Artikel 42: Ministeriële verantwoordelijkheid
- De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers.
- De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De Koning en de ministers vormen samen de regering. Een belangrijk beginsel van onze staatsinrichting is dat de Koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn. Dat betekent dat zij, en niet de koning, verantwoordelijk zijn voor het regeringsbeleid en daarover verantwoording moeten afleggen in Tweede en Eerste Kamer.
De politieke verantwoordelijkheid van ministers is, sinds 1848, alleen in de Grondwet geregeld. Wel bestaan in het ongeschreven staatsrecht regels over de ministeriële verantwoordelijkheid. Zo moet een minister bijvoorbeeld het vertrouwen van de Tweede Kamer hebben. Zodra hij dat verliest, bijvoorbeeld doordat de Tweede Kamer een motie van wantrouwen aanneemt, dient een minister zijn ontslag in.
Wel regelt sinds 1855 de wet de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers. Die regel kwam al in 1840 in de Grondwet. De wet is in 2018 vervangen door de Wet ministeriële verantwoordelijkheid en ambtsdelicten leden Staten-Generaal, ministers en staatssecretarissen.
Formele toelichting
De twee-eenheid van Koning en ministers is tot uitdrukking gebracht in de bepaling dat de regering door hen gezamenlijk wordt gevormd. Een fundamenteel beginsel van onze staatsinrichting is vervolgens neergelegd in de bepaling dat de Koning onschendbaar is en de ministers verantwoordelijk zijn (artikel 42).
De belangrijke politieke verantwoordelijkheid van de ministers is alleen in de Grondwet geregeld. Wel bestaan in het ongeschreven staatsrecht regels over de ministeriële verantwoordelijkheid. Daarnaast regelt sinds 1855 de wet de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers.
In eenvoudig Nederlands
- De Koning en de ministers samen zijn de regering.
- De Koning hoeft aan niemand uit te leggen wat hij doet; hij is onschendbaar. De ministers zijn verantwoordelijk voor wat de regering doet.
Uitleg
In dit artikel staat dat de Koning in de regering zit. In de regering zitten dus niet alleen de ministers, maar ook de Koning. Dit is bijzonder. In andere landen met een Koning is de Koning wel altijd staatshoofd, zoals een president in een republiek. Maar bijna nooit is de Koning lid van de regering. In Nederland is dit dus wel zo.
Dat de Koning in de regering zit betekent niet dat de Koning in de regering zelfstandig beslissingen kan nemen. Dat kan hij juist niet. Hij neemt alleen beslissingen samen met één of meer ministers. In de praktijk gaat het meestal zo: de ministers nemen de beslissingen en de Koning zet zijn handtekening. Er tekent dan echter ook altijd nog minstens één minister. Die is (politiek) verantwoordelijk.
Het tweede deel van het artikel betekent dat de Koning zelf aan niemand hoeft uit te leggen wat hij doet. Niet aan de Eerste en Tweede Kamer en ook niet aan de rechter. De Grondwet noemt dit 'onschendbaar'. Dit betekent niet dat de Koning zich niet aan de wet hoeft te houden. Dat moet hij zeker wel. Ook de Koning mag niet te hard rijden. En als de Koning te hard rijdt, moet hij gewoon een boete betalen.
De ministers zijn niet alleen verantwoordelijk voor het gedrag van de Koning. Ze zijn ook verantwoordelijk voor het gedrag van hun ministeries en hun ambtenaren. Als de Eerste en Tweede Kamer bijvoorbeeld vinden dat de overheid of een ministerie iets fout heeft gedaan, dan is de minister daarvoor verantwoordelijk. Niet de directeur van het ministerie, of een ambtenaar, maar de minister is verantwoordelijk. Op deze manier kunnen de Eerste en Tweede Kamer de regering goed controleren.
Achtergronden
Historische ontwikkeling
In de Grondwet van 1815 was de koning het zwaartepunt van het staatsbestel. Ministers waren feitelijk dienaren of adviseurs van de vorst.
Bij de grondwetsherziening van 1840 werd de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd, samen met de invoering van het contraseign. Alle koninklijke besluiten moesten voortaan mede ondertekend worden door een minister, als bewijs van zijn medeverantwoordelijkheid voor de inhoud.
Bij de grondwetsherziening van 1848, onder leiding van Thorbecke, werd de politieke ministeriële verantwoordelijkheid in de Grondwet vastgelegd, samen met de onschendbaarheid van de koning. Daarmee kwam een einde aan de ‘koninklijke kabinetten’ en verschoof het zwaartepunt van de koning naar de ministers. Het parlement kon hen voortaan ter verantwoording roepen voor het optreden van de koning.
Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 kreeg de bepaling haar huidige vorm.
Debat
Onschendbaarheid: rechtsstatelijke grondslag of historisch overblijfsel?
Onschendbaarheid was bij de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid in 1848 geen vrijbrief. Thorbecke vatte de kern samen in zijn formule "verantwoorden is antwoorden", tegenover de macht moet altijd verantwoording staan. In de moderne literatuur wordt onschendbaarheid dan ook uitgelegd als de afwezigheid van een eigen verantwoordingsplicht, niet als verheffing boven de wet: de Koning is inhoudelijk aan de Grondwet en de wet gebonden. Republikeinse stromingen vinden de constructie niettemin achterhaald.
De koning als lid van de regering
Artikel 42 stelt dat de koning lid is van de regering, hoewel hij niet deelneemt aan de ministerraad (artikel 45). Critici betogen dat de praktijk van wekelijks contact tussen de premier en de koning en het ondertekenen van wetten en koninklijke besluiten een grotere koninklijke betrokkenheid suggereert dan gepast is. Voorstanders wijzen juist op de stabiliserende rol van het staatshoofd boven de partijen.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd