Artikel 33: Minimumleeftijd uitoefening koninklijk gezag
De Koning oefent het koninklijk gezag eerst uit, nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Een troonopvolger kan wel koning worden voordat hij achttien jaar is maar mag in dat geval het koninklijk gezag nog niet uitoefenen. Dat betekent dat hij geen wetten kan ondertekenen en bijvoorbeeld ook geen informateurs kan benoemen bij een kabinetsformatie. Dat wordt dan allemaal door een 'regent' gedaan, die op grond van artikel 37 wordt benoemd.
Formele toelichting
Een troonopvolger kan wel Koning worden voordat hij achttien jaar is, maar mag in dat geval nog geen koninklijk gezag uitoefenen.
In eenvoudig Nederlands
De Koning mag het werk van een Koning gaan doen als hij achttien jaar is.
Uitleg
Een troonopvolger kan wel Koning worden voordat hij achttien is. Hij kan alleen het werk van een Koning nog niet doen.
Koningin Wilhelmina was bijvoorbeeld nog maar tien jaar toen haar vader Koning Willem III doodging. Ze werd wel Koningin, maar ze was te jong om te regeren. Emma, Wilhelmina's moeder, heeft toen geregeerd totdat Wilhelmina achttien jaar was. In artikel 37 van de Grondwet staat wat er moet gebeuren als de Koning nog geen achttien is
Historische ontwikkeling
Sinds de Grondwet van 1814 is de leeftijd waarop de koning zelfstandig zijn ambt kan uitoefenen vastgelegd op achttien jaar. Tot 1983 sprak de Grondwet uitdrukkelijk over de ‘meerderjarigheid’ van de koning. In de praktijk is een minderjarige troonopvolger één keer voorgekomen: koningin Wilhelmina werd op 23 november 1890 op tienjarige leeftijd koningin, maar oefende het koninklijk gezag pas vanaf 31 augustus 1898 zelf uit, toen zij achttien werd. Tot die tijd trad haar moeder Emma op als regentes.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd