Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 53: Evenredige vertegen­woor­di­ging; geheime stemming

Artikel 53
  1. De leden van beide kamers worden gekozen op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen.
  2. De verkiezingen worden gehouden bij geheime stemming.

In andere talen:

English

  1. The members of both Houses shall be elected by proportional representation within the limits to be laid down by Act of Parliament.
  2. Elections shall be by secret ballot.

Français

  1. Les membres des deux Chambres sont élus sur la base de la représentation proportionnelle dans des limites à établir par la loi.
  2. Les élections se font par voie de scrutin secret.

Deutsch

  1. Die Mitglieder beider Kammern werden auf der Grundlage des Verhältniswahlrecht innerhalb der durch Gesetz festzulegenden Grenzen gewählt.
  2. Die Wahlen sind geheim.

Español

  1. Los miembros de ambas Cámaras son elegidos sobre la base de la representación proporcional dentro de los limites que la ley establezca.
  2. Las elecciones se realizan por votación secreta.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Historische ontwikkeling
  5. Debat
  6. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

Verkiezingen voor de Tweede en Eerste Kamer worden gehouden op basis van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen. Dat betekent dat de wetgever geen volstrekte evenredigheid hoeft na te streven. Een stelsel met afzonderlijke kiesgebieden of een kiesdrempel is dus mogelijk. Tot 1983 werden de leden van de Eerste Kamer bijvoorbeeld door vier afzonderlijke groepen van Provinciale Staten gekozen. Een en ander is geregeld in de Kieswet.

Daarnaast is het fundamentele beginsel dat de verkiezingen geheim zijn opgenomen. Toen bleek dat stemcomputers waren af te luisteren, besloot de regering in 2007 weer handmatig te laten stemmen met gebruikmaking van stembiljetten en een rood potlood.

Formele toelichting

Het kiesrecht en de verkiezingen worden op hoofdpunten in de Grondwet geregeld. De Grondwet draagt de wetgever op verder alles wat betreft het kiesrecht en de verkiezingen bij wet te regelen (artikel 59).

Dit is gebeurd in de Kieswet.

Beide Kamers worden elke vier jaar door middel van verkiezingen opnieuw samengesteld. De verkiezingen worden gehouden op de grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen.

Met deze formulering wordt tot uitdrukking gebracht dat de wetgever geen volstrekte evenredigheid behoeft na te streven. Een stelsel van afzonderlijke kiesgebieden of een kiesdrempel is dus niet volledig uitgesloten.

Het fundamentele beginsel dat de verkiezingen worden gehouden bij geheime stemming, is in artikel 53 uitdrukkelijk opgenomen.

In eenvoudig Nederlands

  1. Het deel van het aantal Kamerzetels dat een politieke partij krijgt, is net zo groot als het deel van alle stemmen dat een politieke partij bij verkiezingen heeft gekregen. In de wet staat de precieze berekening.
  2. De verkiezingen zijn geheim.

Uitleg

Het Nederlandse kiesstelsel is een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dit betekent bijvoorbeeld dat een politieke partij die 10% van alle stemmen krijgt, ook 10% van alle Kamerzetels krijgt. In Nederland tellen we alle stemmen van het hele land bij elkaar op.

De meeste landen hebben evenredige vertegenwoordiging, maar bijvoorbeeld de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk niet. Zij hebben een meerderheidsstelsel in combinatie met een districtenstelsel. Dan is het land verdeeld in 'kleine' gebieden. Wie in een kiesdistrict de meeste stemmen krijgt, is gekozen.

Dan kan het zo zijn dat je met een kleine meerderheid van de stemmen een grote meerderheid in het parlement hebt. In een districtenstelsel met een meerderheidsstelsel heb je in het parlement daarom vaak maar twee partijen. Want het is voor kleine partijen moeilijk om een zetel in het parlement te krijgen.

In veel landen wordt evenredige vertegenwoordiging gecombineerd met een districtenstelsel. Er zijn dan wel districten, maar daarbinnen wordt evenredige vertegenwoordiging toegepast. Dat is bijvoorbeeld zo in Zweden, Griekenland, Spanje en België. In die landen kunnen kleine partijen gemakkelijker een zetel in het parlement krijgen.

Verkiezingen zijn geheim. Je hoeft aan niemand te vertellen op welke partij je hebt gestemd. En het stembureau moet zo zijn ingericht, dat niemand kan weten op welke partij je hebt gestemd.

Historische ontwikkeling

Vóór 1917 kende Nederland een districtenstelsel met een absoluut meerderheidsstelsel. Een kandidaat moest in zijn district de meerderheid van de stemmen behalen. Bij de grondwetsherziening van 1917 werd, samen met het algemeen kiesrecht, de evenredige vertegenwoordiging ingevoerd voor de Tweede Kamer. Sinds 1922 geldt zij ook voor de Eerste Kamer. De Eerste Kamer werd van 1923 tot 1983 nog in vier districten (groepen van provincies) gekozen; sinds de grondwetsherziening van 1983 kiezen alle Statenleden tegelijk alle leden.

De Grondwet schrijft evenredige vertegenwoordiging voor ‘binnen door de wet te stellen grenzen’. Daarmee is een stelsel met afzonderlijke kiesgebieden of een kiesdrempel niet helemaal uitgesloten. Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 kreeg de bepaling haar huidige formulering.

Debat

Afstand tussen kiezer en gekozene

De invoering van de evenredige vertegenwoordiging verbreedde het politieke spectrum, maar vergrootte volgens velen ook de afstand tussen kiezer en gekozene. Doordat de meeste kiezers op de lijsttrekker stemmen, danken de meeste Kamerleden hun zetel aan hun plaats op de kandidatenlijst en niet aan een persoonlijke of regionale band. Met enige regelmaat klinkt daarom de roep om elementen van een districtenstelsel in te voeren. Minister De Graaf deed daartoe in 2005 een poging met een tweestemmenstelsel naar Duits model, maar zijn wetsvoorstel werd na zijn aftreden ingetrokken. De Staatscommissie parlementair stelsel deed in 2018 nieuwe aanbevelingen om de band tussen kiezer en gekozene te versterken.

Kiesdrempel en versterking

Anders dan veel andere landen kent Nederland geen wettelijke kiesdrempel. De feitelijke drempel is één zetel, wat neerkomt op ongeveer 0,67% van de stemmen. Tegen de achtergrond van een groeiend aantal fracties wordt soms gepleit voor een kiesdrempel om versplintering tegen te gaan. Tegenstanders wijzen op het belang van een zo zuiver mogelijke afspiegeling van de kiezer. Breder is er al langer discussie over versterking van de band tussen kiezer en gekozene, bijvoorbeeld door regionalisering van het kiesstelsel of verlaging van de voorkeursdrempel; minister Uitermark bracht daarover nog een voorontwerp uit. Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA kondigde onderzoek aan naar een hogere kiesdrempel. De Tweede Kamer wees dat onderzoek op 10 februari 2026 met de motie-Bikker c.s. af, onder verwijzing naar het rapport ‘Lage drempels, hoge dijken’ van de Staatscommissie parlementair stelsel (2018). 

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd