Artikel 51: Tweekamerstelsel
- De Staten-Generaal bestaan uit de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
- De Tweede Kamer bestaat uit honderdvijftig leden.
- De Eerste Kamer bestaat uit vijfenzeventig leden.
- Bij een verenigde vergadering worden de kamers als één beschouwd.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Nederland kent een tweekamerstelsel. De Tweede Kamer, het direct gekozen deel van de volksvertegenwoordiging, is politiek het belangrijkste deel van het parlement en wordt daarom als eerste genoemd. Daarnaast is er de Eerste Kamer die ook wel als de Kamer van heroverweging wordt aangeduid. In het wetgevingsproces wordt een wetsvoorstel eerst in de Tweede Kamer en daarna pas in de Eerste Kamer behandeld.
Het aantal leden van de Tweede Kamer bedraagt 150, dat van de Eerste Kamer 75. Soms moeten de Kamers samen vergaderen, in 'verenigde vergadering'. Dan is het onderscheid tussen beide Kamers opgeheven en worden zij als één beschouwd.
Formele toelichting
In artikel 51 is vastgelegd dat er een tweekamerstelsel is. De Tweede Kamer, het direct gekozen deel van de volksvertegenwoordiging, is het politiek belangrijkste deel van het parlement en wordt daarom als eerste genoemd. Daarnaast is er de Eerste Kamer die ook wel als de Kamer van heroverweging wordt aangeduid.
Het aantal leden van de Tweede Kamer is in het artikel vastgesteld op 150, het aantal leden van de Eerste Kamer op de helft daarvan: 75.
Het artikel besluit met de vermelding van de verenigde vergadering. Daarin is het onderscheid tussen beide Kamers opgeheven en worden zij als één beschouwd.
In eenvoudig Nederlands
- Ons parlement heeft twee kamers: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
- De Tweede Kamer heeft honderdvijftig leden.
- De Eerste Kamer heeft vijfenzeventig leden.
- Als de Eerste Kamer en de Tweede Kamer samen vergaderen, zijn ze één kamer.
Uitleg
Ons parlement, de Staten-Generaal, heeft twee kamers: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
Waarom zijn er twee Kamers? De bedoeling daarvan is dat, als we een beslissing hebben genomen, we er nog een keer goed over nadenken.
De Tweede Kamer is de belangrijkste Kamer. Dat is zo omdat de bevolking de leden van de Tweede Kamer kiest. Dat is bij de Eerste Kamer anders. De provinciale staten kiezen de leden van de Eerste Kamer. En de bevolking kiest de leden van de provinciale staten.
Soms vergaderen de twee Kamers samen. Bijvoorbeeld op Prinsjesdag, als de Koning de troonrede voorleest. Of als de regering vindt dat de Koning niet meer mag werken. Als de twee Kamers samen vergaderen, dan zijn ze samen één kamer. Als de twee Kamers samen vergaderen noemen we dit officieel de 'verenigde vergadering'.
Historische ontwikkeling
Het tweekamerstelsel bestaat sinds de Grondwet van 1815. De Eerste Kamer werd destijds ingesteld als concessie aan de Zuidelijke Nederlanden, in het bijzonder de Belgische adel. Ook koning Willem I zelf wilde graag zo’n bolwerk rond de troon. De Kamer moest dienen als rem op de besluitvorming van de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer. De ledenaantallen liepen lang uiteen. Het aantal Tweede Kamerleden was aanvankelijk gekoppeld aan het inwonertal en de kiesdistricten en werd in 1888 op honderd vastgesteld.
Het ledental van de Eerste Kamer werd in 1848 op 39 gesteld en in 1888 op 50. De huidige aantallen – 150 in de Tweede Kamer, 75 in de Eerste Kamer – stammen uit 1956. Belangrijkste aanleiding was de gegroeide omvang van het takenpakket van de overheid. Artikel 51 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Omvang van het parlement
De omvang van beide Kamers staat met enige regelmaat ter discussie. Het kabinet-Rutte I kwam in 2012 met een voorstel om het aantal leden terug te brengen tot honderd in de Tweede Kamer en vijftig in de Eerste Kamer. Dat voorstel werd ingetrokken door onvoldoende steun. Er zijn ook voorstanders van uitbreiding. Sinds 1956 is de bevolking sterk gegroeid, waardoor het aantal Kamerleden per inwoner is afgenomen en de werkdruk is toegenomen. Een concreet voorstel tot uitbreiding van het aantal Kamerleden is echter nog niet in behandeling genomen.
Nut en positie Eerste Kamer
Het bestaansrecht van de Eerste Kamer wordt geregeld ter discussie gesteld. Critici wijzen op het ontbreken van een rechtstreeks kiezersmandaat en op het risico van een dubbele politieke toetsing. Voorstanders benadrukken de waarde van de chambre de réflexion (kamer van heroverweging), die wetsvoorstellen toetst op kwaliteit, uitvoerbaarheid en rechtsstatelijkheid. Wat de taak van de Eerste Kamer precies is, legt de Grondwet overigens nergens vast. De Kamer geeft daar zelf invulling aan, bijvoorbeeld met toetsingscriteria, maar ieder lid blijft vrij om zijn of haar afweging op elke grond te maken.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd