Artikel 74: Lidmaatschap Raad van State
- De Koning is voorzitter van de Raad van State. De vermoedelijke opvolger van de Koning heeft na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar van rechtswege zitting in de Raad. Bij of krachtens de wet kan aan andere leden van het koninklijk huis zitting in de Raad worden verleend.
- De leden van de Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.
- Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.
- In de gevallen bij de wet aangewezen kunnen zij door de Raad worden geschorst of ontslagen.
- De wet regelt overigens hun rechtspositie.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De koning is voorzitter van de Raad van State. De kroonprins(es) kan als hij/zij achttien jaar is de vergaderingen van de Raad bijwonen. De wet kan dat ook voor andere leden van het koninklijk huis bepalen. Zo hadden de prins-gemalen zitting in de Raad van State en nam ook Máxima na haar huwelijk met Willem-Alexander zitting in de Raad van State.
De leden van de Raad worden voor het leven per koninklijk besluit, dus door de regering, benoemd. Zij kunnen alleen worden ontslagen:
- op eigen verzoek;
- als zij een bij de wet bepaalde leeftijd hebben bereikt (dat is 70 jaar conform artikel 3 van de Wet op de Raad van State);
- door de Raad van State zelf in bepaalde in de de wet genoemde gevallen (artikel 3a van de Wet op de Raad van State).
De Raad van State kan ook in in de wet genoemde gevallen een lid schorsen.
Hiermee komt hun rechtspositie sterk overeen met die van de leden van de rechterlijke macht en is de onafhankelijkheid van de leden van de Raad verzekerd. De Raad van State vervult immers ook een belangrijke functie op het terrein van de administratieve rechtspraak.
Formele toelichting
De Koning is voorzitter van de Raad van State. De kroonprins(es) heeft van rechtswege zitting in de Raad van State; ook aan andere leden van het koninklijk huis kan zitting worden verleend (artikel 74, eerste lid).
Artikel 74, tweede lid, bepaalt dat de leden van de Raad voor het leven worden benoemd. Hiermee is een waarborg vastgelegd voor de onafhankelijkheid van de leden van de Raad. De Raad van State vervult immers ook een belangrijke functie op het terrein van de administratieve rechtspraak.
Overeenkomstig de eis van de Grondwet is de rechtspositie van de leden van de Raad van State wettelijk geregeld.
In eenvoudig Nederlands
- De Koning is voorzitter van de Raad van State. De opvolger van de Koning is lid van de Raad van State als hij achttien jaar is geworden. In de wet staat welke andere leden van het koninklijk huis lid zijn van de Raad van State. In de wet kan ook staan dat iemand anders deze leden van het koninklijk huis lid van de Raad van State kan maken.
- De regering beslist wie lid zijn van de Raad van State. Leden van de Raad van State zijn dat hun hele leven.
- Leden van de Raad van State kunnen ontslag nemen als ze dat zelf willen. Ook krijgen ze ontslag als ze een leeftijd hebben die in de wet staat.
- In de wet staat wanneer leden van de Raad van State ontslag krijgen. Of wanneer ze hun werk niet meer mogen doen.
- In de wet staat wat de rechten en plichten zijn van de leden van de Raad van State. In de wet kan ook staan dat iemand anders dit doet.
Uitleg
De Koning is voorzitter van de Raad van State. Maar hij is er bijna nooit. Hij mag wel meepraten, maar hij mag niet stemmen. In de praktijk is de vicepresident van de Raad de voorzitter.
Als de opvolger van de Koning, de kroonprins, achttien jaar is, wordt hij lid van de Raad van State. Ook andere leden van het koninklijk huis kunnen lid zijn van de Raad. Wie dat zijn, staat in de wet.
De regering beslist wie lid zijn van de Raad van State. Wie eenmaal lid is van de Raad blijft dat zijn hele leven. Dat wil zeggen, tot hij 70 jaar wordt. Dan gaat hij met pensioen. Natuurlijk kunnen de leden van de Raad ook ontslag nemen als ze dat willen.
De rechten en plichten van punt 5 gaan over het werk als lid van de Raad van State. In de wet staat bijvoorbeeld hoeveel de leden verdienen, hoeveel vakantiedagen ze hebben en hoe hoog hun pensioen is.
Historische ontwikkeling
Sinds de Grondwet van 1814 is de koning voorzitter van de Raad van State. In 1848 verloor het voorzitterschap zijn bestuurlijke betekenis toen de ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd. De koning nam voortaan niet meer deel aan de werkzaamheden. Bij de voorbereiding van de grondwetsherziening van 1983 stelde de staatscommissie-Cals/Donner voor om het voorzitterschap van de koning te schrappen. De regering wees dit af met een beroep op traditie en het symbolische karakter ervan.
Debat
Voorzitterschap van de koning
Het voorzitterschap van de koning wordt bekritiseerd vanuit het oogpunt van rechterlijke onafhankelijkheid. Het voorzitterschap, hoe symbolisch en ceremonieel ook, laat zich moeilijk verenigen met de onafhankelijkheid die van de Raad als hoogste bestuursrechter wordt vereist. De koning is bovendien voorzitter van de grondwettelijke Raad, die bevoegdheden heeft ten aanzien van benoeming, schorsing en ontslag van de staatsraden in de Afdeling bestuursrechtspraak.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd