Artikel 132a: Caribische openbare lichamen
- Bij de wet kunnen in het Caribische deel van Nederland andere territoriale openbare lichamen dan provincies en gemeenten worden ingesteld en opgeheven.
- De artikelen 124, 125 en 127 tot en met 132 zijn ten aanzien van deze openbare lichamen van overeenkomstige toepassing.
- In deze openbare lichamen worden verkiezingen gehouden voor een kiescollege voor de Eerste Kamer. Artikel 129 is van overeenkomstige toepassing.
- Voor deze openbare lichamen kunnen regels worden gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog op bijzondere omstandigheden waardoor deze openbare lichamen zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Dit artikel regelt de constitutionele basis van de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in Caribisch Nederland. Het artikel bepaalt dat bij wet in Caribisch Nederland openbare lichamen ingesteld en opgeheven kunnen worden. Daarnaast wordt met de wijziging bepaald dat in de openbare lichamen verkiezingen voor een kiescollege worden gehouden.
Ten slotte wordt nog bepaald dat door de bijzondere positie van Caribisch Nederland - ver van Europees Nederland en de positie als een 'eiland' - bijzondere regels en maatregelen kunnen gelden.
Formele toelichting
Voor de Eerste Kamer voorziet de Grondwet in een stelsel van indirecte verkiezing door de leden van provinciale staten en, indien op grond van artikel 132a Caribische openbare lichamen zijn ingesteld, de leden van de kiescolleges voor de Eerste Kamer in die openbare lichamen (artikel 55).
Voorgeschreven wordt dat de verkiezing, behoudens in geval van ontbinding van de kamer, gehouden wordt binnen drie maanden na de verkiezing van de leden van provinciale staten. Hierdoor is verzekerd dat de samenstelling van een nieuwe Eerste Kamer gebaseerd is op een recente uitspraak van de kiezers. Eventuele nieuwe politieke ontwikkelingen die zich bij de verkiezingen van provinciale staten voordoen, zullen hierdoor op korte termijn hun doorwerking kunnen vinden in de samenstelling van de Eerste Kamer.
De zittingsduur van provinciale staten is op vier jaar gesteld, behoudens bij de wet te bepalen uitzonderingen (artikel 129, vierde lid). Ingeval de wetgever van deze mogelijkheid gebruik maakt, zal de zittingsduur van de Eerste Kamer aangepast moeten kunnen worden aan de eventuele verlenging of verkorting van de zittingsduur van de colleges van provinciale staten. In artikel 52, tweede lid, wordt deze afwijking van de normale zittingsduur van vier jaar mogelijk gemaakt.
Indien slechts voor één of enkele provincies van de normale zittingsduur wordt afgeweken, bij voorbeeld bij een provinciale herindeling, zal echter geen verkorting van de zittingsduur en geen tussentijdse verkiezing van de Eerste Kamer nodig zijn.
Historische ontwikkeling
Op 10 oktober 2010 werden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba openbare lichamen binnen Nederland. Aanvankelijk berustte hun status op artikel 134. Bij een grondwetswijziging die in 2017 in werking trad, kreeg Caribisch Nederland een eigen grondslag in het nieuwe artikel 132a.
Omdat de eilanden niet onder een provincie vallen, moest een aparte voorziening worden getroffen voor de vertegenwoordiging in de Eerste Kamer. Daarover werd via een afzonderlijke wet een kiescollege ingevoerd. De uitwerking staat in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES).
Debat
Gelijkwaardigheid en het sociaal minimum
Al langer klinkt de vraag of inwoners van Caribisch Nederland gelijkwaardig worden behandeld. Het gaat onder meer om de hoogte van het sociaal minimum, de kosten van levensonderhoud en het voorzieningenniveau, die afwijken van die in Europees Nederland.
In april 2026 concludeerde de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme dat de Nederlandse staat ‘faalt’ als het gaat om de behandeling van inwoners van Caribisch Nederland.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd