Artikel 35: Buiten staatverklaring uitoefening koninklijk gezag
- Wanneer de ministerraad van oordeel is dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, bericht hij dit onder overlegging van het daartoe gevraagde advies van de Raad van State aan de Staten-Generaal, die daarop in verenigde vergadering bijeenkomen.
- Delen de Staten-Generaal dit oordeel, dan verklaren zij dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen. Deze verklaring wordt bekend gemaakt op last van de voorzitter der vergadering en treedt terstond in werking.
- Zodra de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, wordt dit bij de wet verklaard. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Terstond na de bekendmaking van deze wet hervat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag.
- De wet regelt zo nodig het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Een koning kan niet meer in staat zijn het koninklijk gezag uit te oefenen. Te denken valt aan lichamelijke of geestelijke gebreken, of als de koning ergens is waar het koninklijk gezag niet is uit te oefenen. De ministerraad kan dan de procedure tot 'buiten staat-verklaring' starten:
- de ministerraad vraagt advies aan de Raad van State
- de ministerraad bericht de Staten-Generaal en stuurt het advies van de Raad van State mee
- de Staten-Generaal komen in verenigde vergadering bijeen
- en verklaren vervolgens, tenminste als zij het met de ministerraad eens zijn, de koning buiten staat het koninklijk gezag uit te oefenen.
Een regent neemt het koninklijk gezag waar. Dat is in artikel 37 is geregeld.
Als de koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen moet dat in een wet die in een verenigde vergadering wordt behandeld, worden verklaard. Het recht van initiatief is van toepassing, dus de Staten-Generaal kunnen buiten de ministerraad om de koning het koninklijk gezag weer teruggeven.
De koning kan ook zelf het initiatief nemen het koninklijk gezag tijdelijk neer te leggen. Dat is in artikel 36 geregeld.
Formele toelichting
Een tweetal artikelen bepaalt dat de ministerraad aan de Staten-Generaal het oordeel kan voorleggen dat de Koning niet in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen (artikel 35), terwijl ook de Koning uit eigen beweging het koninklijk gezag tijdelijk kan neerleggen (artikel 36).
In eenvoudig Nederlands
- Als de ministers vinden dat de Koning niet kan werken, vragen zij hierover advies aan de Raad van State. Daarna vertellen de ministers dit aan de Eerste en Tweede Kamer. De ministers geven de Eerste en Tweede Kamer daarbij het advies van de Raad van State. Daarna vergaderen de Eerste en Tweede Kamer samen over dit probleem.
- Als de Eerste en Tweede Kamer ook vinden dat de Koning niet kan werken, dan maakt de voorzitter van de Eerste Kamer dit bekend. Vanaf dat moment mag de Koning niet meer werken.
- Als de Koning wel weer kan werken, dan maken de regering en de Eerste en Tweede Kamer samen een wet waarin dat staat. Als de wet er is, gaat de Koning weer werken.
- Als de Koning niet mag werken, staat in de wet wie toezicht op hem houdt. De Eerste en Tweede Kamer vergaderen samen over deze wet. Ze nemen daar samen een beslissing over. In deze wet kan ook staan dat iemand anders dit doet.
Uitleg
Wat gebeurt er als de Koning niet kan werken? Als hij ziek is bijvoorbeeld. In dit artikel staat wat er dan gebeurt.
Als de ministers vinden dat de Koning niet kan werken, dan vragen zij eerst advies aan de Raad van State. Als de ministers dat advies hebben gekregen, sturen zij het advies naar de Eerste en Tweede Kamer. De Eerste en Tweede Kamer moeten beslissen wat er moet gebeuren. De Eerste en Tweede Kamer gaan dan samen vergaderen. Samen beslissen ze wat er moet gebeuren.
Als de Eerste en Tweede Kamer ook vinden dat de Koning niet kan werken, dan vertelt de voorzitter van de Eerste Kamer dit aan de Koning en aan de Nederlandse bevolking. De Koning mag dan meteen zijn werk niet meer doen. Als dat nodig is, maken de Eerste en Tweede Kamer een wet waarin staat wie toezicht houdt op de Koning. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn, als de Koning dement wordt.
Als de Koning wel weer kan werken, dan maken de Eerste en Tweede Kamer een wet waarin dat staat. Ook nu doen de Eerste en Tweede Kamer dit samen. Vanaf dat moment mag de Koning weer gaan werken.
Historische ontwikkeling
De mogelijkheid om de koning, zonder diens medewerking, buiten staat te verklaren het koninklijk gezag uit te oefenen, is sinds 1814 terug te vinden in de Grondwet. De formulering “buiten staat zijn” is sindsdien zonder veel nadere uitleg in de Grondwet gebleven en heeft alle daaropvolgende herzieningen overleefd.
In de praktijk is deze bepaling twee keer toegepast, beide keren bij koning Willem III. De eerste keer werd hij wegens ziekte buiten staat verklaard van 3 april tot 2 mei 1889, de tweede keer van 29 oktober 1890 tot zijn overlijden op 23 november 1890. Omdat in beide gevallen op het moment van de verklaring nog geen regent was benoemd, nam de Raad van State het koninklijk gezag waar.
Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 kreeg artikel 35 zijn huidige vorm met een uitvoerige procedure. De grondwetgever heeft bewust gekozen voor de term ‘verklaring’ in plaats van ‘besluit’, om uit te drukken dat het niet gaat om besluitvorming maar om de vaststelling van een feitelijke toestand. Artikel 35 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Wat is ‘buiten staat’?
De Grondwet geeft geen inhoudelijke criteria voor wanneer de koning ‘buiten staat’ is. In parlementaire stukken worden lichamelijke of geestelijke ziekte genoemd, en bij de herziening van 1983 ook ‘verblijf van de Koning op een zodanige plaats dat hij niet in staat is zijn taken te vervullen’.
Continuïteit van het gezag
Anders dan in België in 1990 (bij de zogenoemde Mini-koningskwestie rond koning Boudewijn) is in Nederland altijd voorzien dat één persoon of instantie direct het koninklijk gezag uitoefent zodra de Koning buiten staat wordt verklaard, namelijk een regent (art. 37) of bij gebrek daaraan de Raad van State (art. 38).
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd