Artikel 41: Inrichting koninklijk huis; privacy
De Koning richt, met inachtneming van het openbaar belang, zijn Huis in.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De Koning mag zelf zijn Huis inrichten. Dat betekent dat de Koning recht heeft op een eigen levenssfeer en bijvoorbeeld zelf de inrichting van de hofhouding bepaalt.
Formele toelichting
Artikel 41 bepaalt dat de Koning, met inachtneming van het openbaar belang, zijn Huis inricht. Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat de Koning, bijvoorbeeld wat betreft de inrichting van de hofhouding, recht heeft op een eigen levenssfeer.
In eenvoudig Nederlands
De Koning beslist zelf wie er werkt in het koningshuis. De ministers en de Eerste en Tweede Kamer controleren of de Koning dit goed doet.
Uitleg
De Koning mag zelf weten wie er voor hem werken. Wie zijn secretaris is bijvoorbeeld. Of wie er in de bediening werkt. Vroeger noemden we dit de hofhouding van de Koning.
De Koning mag natuurlijk geen dingen doen die de regering en de Eerste en Tweede Kamer niet willen. Hij mag ook geen dingen doen die van de wet niet mogen. Hij mag bijvoorbeeld niet discrimineren bij het aannemen van personeel.
Historische ontwikkeling
De vrijheid van de koning om zijn eigen hofhouding zelf in te richten, staat sinds 1814 in de Grondwet. Tot de algehele herziening van 1983 sprak de Grondwet van het inrichten ‘naar eigen goedvinden’, een formulering die met name over de hofhouding ging.
Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 werd ‘naar eigen goedvinden’ vervangen door ‘met inachtneming van het openbaar belang’. Deze twee zinsneden lijken tegengesteld, maar drukken volgens de regering hetzelfde uit: de koning is in beginsel vrij om zijn hofhouding samen te stellen, behoudens daar waar de beslissingen het openbaar belang raken. Artikel 41 is sinds 1983 ongewijzigd.
Een voorbeeld waarbij de regering ingreep in de hofhouding van de koning was de Greet Hofmans-affaire uit de jaren vijftig. De gebedsgenezeres Greet Hofmans verbleef regelmatig op paleis Soestdijk en zou invloed hebben uitgeoefend op opvattingen en handelingen van koningin Juliana, onder meer rond haar pacifistische toespraak voor het Amerikaanse congres in 1952 en haar weigering bepaalde gratiebesluiten te ondertekenen. Toen de zaak via de buitenlandse pers in 1956 aan het licht kwam en het aanzien van de monarchie dreigde te schaden, benoemde het kabinet-Drees een commissie van wijze mannen die leidde tot wijzigingen in de hofhouding.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd