Artikel 116: Rechterlijke macht; benoeming; toezicht
- De wet wijst de gerechten aan die behoren tot de rechterlijke macht.
- De wet regelt de inrichting, samenstelling en bevoegdheid van de rechterlijke macht.
- De wet kan bepalen, dat aan rechtspraak door de rechterlijke macht mede wordt deelgenomen door personen die niet daartoe behoren.
- De wet regelt het toezicht door leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast uit te oefenen op de ambtsvervulling door zodanige leden en door de personen bedoeld in het vorige lid.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De wet regelt de organisatie van de rechterlijke macht zoals
- welke rechtbanken en rechters er zijn,
- hoe de rechtbanken zijn georganiseerd, hoe die zijn samengesteld en wat hun bevoegdheden zijn
- welke rechters toezicht houden op de rechtbanken
In een wet kan staan dat ook leden die geen rechters zijn aan de rechtspraak kunnen deelnemen. Te denken valt aan militairen bij een militaire rechtbank. Omdat gesproken wordt over 'mede' is juryrechtspraak niet mogelijk.
Een en ander is geregeld in de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet op de rechterlijke indeling.
Formele toelichting
De artikelen 116 en 117 bevatten enkele voorschriften omtrent de organisatie van de rechterlijke macht, de benoeming van de leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast, en het toezicht op de ambtsvervulling door die functionarissen.
Een zeer belangrijke basis voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vindt men in de bepaling dat de leden van de rechterlijke macht die met rechtspraak zijn belast, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad, voor het leven worden benoemd. Zij kunnen alleen worden ontslagen op eigen verzoek, wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd of, in de gevallen bij wet bepaald, door een gerecht, dat door de wet is aangewezen en dat tot de rechterlijke macht behoort.
In artikel 116, derde lid, is de mogelijkheid vervat, dat aan de rechtspraak mede wordt deelgenomen door personen die niet tot de rechterlijke macht behoren. De invoering van juryrechtspraak bij de rechterlijke macht in ons land is echter, omdat de Grondwet spreekt van 'mede deelnemen', uitgesloten.
In eenvoudig Nederlands
- In de wet staat welke gerechten horen bij de rechterlijke macht.
- In de wet staat de organisatie en de samenstelling van deze gerechten. Ook staat in de wet wat deze gerechten mogen. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit beslist.
- In de wet kan staan dat ook mensen die geen rechter van de rechterlijke macht zijn samen met echte rechters mogen rechtspreken.
- In de wet staat welke rechters toezicht houden op het werk van rechters. In de wet kan ook staan dat iemand anders toezicht houdt.
Uitleg
In de Wet op de Rechterlijke Organisatie staat welke gerechten behoren tot de rechterlijke macht. Dit zijn de Hoge Raad, de gerechtshoven, de arrondissementsrechtbanken en de kantongerechten.
In deze wet staat ook hoe deze gerechten zijn georganiseerd, wie er lid zijn van de gerechten en wat de gerechten mogen.
Het is niet per se nodig dat je een rechter van de rechterlijke macht moet zijn om recht te mogen spreken. Soms mogen ook gewone burgers samen met echte rechters rechtspreken. In de wet staat wanneer dit mag.
Ten slotte staat in de wet ook wie toezicht houdt op de kwaliteit van de rechtspraak. De Raad voor de Rechtspraak speelt hierin een belangrijke rol.
Historische ontwikkeling
De regel dat de rechterlijke macht alleen wordt uitgeoefend door bij wet aangewezen gerechten komt uit de Grondwet van 1815. Sinds 1848 mag de wetgever de rechters aanwijzen. In 1922 werd de mogelijkheid toegevoegd dat ook personen van buiten de rechterlijke macht aan rechtspraak deelnemen. Rechtspraak door enkel een jury werd uitgesloten door het woord ‘mede’ in de bepaling. Bij de algehele herziening van 1983 kreeg het artikel zijn huidige vorm. De wet wijst de gerechten aan, regelt hun inrichting en bevoegdheid en regelt het toezicht.
In 2006 werd juryrechtspraak onderzocht door hoogleraar strafrecht Theo de Roos en na zijn advies opnieuw afgewezen door de regering. Artikel 116 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Werkdruk en financiering van de rechtspraak
De organisatie van de rechtspraak staat al jaren onder druk door een structureel te hoge werkdruk. Rechters trokken in 2018 met een brandbrief aan de bel , en uit een verkenning uit 2024 bleek dat zij gemiddeld fors overwerken. Vanaf 2026 wordt het budget van de rechtspraak structureel verhoogd om meer rechters aan te trekken en doorlooptijden te verkorten.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd