Artikel 18: Rechtsbijstand
- Ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan.
- De wet stelt regels omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Artikel 18 regelt de rechtsbijstand. Iedereen kan zich bij de rechter of bij een geschil met de overheid laten bijstaan door iemand anders, zoals een advocaat.
Het tweede lid regelt dat niemand op grond van zijn geringe
financiële draagkracht deze bijstand niet krijgt. Deze bepaling kan men aanmerken als een bepaling met een karakter van sociaal grondrecht. Na dit artikel volgen nog meer van dergelijke bepalingen.
De wettelijke regeling, bedoeld in het tweede lid, is de Wet op de rechtsbijstand.
Formele toelichting
Door het eerste lid van artikel 18 weet de burger zich ervan verzekerd, dat hem niet mag worden verhinderd zich in rechte en in administratief beroep te doen bijstaan.
Het tweede lid bevat de waarborg dat hij niet op grond van zijn geringe financiële draagkracht van deze bijstand blijft verstoken. Deze bepaling kan men aanmerken als een bepaling met een karakter van sociaal grondrecht. Na dit artikel volgen nog meer van dergelijke bepalingen.
De wettelijke regeling, bedoeld in het tweede lid, is de Wet op de rechtsbijstand.
In eenvoudig Nederlands
Iedereen heeft recht op rechtsbijstand.
Burgers die de rechtsbijstand niet zelf kunnen betalen, krijgen deze rechtsbijstand toch. De regels hiervoor staan in de wet.
Uitleg
Iedereen heeft recht op rechtsbijstand. Dat betekent dat je in een rechtszaak altijd recht hebt op hulp. Die krijg je dan van een advocaat of van iemand anders die veel verstand heeft van het recht.
Het recht op rechtsbijstand is er voor iedereen die in Nederland is, dus ook als je buitenlander bent.
Je moet de rechtsbijstand wel zelf betalen. Als je zo weinig geld hebt dat je de rechtsbijstand niet zelf kunt betalen, kan de overheid meebetalen. Hoeveel de overheid meebetaalt staat in de wet.
Historische ontwikkeling
Het recht op rechtsbijstand kwam pas in 1983 in de Grondwet, maar de zorg erachter is ouder. Al in 1824 was er een wettelijke regeling waardoor onvermogende burgers kosteloos konden procederen. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het besef dat dit een overheidstaak was. In 1958 trad de Wet rechtsbijstand aan on- en minvermogenden in werking, die advocaten voor het eerst een vergoeding gaf. Die wet werd in 1994 vervangen door de Wet op de rechtsbijstand, waarmee ook de Raad voor Rechtsbijstand werd opgericht.
Artikel 18 was nieuw bij de algehele grondwetsherziening in 1983. Het eerste lid geeft ieder het recht zich in rechte en in administratief beroep te doen bijstaan. Het tweede lid draagt de wetgever op regels te stellen over rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen. Het artikel heeft daarmee zowel het karakter van een klassiek als van een sociaal grondrecht. De uitwerking staat in de Wet op de rechtsbijstand, met de Raad voor Rechtsbijstand als uitvoerder. Artikel 18 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Een stelsel onder druk
De commissie-Van der Meer II stelde in maart 2025 vast dat sociaal advocaten nog steeds meer tijd aan zaken besteden dan zij vergoed krijgen, en rekende uit dat structureel ongeveer veertig miljoen euro per jaar extra nodig is. Het aantal sociaal advocaten daalde in vijf jaar met dertien procent, bijna negenhonderd advocaten, terwijl ongeveer een derde van de beroepsgroep binnen tien jaar de pensioenleeftijd bereikt. Per 1 februari 2026 zijn de vergoedingen aangepast, maar voor advocaten in kantoorverband blijven zij achter bij het beoogde niveau.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd