Artikel 49: Ambtsaanvaarding; ambtseed
Op de wijze bij de wet voorgeschreven leggen de ministers en de staatssecretarissen bij de aanvaarding van hun ambt ten overstaan van de Koning een eed, dan wel verklaring en belofte, van zuivering af en zweren of beloven zij trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van hun ambt.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
In de Grondwet is geen letterlijke tekst opgenomen voor de eed of belofte die nieuwe ministers en staatssecretarissen moeten afleggen. Net als voor de eed die de Koning aflegt, staat in de Grondwet alleen de zakelijke inhoud van de eed.
In de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal is de inhoud van de eed of belofte vastgelegd.
De eed of belofte mag op grond van de Wet gebruik Fries in het rechtsverkeer ook in het Fries worden afgelegd.
Formele toelichting
Voor de eden en beloften die nieuw optredende ministers en staatssecretarissen moeten afleggen, heeft de Grondwet zich, in navolging van hetgeen in de eerste paragraaf over de door de Koning af te leggen eden en beloften is opgenomen, beperkt tot het aangeven van de zakelijke inhoud ervan (artikel 49).
De voorgeschreven eed of belofte houdt ook in, dat zal dienen te worden gehandeld overeenkomstig geschreven dan wel ongeschreven normen die voor de getrouwe vervulling van het ambt in acht moeten worden genomen. In de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal is de inhoud van deze eed of belofte vastgelegd.
In eenvoudig Nederlands
Ministers en staatssecretarissen moeten drie dingen beloven of zweren:
- dat zij zich niet hebben laten omkopen en dat ze zich niet zullen laten omkopen;
- dat zij zich aan de Grondwet zullen houden;
- dat zij hun werk goed zullen doen.
In de wet staat hoe ze dit moeten doen.
Uitleg
Voordat de ministers en staatssecretarissen aan het werk gaan moeten ze een aantal dingen beloven. Dit staat in de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal.
In de eerste plaats moeten ze beloven dat ze zich niet laten omkopen. Ministers en staatssecretarissen mogen geen geld en cadeaus krijgen van mensen die op deze manier hun werk willen beïnvloeden.
In de tweede plaats moeten ze beloven dat ze zich aan de Grondwet zullen houden. Ze mogen geen dingen doen die de Grondwet verbiedt.
In de derde plaats moeten ze beloven dat ze hun werk goed zullen doen.
De ministers en staatssecretarissen mogen deze drie dingen beloven, maar ze mogen dit ook zweren. Voor de wet maakt dat geen verschil. Ze mogen kiezen tussen een belofte doen: 'Dat beloof ik' of een eed zweren: 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig'.
Historische ontwikkeling
De eed of belofte van bewindslieden is in Grondwet aanwezig sinds 1815. Grondwetsversies uit de 19e eeuw kende uitgebreide eedsformules in de tekst van de grondwet zelf, met onder meer trouw aan de koning, aan de Grondwet en aan een goede ambtsuitoefening.
Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 zijn die uitgebreide formules uit de Grondwet gehaald. De grondwet noemt sindsdien alleen de wezenlijke elementen van de eed. Trouw aan de Grondwet omvat volgens de regering alle constitutionele instellingen, inclusief de koning.
De gedetailleerde formuleringen zijn vastgelegd in de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992. Op grond van artikel 47, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk leggen ministers daarnaast de eed of belofte van trouw aan de koning en aan het Statuut af. Deze eed komt dus niet uit artikel 49 Grondwet. Artikel 49 is sinds 1983 ongewijzigd.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd