Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 32: Beëdiging; inhuldiging koning

Artikel 32

Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen, wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Hij zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. De wet stelt nadere regels vast.


In andere talen:

English

Upon assuming the royal prerogative the King shall be sworn in and inaugurated as soon as possible in the capital city, Amsterdam, at a public and joint session of the two Houses of the States General. The King shall swear or promise allegiance to the Constitution and that he will faithfully discharge his duties. Specific rules shall be laid down by Act of Parliament.

Français

Dès que possible après que le Roi a commencé à exercer l'autorité royale, il prête serment et est installé solennellement en séance publique des États généraux réunis en une seule assemblée dans la capitale, Amsterdam. Il jure ou promet qu'il sera fidèle à la Constitution et s'acquittera fidèlement de sa charge. La loi fixe des règles complémentaires.

Deutsch

Nach seiner Amtsübernahme leistet der König so bald wie möglich seinen Eid, und es wird ihm so bald wie möglich in der Hauptstadt Amsterdam in einer öffentlichen Vollversammlung der Generalstaaten gehuldigt. Er schwört oder gelobt Treue zur Verfassung und die gewissenhafte Ausübung seines Amtes. Das Nähere regelt ein Gesetz.

Español

Una vez que el Rey haya comenzado a ejercer la autoridad real, se le tomará juramento y será proclamado lo antes posible en la capital Amsterdam en una sesión pública y conjunta de los Estados Generales. El Rey jurará o prometerá fidelidad a la Constitución y desempeñar fielmente su cargo. La ley establecerá normas complementarias.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Achtergronden
  5. Historische ontwikkeling
  6. Debat
  7. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

De beëdiging en inhuldiging van de koning vindt in Amsterdam, de hoofdstad, plaats tijdens een gezamenlijke vergadering van de Eerste en Tweede Kamer. In de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning is de letterlijke tekst van deze eed of belofte vastgelegd.

Namens de Kamerleden en de Statenleden uit Aruba, Curaçao en Sint Maarten legt de voorzitter van de Verenigde Vergadering een plechtige verklaring af. Aan de nieuwe koning wordt trouw gezworen of beloofd. De leden bevestigen dit met een eed of belofte.

Het is niet zo dat met deze beëdiging en inhuldiging het koninklijk gezag aanvangt. Dat begint namelijk:

  • meteen na overlijden van de koning (le roi est mort, vive le roi)
  • onmiddellijk na het doen van afstand
  • in geval van de minderjarige koning bij het bereiken van zijn of haar 18-jarige leeftijd.

In Nederland wordt de koning niet gekroond.

Formele toelichting

De Grondwet bepaalt nadrukkelijk dat de beëdiging en inhuldiging van de Koning in Amsterdam als hoofdstad geschiedt. Wat betreft de door de Koning en de regent af te leggen eden of beloften is de zakelijke inhoud daarvan in de Grondwet opgenomen (artikelen 32 en 37). In de Wet beëdiging en inhuldiging van de Koning is de inhoud van deze eed of belofte vastgelegd.

In eenvoudig Nederlands

Als er een nieuwe koning is, moet er zo snel mogelijk een openbare vergadering van de Eerste en Tweede Kamer samenkomen. Deze vergadering is in de hoofdstad Amsterdam. In deze vergadering belooft of zweert de Koning dat hij zich aan de Grondwet zal houden. En hij belooft of zweert ook dat hij zijn werk goed zal doen. In de wet staat hoe hij dat moet doen.

Uitleg

Als de oude Koning dood is of geen Koning meer wil zijn, is de troonopvolger gelijk Koning. En de nieuwe Koning begint nog dezelfde dag met zijn werk. Dat betekent dat hij de macht mag gebruiken waarop hij als Koning recht heeft. Hij mag dus gelijk al het werk van een Koning doen.

In Nederland wordt de Koning niet gekroond, maar beëdigd en ingehuldigd. Dat betekent dat er een speciale vergadering van de Eerste en Tweede Kamer samen is, waarin de Koning belooft dat hij zich aan de Grondwet zal houden. En dat hij zijn werk goed zal doen. Ook de Kamerleden zweren of beloven trouw aan de nieuwe koning. Deze vergadering is in Amsterdam, de hoofdstad van ons land. Deze vergadering is openbaar: iedereen mag komen kijken en luisteren.

De Koning mag zweren of beloven. Voor de wet maakt dat geen verschil. In de praktijk betekent het dat de Koning kan kiezen tussen een eed zweren: 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig' of een belofte doen: 'Dat beloof ik'.

Achtergronden

Historische ontwikkeling

De beëdiging en inhuldiging van de koning is sinds de Grondwet van 1814 grondwettelijk voorgeschreven. De huidige inhuldigingsceremonie vond voor het eerst plaats in 1814 bij de inhuldiging van Willem I als soeverein vorst. De Nieuwe Kerk in Amsterdam is sindsdien de locatie. De ceremonie kreeg haar vertrouwde vorm bij de beëdiging en inhuldiging van Willem II in 1840.

De Grondwet van 1814 bepaalde dat de inhuldiging ‘in de stad Amsterdam, als hoofdstad’ moest plaatsvinden. Na de vereniging met de Zuidelijke Nederlanden voorzag de Grondwet tussen 1815 en 1840 ook in een afwisselende ceremonie te Amsterdam en in een van de zuidelijke steden. Na 1840 werd Amsterdam opnieuw de vaste plaats.

Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 kreeg artikel 32 zijn huidige formulering. De term ‘aanvaarden’ werd vervangen door ‘de uitoefening aanvangen’, om te benadrukken dat de troonopvolger van rechtswege koning wordt bij overlijden of troonsafstand van de voorganger. De beëdiging en inhuldiging zijn daarvoor geen vereiste. Nadere regels werden uit de Grondwet gehaald en in een rijkswet uitgewerkt, de Wet beëdiging en inhuldiging van de koning. Artikel 32 is sinds 1983 ongewijzigd. Onder deze wet heeft één inhuldiging plaatsgevonden: die van koning Willem-Alexander op 30 april 2013.

Debat

Juridisch karakter van de plechtigheid

Algemeen wordt aangenomen dat de inhuldiging geen voorwaarde is voor de uitoefening van het koninklijk gezag. Welke juridische betekenis heeft de plechtigheid dan? De indertijd verantwoordelijke minister Wiegel (VVD) noemde in 1980 de koppeling tussen beëdiging en inhuldiging uitdrukkelijk ‘een kwestie van traditie’ zonder juridische betekenis.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd