Artikel 28: Huwelijk koning
- De Koning, een huwelijk aangaande buiten bij de wet verleende toestemming, doet daardoor afstand van het koningschap.
- Gaat iemand die het koningschap van de Koning kan beërven een zodanig huwelijk aan, dan is hij met de uit dit huwelijk geboren kinderen en hun nakomelingen van de erfopvolging uitgesloten.
- De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake van een voorstel van wet, strekkende tot het verlenen van toestemming, in verenigde vergadering.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Een koning die trouwt zonder toestemming van de Staten-Generaal, doet afstand van het koningschap. Ook mogelijke troonopvolgers verliezen hun recht op de troon als zij zonder toestemming van de Staten-Generaal trouwen.
De toestemming van de Staten-Generaal wordt gegeven in een wet, maar de Tweede en Eerste Kamer vergaderen en besluiten daar in een gezamenlijke vergadering over. Een wetsvoorstel voor een 'toestemmingswet' wordt dus niet eerst in de Tweede Kamer en vervolgens in de Eerste Kamer behandeld.
Formele toelichting
In artikel 28 is aan een huwelijk van de Koning dat zonder toestemming van de Staten-Generaal tot stand komt, het gevolg van afstand van het koningschap verbonden. Ook iemand die behoort tot de mogelijke troonopvolgers, maar die zonder wettelijke toestemming huwt, verliest ingevolge artikel 28 zijn of haar aanspraak op het koningschap.
In eenvoudig Nederlands
- Als de Koning trouwt zonder toestemming van de regering en de Eerste en Tweede Kamer, mag hij geen Koning meer zijn.
- Als een prins of een prinses trouwt zonder toestemming van de regering en de Eerste en Tweede Kamer, mag hij of zij geen Koning of Koningin meer worden. Ook hun kinderen en kleinkinderen mogen dan geen Koning meer worden.
- De Eerste en Tweede Kamer vergaderen samen over een wet om toestemming te geven voor een huwelijk.
Uitleg
De Koning kán toestemming om te trouwen vragen aan de ministers en de Eerste en Tweede Kamer. Hij hóeft geen toestemming te vragen. Maar als hij geen toestemming vraagt, kan hij geen Koning blijven.
Als de Koning geen toestemming krijgt, kan hij beslissen niet te trouwen. Dan kan hij Koning blijven. Hij kan een volgende keer toestemming vragen om met iemand anders te trouwen.
Prinsen en prinsessen kunnen ook toestemming om te trouwen vragen aan de ministers en de Eerste en Tweede Kamer. Ook zij hoeven geen toestemming te vragen. Maar als zij geen toestemming vragen, kunnen zij geen Koning worden.
Prins Johan Friso, de inmiddels overleden tweede zoon van prinses Beatrix, trouwde met Mabel Wisse Smit zonder dat aan de Staten-Generaal toestemming voor het huwelijk was gevraagd. Daarmee verloor hij het recht om Koning te worden. Ook zijn dochters Luana en Zaria kunnen geen Koningin meer worden.
Het derde deel van Artikel 28 zorgt dat de Eerste en Tweede Kamer samen moeten beslissen of ze de Koning of een van zijn opvolgers toestemming geven om te trouwen. Zo zorgt de Grondwet ervoor dat de Eerste en Tweede Kamer niet allebei iets anders willen.
Historische ontwikkeling
De eis van toestemming door de Staten-Generaal voor het huwelijk van de koning en diens mogelijke opvolgers gaat terug op de Grondwet van 1814. Artikel 2 bepaalde dat alleen nakomelingen uit een huwelijk aangegaan met ‘onderling goedvinden’ van de vorst en de Staten-Generaal als wettige nakomelingen golden. De Grondwet van 1815 werkte deze regeling verder uit. Een regerende koningin of prinses die zonder toestemming van de Staten-Generaal huwde, deed daarmee afstand van de kroon en haar opvolgingsrecht. Voor de koning zelf gold die sanctie aanvankelijk niet. Ging hij een huwelijk aan zonder toestemming, dan werden alleen de nakomelingen uit dat huwelijk uitgesloten van de troonopvolging.
Vanaf de grondwetsherziening van 1887 werd de toestemmingseis beperkt tot nakomelingen uit het ‘regerend stamhuis’ van het Huis van Oranje.
Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 kreeg artikel 28 zijn huidige vorm. Wanneer iemand trouwde zonder toestemming werd dat niet langer staatsrechtelijk gelijkgesteld aan overlijden, maar aan uitsluiting van de troonopvolging. De toestemming wordt gegeven via een wet. De Eerste en Tweede Kamer overleggen daarover in een zogeheten Verenigde Vergadering.
In de praktijk kwamen toestemmingwetten onder meer tot stand voor de huwelijken van Prinses Beatrix met Claus von Amsberg (1965), Prins Maurits met Marilène van den Broek (1998), Prins Bernhard Jr. met Annette Sekrève (2000), Prins Willem-Alexander met Máxima Zorreguieta (2001) en Prins Constantijn met Laurentien Brinkhorst (2001). Voor de huwelijken van Prinses Irene (1964), Prinses Christina (1975) en Prins Friso (2004) is geen toestemming gevraagd of verkregen. Deze troonopvolgers verloren daarmee hun aanspraak op het koningschap.
Debat
Gevolgen van huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht
Sinds de openstelling van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht (2001) is er discussie over de vraag of een toestemmingswet ook voor een dergelijk huwelijk van de koning of een troonopvolger kan worden gegeven. Het standpunt van het kabinet-Kok II was in 2000 dat troonopvolging in zo’n geval niet mogelijk zou zijn.
Dit standpunt is in 2021 herzien. Toen stelde het demissionaire kabinet-Rutte III dat de erfopvolger ook kan trouwen met een persoon van hetzelfde geslacht. Over de afstammingsrechtelijke positie van kinderen geboren uit een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht deed het kabinet geen uitspraken. Die discussie wilde het kabinet openlaten voor het moment dat zo’n scenario zich daadwerkelijk voor zou doen.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd