Artikel 1: Gelijke behandeling en discriminatieverbod
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Artikel 1 gaat over het gelijkheidsbeginsel. Dit beginsel geeft aan wetgever, bestuur en rechters de opdracht om bij het stellen van regels of het nemen van beslissingen mensen in gelijke gevallen op een gelijke manier te behandelen.
Er behoeft echter geen sprake te zijn van een gelijk geval als er sprake is van een gerechtvaardigd verschil. Zo mogen er best eisen worden gesteld aan het opleidingsniveau van mensen om een bepaald beroep te mogen uitoefenen. Maar er mag geen onderscheid worden gemaakt op grond van bijvoorbeeld godsdienst of geslacht. Zo moeten mannen en vrouwen bijvoorbeeld wel evenveel verdienen als ze hetzelfde werk doen of werk dat heel erg vergelijkbaar is.
Discriminatie op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke andere grond dan ook, is verboden. De woorden of op welke grond dan ook breiden het verbod van discriminatie tot andere dan de in dit artikel genoemde discriminatiegronden uit, denk aan leeftijd.
In de wet Algemene wet gelijke behandeling is dit artikel nader uitgewerkt. In artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht staan bepalingen waarmee discriminatie kan worden bestraft.
Filmpje: wat is artikel 1 van de Grondwet en hoe werkt dit artikel? (Juni 2023)
Formele toelichting
In de eerste zin van artikel 1 is het gelijkheidsbeginsel opgenomen. In het gelijkheidsbeginsel ligt een opdracht besloten aan de wetgever, het bestuur en de rechter om bij het stellen van regels of het nemen van beslissingen in concrete gevallen alleen ter zake doende en gerechtvaardigde verschillen van de zich voordoende gevallen in aanmerking te nemen.
De tweede zin bepaalt dat discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, of op welke grond dan ook, niet is toegestaan. De woorden of op welke grond dan ook breiden het verbod van discriminatie tot andere dan de in deze volzin genoemde discriminatiegronden uit.
Ter uitwerking van artikel 1 is de Algemene wet gelijke behandeling tot stand gebracht. In artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht staan bepalingen over de strafbaarstelling van discriminatie.
In eenvoudig Nederlands
In Nederland behandelen we iedereen op dezelfde manier. Natuurlijk alleen als de situaties hetzelfde zijn of heel veel op elkaar lijken. Discriminatie mag niet.
Uitleg
We behandelen iedereen op dezelfde manier. Dat is waar en ook weer niet helemaal. Het is bijvoorbeeld niet zo dat iedereen in Nederland hetzelfde salaris of pensioen moet krijgen. Maar mannen en vrouwen moeten bijvoorbeeld wel evenveel verdienen als ze hetzelfde werk doen of werk dat heel erg vergelijkbaar is. Daarom staat er in artikel 1 ook dat we wel gelijk behandelen, maar alleen als de situaties heel veel op elkaar lijken.
Historische ontwikkeling
Het idee dat de overheid iedereen gelijkwaardig moet behandelen komt uit de Verlichting. De Franse Verklaring van de rechten van de mens en de burger opende in 1789 met de stelling dat mensen vrij en met gelijke rechten worden geboren. In Nederland stond die gedachte voor het eerst in de Staatsregeling voor het Bataafse Volk van 1 mei 1798, de eerste Nederlandse grondwet, die uitging van gelijkheid, vrijheid en broederschap. Die staatsregeling telde 308 artikelen. Van de 23 grondrechten die de Grondwet nu kent, kwamen er 21 in een of andere vorm al in voor.
Hoewel de Grondwet van 1814 geen gelijkheidsbepaling kende, kreeg de Grondwet van 1815 dat wel. Tot 1983 werd het gelijkheidsartikel één keer gewijzigd, in 1887. Toen werd de zinsnede ‘hetzij ingezetenen of vreemdelingen’ uit de bepaling gehaald.
In 1983 werd de Grondwet volledig herzien. Grondrechten kregen daarbij een prominentere plek. Ze werden gebundeld en werden in het eerste hoofdstuk geplaatst. De gelijkheidsbepaling, die tot dan toe artikel 4 was, kwam vooraan te staan als artikel 1. Ook de inhoud veranderde. Tot 1983 stond er alleen dat de overheid mensen in gelijke gevallen gelijk moet behandelen. Daar kwam nu een verbod op discriminatie bij, met een opsomming van gronden waarop in elk geval geen onderscheid mag worden gemaakt. Door een amendement van het Tweede Kamerlid Marcus Bakker (CPN) werden de woorden ‘of op welke grond dan ook’ toegevoegd.
Op 22 februari 2023 werd het nieuwe artikel 1 voor het eerst gewijzigd. De gronden handicap en seksuele gerichtheid werden toegevoegd. Het initiatiefvoorstel was in 2010 ingediend door de Kamerleden Van der Ham (D66), Azough (GroenLinks) en Timmer (PvdA). In tweede lezing werd het voorstel verdedigd door de leden Hammelburg (D66), Bromet (GroenLinks) en De Hoop (PvdA). De Eerste Kamer nam het na hoofdelijke stemming aan met 56 stemmen voor en 15 tegen. Het traject had ruim twaalf jaar geduurd.
Debat
Gronden benoemen of niet?
De initiatiefnemers van de grondwetswijziging in 2023 voerden aan dat toevoeging van de twee gronden een sterk signaal afgeeft. Enerzijds om te laten zien wat er al is bereikt is qua participatie van mensen met een beperking en de gelijke behandeling tussen hetero’s en homo’s, anderzijds om die voortgang te bewaken en aan te jagen.
De Commissie gelijke behandeling zette de argumenten om gronden wel of niet te benoemen in 2004 naast elkaar en noemde als nadeel dat het toevoegen van enkele gronden kan worden opgevat als signaal dat onderscheid op andere gronden minder ernstig is. Een commissie die zich in 2006 over de rechtsgevolgen boog, achtte aanpassing overbodig. Toen bij amendement ook leeftijd werd voorgesteld als non-discriminatiegrond, adviseerde de Afdeling advisering van de Raad van State in een voorlichting aan de Tweede Kamer om dat niet te doen. Leeftijd is volgens haar van andere aard dan de wel benoemde gronden.
Botsing met andere grondrechten
Artikel 1 komt geregeld in aanvaring met de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs. Mag een school leerlingen of personeel weren op grond van haar godsdienstige grondslag? Die vraag keert steeds terug en stond ook centraal bij de parlementaire behandeling van de Algemene wet gelijke behandeling in 1993 en 1994, waarin gelijke behandeling en de vrijheid van bijzondere scholen tegenover elkaar kwamen te staan. De uitkomst was een compromis. Scholen mochten eisen stellen die nodig waren voor hun grondslag, maar onderscheid op het ‘enkele feit’ van bijvoorbeeld homoseksualiteit was verboden. Deze zogeheten enkele-feitconstructie werd in 2015 weer uit de wet gehaald. De Grondwet geeft geen rangorde tussen de grondrechten. De weging daarvan ligt bij de wetgever, en binnen de grenzen van het toetsingsverbod bij de rechter.
Op 9 december 2025 nam de Tweede Kamer met 72 tegen 70 stemmen een motie van het VVD-lid Kisteman aan, die de regering vraagt te onderzoeken hoe kan worden gewaarborgd dat gelijke behandeling nooit wordt geschonden door de richting van een school.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd