Artikel 50: Volksvertegenwoordiging
De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De Staten-Generaal vertegenwoordigen het hele Nederlandse volk. Met deze bepaling komt het vertegenwoordigende en nationale karakter van de Staten-Generaal tot uiting.
Tot 1795, ten tijde van de Republiek, bestonden de Staten-Generaal uit afgevaardigden van de zeven provincies, die allereerst het gewestelijke belang dienden. Sinds 1814 is Staten-Generaal de naam van de volksvertegenwoordiging.
De belangrijkste taken van de Staten-Generaal liggen op het gebied van de controle van de regering, geregeld in de artikelen 65 t/m 72 en op het gebied van wetgeving, geregeld in de artikelen 81 t/m 89.
Formele toelichting
Het hoofdstuk begint met de bepaling dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen. In deze bepaling komt het vertegenwoordigende en nationale karakter van de Staten-Generaal tot uiting.
Ten tijde van de Republiek (tot 1795) was er geen eenheidsstaat en bestond de Staten-Generaal uit afgevaardigden van de zeven provincies, die allereerst het gewestelijke belang dienden. Vanaf 1814 is Staten-Generaal de naam van de volksvertegenwoordiging.
In eenvoudig Nederlands
De leden van de Eerste en Tweede Kamer vertegenwoordigen gezamenlijk het gehele Nederlandse volk.
Uitleg
Democratische landen hebben een volksvertegenwoordiging. Dit heet een parlement. De bevolking kiest de leden van het parlement in vrije en geheime verkiezingen. Het Nederlandse parlement heet officieel de Staten-Generaal. Het Nederlandse parlement bestaat uit twee delen: de Eerste Kamer en de Tweede Kamer.
In dit artikel staat dat de leden van de Eerste en Tweede Kamer er zijn voor het hele Nederlandse volk.
De Eerste en Tweede Kamer controleren of de regering haar werk goed doet. En samen met de regering maken de Eerste en Tweede Kamer wetten. Dit werk doen zij voor álle inwoners van Nederland. Mannen en vrouwen. Jongeren en ouderen. Nederlanders en buitenlanders. Werkgevers en werknemers. Iedereen.
Dit artikel is al in 1815 geschreven, toen Nederland nog geen democratie was. Maar nu betekent dit artikel ook dat de leden van de Tweede Kamer gekozen worden door de hele Nederlandse bevolking. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door provinciale staten.
Historische ontwikkeling
Artikel 50 staat sinds 1814 in de Grondwet. Het is de enige bepaling die vanaf dat moment ongewijzigd in de Nederlandse Grondwet staat. De interpretatie van het artikel is wel veranderd door de tijd heen.
Voordat het Koninkrijk der Nederlanden ontstond was Nederland een republiek bestaande uit verschillende gewesten. De term ‘Staten-Generaal’ bestond op dat moment al honderden jaren, maar bestond tot dan toe alleen uit mensen die hun eigen gewest – en de belangen daarvan – vertegenwoordigden.
Toen het Koninkrijk der Nederlanden ontstond moest duidelijk zijn dat de leden van de Staten-Generaal niet langer hun eigen gewest, maar het belang van alle Nederlanders voorop zou stellen. Daarmee legde de Grondwet vooral vast dat Nederland vanaf dat moment een eenheidsstaat was.
Met de jaren is de betekenis van de bepaling veranderd. Het krijgt tegenwoordig een meer democratische uitleg.
Debat
Representatieve democratie versus directe democratie
Artikel 50 staat voor het uitgangspunt van de representatieve democratie. De burger kiest een volksvertegenwoordiging die op eigen gezag beslist. Met enige regelmaat staat dit model ter discussie. Voorstanders van meer directe democratie pleiten voor instrumenten als het referendum of het burgerberaad. Een bekend voorbeeld is het idee van een ‘levend stemkastje’, waarbij een Kamerlid zonder eigen oordeel zou stemmen volgens de uitkomst van online raadplegingen onder de achterban.
Meer lezen
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd