Artikel 11: Onaantastbaarheid lichaam
Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
In dit artikel staat het recht op de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam. Iedereen mag zelf bepalen wat er met zijn of haar lichaam gebeurt, welke medische handelingen worden verricht en welke medicijnen worden ingenomen.
Beperkingen zijn alleen mogelijk als dit wettelijk is geregeld. Die staan bijvoorbeeld in de Politiewet 1993. Zo mag de politie een bloedproef van iemand verlangen of iemand fouilleren.
Wel kan de bescherming van de volksgezondheid in bredere zin als doelstelling worden aangedragen, omdat een regeling kan bijdragen aan de verhoging van de collectieve vaccinatiegraad. Bij de keuze en vormgeving van maatregelen met het oog op de bescherming van de volksgezondheid heeft de wetgever een aanzienlijke beoordelingsruimte.
Formele toelichting
Het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam is in artikel 11 neergelegd. Afzonderlijke opneming van dit recht naast de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer geeft expliciet uitdrukking aan de belangrijke betekenis van het recht in onze rechtsorde en sluit tevens de onzekerheid over de grondwettelijke bescherming daarvan uit.
Beperkingen op dit recht mogen uitsluitend plaatsvinden op wettelijke grondslag. Een voorbeeld van een dergelijke beperking kan worden gevonden in bepalingen in de Politiewet 1993 ter zake van het geweldgebruik en de veiligheidsfouillering.
In eenvoudig Nederlands
Iedereen heeft het recht om zelf te bepalen wat er met zijn lichaam gebeurt. In de wet kunnen uitzonderingen staan. In de wet kan ook staan dat iemand anders uitzonderingen kan maken.
Uitleg
Dit artikel hoort bij artikel 10 (Recht op privacy). Iedereen is de baas over zijn eigen lichaam. De overheid mag niets met je lichaam doen, als je dat niet wilt. Ook anderen mogen niets met je lichaam doen, als je dat niet wilt. Niemand mag je bijvoorbeeld pijn doen. Ook mag niemand je medicijnen geven, als je dat niet wilt. Zelfs medische keuring, of het knippen van je haren mag niet, als je daarvoor geen toestemming geeft.In de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) staat dat een dokter je niet mag behandelen zonder je toestemming. In deze wet staat ook dat de dokter alles in begrijpelijke taal uit moet leggen, zowel mondeling als schriftelijk.
Er zijn wel uitzonderingen. De uitzonderingen staan in de wet. De politie mag bijvoorbeeld wel controleren of je iets in je zakken hebt wat niet mag (fouilleren). Dat mag alleen als ze denken dat je iets hebt gedaan wat strafbaar is. En de politie mag ook je bloed onderzoeken, als ze denken dat je dronken in je auto hebt gereden.
Historische ontwikkeling
Het recht op onaantastbaarheid van het lichaam staat pas sinds 1983 in de Grondwet. Lang leek het er zelfs helemaal niet in te komen. De staatscommissie-Cals/Donner zag er geen reden toe, en de regering vond dat het lichaam al voldoende beschermd werd door het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
In 1976 stelde Kamerlid Kappeyne van de Coppello (VVD) als eerste voor het recht op te nemen, later door haar een "recht op eigen lijf" genoemd. Haar voorstel haalde het niet, maar de staatssecretaris zegde wel een onderzoek toe. Dat verscheen in 1978, waarna het kabinet het voorstel opnieuw afraadde. Toch werd daar voor het eerst uitgewerkt wat het recht precies zou inhouden.
In 1979 sprak de Kamer bij motie uit dat het beginsel te belangrijk was om niet apart in de Grondwet te staan. Het wetsvoorstel ging zonder problemen door beide Kamers en werd op 16 december 1980 door de Eerste Kamer aangenomen.
Artikel 11 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Toestemming bij orgaandonatie
Door een initiatiefwet van Pia Dijkstra (D66) ging het donorregister op de schop. Wie na twee brieven niets invult, komt sindsdien in het register te staan als "geen bezwaar" tegen orgaandonatie. Daarvoor gold het omgekeerde. Je was geen donor, tenzij je daar uitdrukkelijk toestemming voor had gegeven.
In beide Kamers ging het debat over de vraag of dat niet te ver ingreep in artikel 11 Grondwet, het recht op onaantastbaarheid van het lichaam. Tegenstanders vonden dat een burger ook de vrijheid moet hebben om helemaal geen keuze te maken. Wie zwijgt, stemt daarmee nog niet toe. Voorstanders draaiden het om. De kern van de lichamelijke integriteit is dat iemand geïnformeerd is en toestemming geeft, en zowel een opt-in als een opt-out kan die toestemming vastleggen. Doorslaggevend was dat artikel 11 zelf beperkingen bij wet toelaat. De Raad van State schreef in zijn advies dan ook dat een actief donorregistratiesysteem niet per definitie in strijd is met de Grondwet.
De Tweede Kamer nam het voorstel op 13 september 2016 aan met 75 tegen 74 stemmen, de Eerste Kamer op 13 februari 2018 met 38 tegen 36. Het nieuwe register ging op 1 juli 2020 in.
Vaccinatie tijdens de coronapandemie
Tijdens de coronapandemie werd artikel 11 opnieuw actueel. Een wettelijke vaccinatieplicht is er nooit gekomen, maar over indirecte drang, zoals coronatoegangsbewijzen en het voorgenomen 2G-beleid, werd fel gedebatteerd.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd