilieu’ van.

Sindsdien is er één poging gedaan om artikel 21 uit te breiden. In 2006 stelden de Kamerleden Halsema en Van Gent (beide GroenLinks) voor er ook de zorg voor het welzijn van dieren in op te nemen. De Afdeling advisering van de Raad van State zag daar ruimte voor, maar merkte wel op dat dieren juridisch geen rechten kunnen hebben en dat de toevoeging van zo’n zin aan het artikel op zichzelf niets verandert. Het voorstel bleef jarenlang liggen en werd in 2019 ingetrokken.

Artikel 21 is sinds 1983 ongewijzigd.

Debat

Toekomstige generaties in de Grondwet
Wie het hardst geraakt wordt door beleid over het milieu, kan er zelf niets over zeggen. Dat is de kern van een pleidooi van de Raad van State in zijn jaarverslag over 2025, Recht op de toekomst. Besluiten over klimaat, pensioen en zorg werken decennia door, terwijl toekomstige generaties daar geen stem in hebben. De Raad vraagt daarom om onderzoek naar de vraag of hun belangen in de Grondwet moeten worden vastgelegd, waar zo’n bepaling als toetssteen voor wetgeving en rechtspraak zou kunnen dienen. Tegelijk ziet de Raad daarin een spanning met de “van oudsher terughoudende en sobere vormgeving” van de Grondwet.

Een grondwetswijziging duurt lang. Tot die tijd zouden wetgever en bestuur volgens de Raad meer kunnen leunen op bestaande sociale grondrechten, zoals bestaanszekerheid (artikel 20) en de bescherming van het leefmilieu (artikel 21). Door in toelichtingen bij wetsvoorstellen naar deze artikelen te verwijzen, zouden de belangen van toekomstige generaties ook nu al meer gewicht krijgen, stelt de Raad.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd