Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 70: Parlementaire enquête

Artikel 70

Beide kamers hebben, zowel ieder afzonderlijk als in verenigde vergadering, het recht van onderzoek (enquête), te regelen bij de wet.


In andere talen:

English

The two Houses shall jointly and separately have the right of inquiry (enquête) to be regulated by Act of Parliament.

Français

Les deux Chambres ont, tant séparément que réunies en une seule assemblée, le droit d'enquête, à régler par la loi.

Deutsch

Beide Kammern haben gesondert und in der Vollversammlung das durch Gesetz zu regelnde Enqueterecht.

Español

Ambas Cámaras, tanto por separado como reunidas en sesión conjunta, tienen el derecho de investigación que será regulado por la ley.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Achtergronden
  5. Historische ontwikkeling
  6. Debat
  7. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

Dit artikel kent beide Kamers afzonderlijk en in Verenigde Vergadering het recht van enquête toe.

Het recht komt erop neer dat de Kamer een commissie samenstelt die onderzoek doet naar een bepaald onderwerp. Die commissie heeft het recht personen op te roepen die onder ede de vragen van de commissie moeten beantwoorden.

Van deze bevoegdheid heeft de Tweede Kamer de laatste jaren diverse malen gebruik gemaakt. Het recht wordt geregeld in de Wet op de Parlementaire Enquête.

De Eerste Kamer heeft nog nooit van het recht gebruik gemaakt.

Formele toelichting

Het recht van onderzoek of enquête is in artikel 70 geregeld. Van deze ingrijpende bevoegdheid heeft de Tweede Kamer de laatste jaren in enkele gevallen gebruik gemaakt: Srebrenica en de bouwnijverheid. Het recht van enquête is uitgewerkt in de Wet op de Parlementaire Enquête 2008.

In eenvoudig Nederlands

De Eerste Kamer en de Tweede Kamer kunnen onderzoek doen. Het onderzoek waarbij de kamer aan mensen vragen stelt en waarbij die mensen verplicht antwoord moeten geven, heet parlementaire enquête. In de wet staat hoe de kamers dit onderzoek doen.

Uitleg

De Kamers kunnen op veel manieren onderzoek doen. Dit artikel gaat over een speciaal soort onderzoek van de Eerste en Tweede Kamer: de parlementaire enquête. In de Wet op de parlementaire enquête staat hoe de Kamers dit onderzoek kunnen doen.

In de praktijk doet de Tweede Kamer zo'n onderzoek alleen als er iets ergs is gebeurd. Bijvoorbeeld als criminelen zaken doen met corrupte politieagenten. Of als grote bouwbedrijven met elkaar afspreken hoe ze hoge prijzen kunnen vragen aan de overheid.

Als de Eerste of de Tweede Kamer zo'n parlementaire enquête uitvoert, dan moet iedereen daaraan meewerken. Ministers, Kamerleden, ambtenaren, maar ook gewone Nederlanders moeten vragen van de kamer beantwoorden. Ze mogen niet zeggen dat ze geen antwoord geven. En ze moeten beloven dat ze eerlijke antwoorden geven.

Achtergronden

Historische ontwikkeling

Beide Kamers hebben, zowel ieder afzonderlijk als in verenigde vergadering, het recht van onderzoek (enquête). Het enquêterecht werd bij de herziening van 1848 vastgelegd in de Grondwet, aanvankelijk alleen voor de Tweede Kamer. Sinds 1887 komt het recht aan beide Kamers toe. De wettelijke uitwerking van dit recht kwam tot stand met de Enquêtewet van 1850, die in 1977 werd omgedoopt tot Wet op de parlementaire enquête en in 2008 volledig is herzien.

De parlementaire enquête is het zwaarste controle-instrument van de Staten-Generaal. Een enquêtecommissie kan getuigen onder ede horen, en iedere persoon in Nederland is verplicht mee te werken. In de praktijk wordt het instrument alleen door de Tweede Kamer gebruikt. De Eerste Kamer heeft er nog nooit gebruik van gemaakt.

De Tweede Kamer heeft op 10 februari 2026 ingestemd met de instelling van een tijdelijke commissie Wet op de parlementaire enquête. Deze commissie zal zich onder andere buigen over mogelijke wijzigingen van de Wet op de parlementaire enquête 2008. Aanleiding zijn aanbevelingen uit de parlementaire enquêtes naar de aardgaswinning in Groningen (‘Groningers boven Gas’) en het fraudebeleid en dienstverlening (‘Blind voor mens en recht’), die door de werkgroep Voor een Kamer die Werkt zijn overgenomen.

Debat

Geen minderheidsenquête

Anders dan in bijvoorbeeld Duitsland kent Nederland geen minderheidsenquête. Een Kamerminderheid kan het instrument niet afdwingen. Dat wordt door critici als een gemis gezien, omdat juist een minderheid behoefte kan hebben aan een diepgaand onderzoek. Een poging om minderheidsenquêterecht in te voeren strandde in het verleden. Tegenstanders vrezen echter dat het instrument juist bot wordt: kan een minderheid een enquête afdwingen, dan zal die vaker worden ingezet, terwijl elke enquête een zeer intensief en tijdrovend onderzoek vergt dat een zwaar beslag legt op de Kamerleden.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd