Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 124: Autonomie; medebewind

Artikel 124
  1. Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten.
  2. Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet.

In andere talen:

English

  1. The powers of provinces and municipalities to regulate and administer their own internal affairs shall be delegated to their administrative organs.
  2. Provincial and municipal administrative organs may be required by or pursuant to Act of Parliament to provide regulation and administration.

Français

  1. La compétence pour régler et administrer les affaires intérieures des provinces et des communes est laissée aux administrations provinciales et communales.
  2. L'action réglementaire et administrative peut être exigée des administrations provinciales et communales par la loi ou en vertu de la loi.

Deutsch

  1. Die Befugnis zur Regelung und Verwaltung des Haushalts der Provinzen und Gemeinden wird deren Verwaltungen überlassen.
  2. Die Regelung und Verwaltung kann den Provinzial- und Gemeindeverwaltungen durch Gesetz oder kraft Gesetzes abverlangt werden.

Español

  1. La competencia para reglamentar y administrar los asuntos internos de las provincias y municipios estará encomendada a sus respectivos órganos de administración.
  2. La reglamentación y administración podrán exigirse de los respectivos órganos de administración provincial y municipal por o en virtud de la ley.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Historische ontwikkeling
  5. Debat
  6. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

Provincies en gemeenten zijn bestuurslagen met zelfstandige bevoegdheden. Zij zijn bevoegd taken op zich te nemen die te maken hebben met het bestuur en beleid van de provincie of gemeente, tenzij dit beleid in strijd is met wettelijke regels. Daarnaast kan in een wet bepaald worden dat in opdracht van de in die wet genoemde instanties, provinciale en gemeentelijke besturen mee moeten werken bij regeling en bestuur.

Hoe het bestuur van provincies en gemeenten is georganiseerd, staat in de wet: de Provinciewet en de Gemeentewet.

Formele toelichting

Artikel 124 is een van de belangrijkste bepalingen van hoofdstuk 7. In dit artikel is vastgelegd dat provincies en gemeenten lichamen met autonome bevoegdheden zijn.

Ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn provincies en gemeenten vrij om alle taken inzake hun huishouding ter hand te nemen, mits zij daardoor niet in strijd handelen met wettelijke voorschriften van hogere orde.

Het tweede lid geeft de bevoegdheid om regeling en bestuur van de besturen van provincies en gemeenten bij of krachtens de wet te vorderen.

In eenvoudig Nederlands

  1. De besturen van de provincies en gemeenten beslissen zelf wat ze doen en welke regels ze maken op hun eigen gebied.
  2. De regering en de Eerste en Tweede Kamer kunnen tegen provincies en gemeenten zeggen wat ze moeten doen. De provincie kan ook tegen gemeenten zeggen wat ze moeten doen. Hoe dit moet, staat in de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit mag doen.

Uitleg

De regering en de Eerste en Tweede Kamer zijn in Nederland de baas. We noemen dit de rijksoverheid. De rijksoverheid is de hoogste overheid. Provincies en gemeenten zijn lagere overheden.

In dit artikel staat dat de besturen van provincies en gemeenten toch zelf mogen beslissen wat ze doen. Ook al is de rijksoverheid de hoogste overheid, de provincies en gemeenten zijn hun eigen baas op hun eigen grondgebied. En ze mogen alleen maar regels maken voor het gebied waarop de provincie of de gemeente de baas is. Ze mogen natuurlijk geen regels maken voor wat mensen in hun eigen huis doen.

Soms vinden de regering en de Eerste en Tweede Kamer iets zo belangrijk dat ze vinden dat de rijksoverheid tegen provincies en gemeenten mag zeggen wat ze moeten doen. Dit heet medebewind: de provincie of de gemeente moeten dan een regel van de regering uitvoeren. Een voorbeeld is het onderwijs: de rijksoverheid maakt veel regels voor het onderwijs in gemeenten, omdat de regering en de Eerste en Tweede Kamer vinden dat alle inwoners van ons land goed onderwijs moeten krijgen.

De provincie is een hogere overheid dan de gemeente. De provincie mag daarom ook soms tegen gemeenten zeggen wat ze moeten doen. In de Provinciewet en de Gemeentewet staan hiervoor de regels.

Historische ontwikkeling

In 1848 werd de autonomie van provincie en gemeente verankerd in de Grondwet. Al in 1814 werd het medebewind, de grondslag om medewerking aan hogere regelingen te vorderen, ingevoerd voor provincies. Voor gemeenten werd het medebewind in 1887 geregeld, echter stond dit eerder al in de Gemeentewet van 1851.

Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 werden autonomie (eerste lid) en medebewind (tweede lid) voor beide bestuurslagen in één artikel samengebracht. Sinds de invoeging van artikel 132a is artikel 124 van overeenkomstige toepassing op de Caribische openbare lichamen. Artikel 124 is sinds 1983 ongewijzigd.

Debat

Decentralisaties en financiële verhoudingen

Sinds de decentralisaties in het sociaal domein van 2015 (de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet) voeren gemeenten omvangrijke taken in medebewind uit. Daarmee is de financiële afhankelijkheid van het Rijk toegenomen. In het debat over de bekostiging keert steeds de vraag terug of gemeenten wel voldoende middelen krijgen om hun wettelijke taken uit te voeren. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) waarschuwde jarenlang voor het ‘ravijnjaar’ 2026, wanneer het Gemeentefonds structureel fors zou worden verlaagd. In september 2025 bleek dat het ravijn van 2026 voor een groot deel was ‘gedempt’ door het kabinet-Schoof, al zijn de zorgen voor een groot begrotingstekort nu verschoven naar 2028.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd