Artikel 4: Kiesrecht
Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen alsmede tot lid van deze organen te worden verkozen, behoudens bij de wet gestelde beperkingen en uitzonderingen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Iedere Nederlander heeft in principe het recht te kiezen voor en gekozen te worden in een vertegenwoordigend orgaan. De belangrijkste daarvan zijn de beide kamers van de Staten-Generaal, de provinciale staten en (deel)gemeenteraden.
Met het woord gelijkelijk wordt het beginsel van one man, one vote bedoeld.
Het artikel bevat de mogelijkheid voor de wetgever om beperkingen en uitzonderingen op het kiesrecht te maken. Dit slaat onder andere op de regeling van de verkiezingen voor de Eerste Kamer. De leden van die kamer worden niet rechtstreeks gekozen, maar door de provinciale staten.
De regeling van het kiesrecht staat in de Kieswet.
Filmpje: hoe is het kiesrecht geregeld in de Grondwet? (juli 2023)
Formele toelichting
Het recht om te kiezen en om verkozen te worden (actief en passief kiesrecht) betreft het recht om via verkiezingen deel te nemen aan de publieke zaak.
Onder algemeen vertegenwoordigende organen worden verstaan de beide kamers van de Staten-Generaal, de provinciale staten, de gemeenteraden en algemeen vertegenwoordigende organen op gewestelijk of deelgemeentelijk niveau.
Met het woord gelijkelijk wordt het beginsel van one man, one vote tot uitdrukking gebracht.
Het artikel bevat de mogelijkheid voor de wetgever om beperkingen en uitzonderingen op het kiesrecht te maken. Dit slaat onder andere op de regeling van de verkiezingen voor de Eerste Kamer. De leden van die kamer worden niet rechtstreeks gekozen, maar door de provinciale staten (zie hoofdstuk 3).
De regeling van het kiesrecht staat in de Kieswet.
In eenvoudig Nederlands
Iedere Nederlander mag deelnemen aan verkiezingen. Hij mag zelf stemmen en hij mag gekozen worden. In de wet kunnen uitzonderingen staan.
Uitleg
Iedere Nederlander mag meedoen aan de verkiezingen van de Tweede Kamer, provinciale staten en de gemeenteraden. Je mag zelf kiezen. Dit is actief kiesrecht. En je kunt je ook laten kiezen door anderen. Dat is passief kiesrecht. Iedere stem telt even zwaar en iedereen mag maar één keer stemmen.In Nederland stemmen Nederlanders niet zelf voor de leden van de Eerste Kamer. Dat is dus een uitzondering. Die uitzondering staat in artikel 55 van de Grondwet. Er zijn nog meer uitzonderingen die staan in de Kieswet. Bijvoorbeeld dat mensen die geen Nederlander zijn, maar wel al 5 jaar in Nederland wonen, mogen meedoen aan verkiezingen voor de gemeenteraad. Mensen uit een ander land van de Europese Unie mogen gelijk meedoen aan gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente waar zij wonen.
Historische ontwikkeling
Het kiesrecht is in Nederland stap voor stap verworven. De Grondwet van 1848 voerde rechtstreekse verkiezing van de Tweede Kamer in, maar koppelde het stemrecht aan de betaling van een bepaald bedrag aan belasting. In 1887 werd die regeling verruimd door het zogeheten ‘caoutchoucartikel’. Dit artikel hield in dat het kiesrecht werd verleend op grond van kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand. Behalve het betalen van belasting konden dat ook andere zaken zijn, zoals bijvoorbeeld het betalen van huur.
In 1917 werd de grootste stap gezet. Als onderdeel van de Pacificatie kwamen het algemeen mannenkiesrecht, de evenredige vertegenwoordiging en het passief kiesrecht voor vrouwen tot stand. De regeling van het actief vrouwenkiesrecht liet de Grondwet voortaan aan de gewone wetgever over. Daardoor kon het actief kiesrecht voor vrouwen in 1919 met een gewone wijziging van de Kieswet worden ingevoerd, op initiatief van het Kamerlid Marchant. De kiesgerechtigde leeftijd daalde in 1965 naar 21 jaar en in 1972 naar 18 jaar.
Artikel 4 zelf is nieuw in 1983. Daarvoor kon het actief en passief kiesrecht alleen worden afgeleid uit een combinatie van bepalingen in onder andere de Grondwet en de Kieswet. Artikel 4 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Wie mag stemmen?
Wie wel en niet mag stemmen, blijft onderwerp van discussie. Zo hebben politieke partijen regelmatig voorgesteld om de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen naar zestien jaar. Voorstanders wijzen erop dat een zo ruim mogelijk kiesrecht de democratische legitimiteit versterkt.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd