Artikel 44: Ministeries; minister zonder portefeuille
- Bij koninklijk besluit worden ministeries ingesteld. Zij staan onder leiding van een minister.
- Ook kunnen ministers worden benoemd die niet belast zijn met de leiding van een ministerie.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Ministeries worden per koninklijk besluit ingesteld. Aan het hoofd van een ministerie staat een minister. Die heeft de politiek leiding van het ministerie. Dat betekent dat hij in grote lijnen het beleid bepaalt. De ambtelijke leiding van een ministerie is in handen van een secretaris-generaal.
Er kunnen ook ministers zijn die niet aan het hoofd staan van een ministerie. Dat zijn ministers 'zonder portefeuille'. Voorbeelden daarvan uit kabinet-Rutte IV waren de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de minister voor Langdurige Zorg en Sport, de minister voor Natuur en Stikstof en de minister voor Rechtsbescherming.
In eenvoudig Nederlands
- De regering beslist welke ministeries er zijn. Een minister geeft leiding aan een ministerie.
- In de regering kunnen ook ministers zitten die geen leiding geven aan een ministerie.
Uitleg
In Den Haag staan de ministeries, zoals het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Justitie. Op de ministeries werken ambtenaren. Zij doen drie dingen:
- ze helpen de ministers bij het maken van de wetten en het beleid;
- ze voeren het beleid uit;
- ze letten erop dat iedereen zich aan de wetten houdt.
Welke ministeries er zijn, staat niet in de Grondwet. De regering beslist hoeveel ministeries er zijn. En welke ministeries er zijn. Een minister is de baas van een ministerie.
Sommige ministers hebben geen eigen ministerie. Dit noemen we een minister zonder portefeuille. Bijvoorbeeld de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking werkt in het ministerie van Buitenlandse Zaken. De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking geeft dus geen leiding aan een ministerie. Dat doet de minister van Buitenlandse Zaken.
Historische ontwikkeling
De Grondwet kent sinds 1814 ‘ministeriële departementen’, ingesteld door de koning. Oudere formuleringen lieten zien dat de koning departementen instelde, de hoofden ervan benoemde en deze ‘naar welgevallen’ ontsloeg.
De Grondwetsherziening van 1938 opende de mogelijkheid om ministers zonder portefeuille te benoemen. Ministers zonder portefeuille staan niet aan het hoofd van een departement. Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 kreeg de bepaling haar huidige formulering. Artikel 44 is sinds 1983 ongewijzigd.'
Debat
Minister van of minister voor?
Het is gebruikelijk dat een minister zonder portefeuille de titel ‘minister voor’ voert. Met die gewoonte is gebroken onder kabinet-Jetten. Critici vinden dit staatsrechtelijk onzuiver. Het onderscheid tussen ministers van en ministers voor is grondwettelijk geregeld. De aanduiding ‘minister voor’ maakt het verschil tussen beide typen bewindslieden in één oogopslag zichtbaar, stellen zij.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd