Artikel 17: Ius de non evocando; Wettelijke toekenning rechter
- Ieder heeft bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
- Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Een burger die van een mogelijk strafbaar feit wordt verdacht, heeft recht op het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter binnen een redelijke termijn. Ook iedere burger kan aan een onafhankelijke en onpartijdige rechter een geschil met een medeburger of de overheid voorleggen als dit in de wet is bepaald. Niemand kan dat recht tegenhouden. Het recht om het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter te vragen is een van de pijlers van de rechtsstaat.
Uiteraard kunnen personen uit vrije wil overeenkomen dat een geschil op een andere manier zal worden opgelost.
In eenvoudig Nederlands
Als de overheid denkt dat je iets strafbaars hebt gedaan of als je ruzie hebt met iemand anders of de overheid, kan niemand je tegenhouden het oordeel van een onafhankelijke en onpartijdige rechter te vragen, die dan binnen een redelijke termijn moet zeggen of je gelijk hebt of niet. In de wet staat wanneer en naar welke rechter je moet gaan.
Uitleg
Het recht om naar een onafhankelijke en onpartijdige rechter te gaan is een van de pijlers van de rechtsstaat. In een rechtsstaat zijn de rechten en plichten van burgers en overheid vastgelegd zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.
Historische ontwikkeling
Het tweede lid van artikel 17 een van de oudste bepalingen van de Grondwet. Dat lid gaat terug op het ‘ius de non evocando’, het recht dat niemand tegen zijn wil kan worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent. In de middeleeuwen betekende dat je alleen mocht worden gedaagd voor een college van gelijken. Met de komst van de eenheidsstaat verdween die betekenis. Er kwamen algemene wetboeken en overal werd in naam van dezelfde overheid recht gesproken. De bepaling veranderde toen van functie. Ze moest voorkomen dat de regering eigen rechtbanken zou oprichten.
Vandaag speelt het artikel vooral een rol bij de toegang tot de rechter. Wie zich erop beroept, doet dat meestal omdat hem de gang naar de gewone rechter wordt betwist.
In 2022 werd er een eerste lid toegevoegd aan de bepaling: het recht op een eerlijk proces. Dat gebeurde na een advies van de staatscommissie-Thomassen uit 2010 en een motie van de Eerste Kamer, omdat dit recht wel in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) stond, maar niet in de Nederlandse Grondwet.
Artikel 17 is sinds 2022 ongewijzigd.
Debat
Toegang tot de rechter in de praktijk
In de huidige praktijk wordt vooral een beroep op artikel 17 gedaan wanneer iemand zijn toegang tot de rechter wordt betwist. Bij de behandeling in de Eerste Kamer werd gewezen op de zogenoemde middengroep. Dat zijn rechtszoekenden die geen recht hebben op gesubsidieerde rechtsbijstand, maar door griffierechten en proceskosten afzien van de gang naar de rechter. Zij vormen volgens senatoren een stille protestgroep die de afstand tot de rechtsstaat groter voelt worden.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd