Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 8: Vrijheid van vereniging

Artikel 8

Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.


In andere talen:

English

The right of association shall be recognised. This right may be restricted by Act of Parliament in the interest of public order.

Français

Le droit de sassocier est reconnu. Ce droit peut être limité par la loi dans lintérêt de lordre public.

Deutsch

Das Recht auf Bildung von Vereinen wird anerkannt. Dieses Recht kann im Interesse der öffentlichen Ordnung durch Gesetz eingeschränkt werden .

Español

Se reconoce el derecho de asociación. Este derecho podrá ser limitado por la ley en interés del orden público.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Historische ontwikkeling
  5. Debat
  6. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

Dit artikel beschermt het recht tot vereniging. De wet kan dit recht beperken in het belang van de openbare orde.

De wettelijke regeling van het recht tot vereniging is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (Boek 2).

Formele toelichting

Artikel 8 beschermt het recht tot vereniging. Het bevat de mogelijkheid dat dit recht bij de wet wordt beperkt in het belang van de openbare orde.

De wettelijke regeling van het recht tot vereniging is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (Boek 2).

In eenvoudig Nederlands

Iedereen heeft het recht om samen met anderen een groep te vormen. Maar de groep mag de openbare orde niet in gevaar brengen.

Uitleg
Dit artikel geeft inwoners van Nederland de vrijheid samen met anderen een groep te vormen. Bijvoorbeeld een politieke partij of een vakbond oprichten. Ook is dit artikel bedoeld om burgers het recht te geven lid te zijn van bijvoorbeeld een politieke partij of vakbond.

Alleen als je samen dingen doet die in strijd zijn met de openbare orde, kan de rechter je verbieden samen dingen te doen. Bijvoorbeeld als een groep samen een plan gaat maken om iemand te vermoorden, kan de rechter dit verbieden.

Historische ontwikkeling

Het recht zich te verenigen kwam voor het eerst voor in de Staatsregeling van 1798, samen met het recht op vergadering. In de jaren daarna verdween de bepaling weer. Vanaf 1810, in de Franse tijd, mocht wel worden verenigd, maar alleen met toestemming van de regering. Die situatie bleef ook na de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden bestaan, tot 1848. De regering kon naar welgevallen voorwaarden stellen. Dat werd met willekeur toegepast. Kritiek daarop leidde in 1848 tot het terugkeren van het grondwettelijk recht op vereniging en vergadering. 

In 1983 werden vereniging en vergadering uit elkaar gehaald. Het verenigingsrecht kreeg een eigen artikel, met als enige beperkingsgrond het belang van de openbare orde. De uitwerking daarvan ligt sindsdien vooral in het Burgerlijk Wetboek. Artikel 8 is sinds 1983 ongewijzigd.

Debat

Politieke partijen zijn verenigingen en vallen dus onder artikel 8. Naar aanleiding van de Staatscommissie parlementair stelsel bevat het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen een aparte regeling voor het verbieden van partijen die de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat bedreigen. Naar huidig recht kan dat al, maar via de algemene regeling voor rechtspersonen. Dat is één keer toegepast, bij het verbod van CP ’86 in 1998. 

De mogelijkheid om politieke partijen te verbieden was ook eerder al omstreden. Bij de voorbereiding van de algehele grondwetsherziening keerde met name het Kamerlid Roethof zich rond 1979/1980 tegen een partijverbod.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd