Artikel 137: Eerste en tweede lezing; splitsing van voorstellen; kamerontbinding
- De wet verklaart, dat een verandering in de Grondwet, zoals zij die voorstelt, in overweging zal worden genomen.
- De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, een voorstel voor zodanige wet splitsen.
- De Tweede Kamer die wordt gekozen na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, overweegt in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. Indien deze Tweede Kamer geen besluit neemt over het voorstel, vervalt dit van rechtswege. Zodra zij het voorstel heeft aangenomen, overweegt de Eerste Kamer dit in tweede lezing. De beide kamers kunnen het voorstel tot verandering alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
- De Tweede Kamer kan, al dan niet op een daartoe door of vanwege de Koning ingediend voorstel, met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen een voorstel tot verandering splitsen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Procedure van grondwetsherziening
Gezien het bijzondere karakter van de Grondwet geldt voor het wijzigen van de Grondwet een uitgebreidere procedure dan voor het wijzigen van een gewone wet. Wel komt net als bij een gewone wetswijziging een grondwetsherziening tot stand in samenwerking tussen regering en parlement. De bijzondere elementen zijn:
- een grondwetsherziening wordt tweemaal door de beide kamers van de Staten-Generaal behandeld. Daartussen worden verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden.
- de nieuw gekozen Tweede Kamer en de Eerste Kamer kunnen de in eerste lezing aanvaarde voorstellen alleen ongewijzigd en met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen aannemen.
Mocht de nieuw gekozen Tweede Kamer, als er opnieuw Tweede Kamerverkiezingen zijn, nog niet hebben beslist over het voorstel dat voor de tweede keer wordt behandeld, dan vervalt het hele voorstel.
Deze laatste bepaling werd bij de grondwetswijziging 2022 van kracht. De op dat moment nog in behandeling zijnde grondwetsvoorstellen worden conform het tegelijkertijd ingevoerde additionele artikel V behandeld volgens het oude artikel 137. In dit additionele artikel is eveneens een voorziening getroffen voor het geval het in behandeling zijnde voorstel om de tweede lezing in verenigde vergadering te behandelen zal worden aangenomen.
Splitsingsrecht
Een andere bijzonderheid van de procedure is dat de Tweede Kamer het ingediende voorstel tot grondwetsherziening in eerste of in tweede lezing mag splitsen in meer wetsvoorstellen. Dat kan eventueel op voorstel van de regering gebeuren.
Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat in één wetsvoorstel wijzigingen van verschillende grondwetsartikelen worden voorgesteld die geen direct verband met elkaar hebben. Door het voorstel te splitsen kan worden voorkomen dat het hele voorstel wordt verworpen, terwijl slechts tegen een enkel onderdeel bezwaar bestaat.
Voor splitsing in tweede lezing is ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen noodzakelijk.
Formele toelichting
Procedure van grondwetsherziening
Voor het wijzigen van de Grondwet geldt een uitgebreidere procedure dan voor het wijzigen van een gewone wet. Evenals een gewone wet komt een grondwetsherziening tot stand in samenwerking tussen regering en parlement. De bijzondere elementen die artikel 137 aan de gewone wetsprocedure toevoegt zijn de volgende:
- een grondwetsherziening wordt tweemaal door de beide kamers van de Staten-Generaal behandeld. Daartussen worden verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden.
- de nieuw gekozen Tweede Kamer, alsmede de Eerste Kamer kunnen de in eerste lezing aanvaarde voorstellen slechts ongewijzigd en met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen aannemen.*
*In 2022 is een wijzigingsvoorstel in werking getreden waardoor alleen de nieuw gekozen Tweede Kamer over het voorstel in tweede lezing mag beslissen. Doet de nieuw gekozen Tweede Kamer dat niet en zijn er opnieuw verkiezingen, dan vervalt het hele voorstel.
Splitsingsrecht
Een andere bijzonderheid van de procedure van grondwetsherziening is het zogenaamde splitsingsrecht. Dit houdt in dat de Tweede Kamer in de eerste of in de tweede lezing de mogelijkheid heeft om - al dan niet op voorstel van de regering - een ingediend wetsvoorstel tot grondwetswijziging in meer wetsvoorstellen te splitsen.
Het kan voorkomen dat in één wetsvoorstel wijzigingen van verschillende grondwetsartikelen worden voorgesteld die geen direct verband met elkaar houden. Voorkomen dient dan te worden dat het gehele herzieningsvoorstel zou worden verworpen, uitsluitend omdat tegen een enkel op zichzelf staand onderdeel grote bezwaren bestaan. Daarom is splitsing mogelijk gemaakt. Zij kan in bepaalde gevallen een algemeen wenselijk geachte wijziging van de Grondwet voor stranding behoeden.
Om te verzekeren dat in tweede lezing in de Tweede Kamer over de wenselijkheid van splitsing een ruime mate van overeenstemming aanwezig zal zijn, is bepaald dat een voorstel tot splitsing slechts met ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen aangenomen kan worden.
In eenvoudig Nederlands
- Zowel de regering als de Tweede Kamer kunnen voorstellen maken om de Grondwet te veranderen.
- De Tweede Kamer mag deze voorstellen splitsen in twee of meer voorstellen.
- Als de Tweede en de Eerste Kamer het voorstel hebben aangenomen en er zijn Tweede Kamerverkiezingen geweest, dan komt het voorstel opnieuw in behandeling bij de nieuwe Tweede en de Eerste Kamer. Het voorstel is aangenomen als zowel de nieuwe Tweede als de Eerste Kamer akkoord gaan met het voorstel met twee derde van het aantal stemmen of meer. Heeft de nieuwe Tweede Kamer geen beslissing genomen als er opnieuw Tweede Kamerverkiezingen zijn, dan vervalt het voorstel.
- Ook bij de behandeling voor de tweede keer mag de Tweede Kamer het voorstel splitsen in twee of meer voorstellen. Dit mag de Tweede Kamer alleen als twee derde van het aantal stemmen of meer hier voor is.
Uitleg
De Grondwet is de belangrijkste wet van ieder land. Dus ook van Nederland. Het is daarom niet gemakkelijk de Grondwet te veranderen. Daarom wordt een voorstel voor wijziging van de Grondwet twee keer door de Tweede en Eerste Kamer behandeld. Dat wordt een behandeling in eerste lezing en een behandeling in tweede lezing genoemd.
- De eerste stap is dat de regering, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer een voorstel maken om de Grondwet te veranderen: de eerste lezing. De Tweede en Eerste Kamer stemmen daarover met een gewone meerderheid van stemmen.
- Als dit voorstel is aangenomen en er zijn weer Tweede Kamerverkiezingen geweest, beslissen de Tweede en de Eerste Kamer opnieuw over het voorstel: de tweede lezing. De bedoeling van de nieuwe verkiezingen is de kiezers mee te laten beslissen over de verandering van de Grondwet. Het voorstel in tweede lezing is in beide Kamers aangenomen als twee derde van het aantal stemmen of meer voor het voorstel stemt.
- Het kan voorkomen dat de nieuwe Tweede Kamer (nog) niet heeft gestemd over het voorstel in tweede lezing als er opnieuw verkiezingen zijn. Dan komt het voorstel helemaal te vervallen.
- Verder kan de Tweede Kamer besluiten een voorstel te splitsen in twee of meer voorstellen. Dat kan zowel in eerste als in tweede lezing. In eerste lezing moet een meerderheid van de Tweede Kamer daarmee instemmen, in tweede lezing tweederde van het aantal stemmen.
Historische ontwikkeling
De Grondwet van 1814 schreef voor dat een grondwetsherziening in twee lezingen moest worden behandeld. Na een verklaringswet in eerste lezing werden buitengewone leden vanuit de Provinciale Staten aan de Staten-Generaal toegevoegd. De verdubbelde Staten-Generaal konden alleen met een tweederdemeerderheid besluiten tot herziening.
De Grondwet van 1815 handhaafde de verdubbeling van de Tweede Kamer, maar verzwaarde de vereiste meerderheid tot drie vierden van de aanwezigen in tweede lezing. De Grondwet van 1848 bracht ingrijpende wijzigingen: het stelsel van toegevoegde leden werd verlaten, in navolging van de Belgische Grondwet van 1831 werd ontbinding van beide Kamers na eerste lezing voorgeschreven, en de drievierdemeerderheid werd teruggebracht naar twee derden.
Na de grondwetsherziening van 1887 was de noodzaak tot afzonderlijke ontbinding van de Tweede Kamer er niet meer, doordat het roulatiesysteem werd afgeschaft. De laatste verkiezingen puur omwille van een grondwetsontbinding waren in 1948. Sindsdien worden verklaringswetten opgespaard tot reguliere Tweede Kamerverkiezingen.
Bij de grondwetsherziening van 1983 werden twee afzonderlijke bepalingen (artikelen 196 en 197 oud) samengevoegd in artikel 137 en werd het splitsingsrecht geïntroduceerd. In 1995 werd het vierde lid aangepast waardoor de Eerste Kamer niet langer ontbonden werd na eerste lezing. Dit leidde tot onduidelijkheid over de vraag welke Tweede Kamer de tweede lezing moest behandelen.
Die onduidelijkheid bleek bij het voorstel-Halsema inzake constitutionele toetsing: de eerste lezing werd in 2009 afgerond, maar de tweede lezing werd pas twee verkiezingen later, in 2017, opgepakt. De Raad van State oordeelde in een voorlichting dat verdere behandeling staatsrechtelijk niet mogelijk was.
De in 2022 doorgevoerde wijziging beoogde deze onduidelijkheden weg te nemen. Het nieuwe derde lid bepaalt dat de Tweede Kamer die na eerste lezing wordt gekozen het voorstel in tweede lezing overweegt. Verklaringswetten moeten uiterlijk de dag voor de verkiezingsdag worden bekendgemaakt. De belangrijkste vernieuwing is de valbijlconstructie: als de nieuwe Tweede Kamer geen besluit neemt, vervalt het voorstel van rechtswege. Op dit moment is een afzonderlijk voorstel aanhangig dat beoogt de tweede lezing in Verenigde Vergadering te laten plaatsvinden.
Debat
Ratio van de tussentijdse verkiezingen
Over de functie van de verkiezingen tussen eerste en tweede lezing bestaan twee opvattingen. Volgens de plebiscitaire lezing heeft de nieuw gekozen Kamer een bijzondere opdracht, omdat de kiezer bij de verkiezingen zijn visie op het aanhangige grondwetsvoorstel heeft kunnen laten meewegen. Daartegenover staat de opvatting dat Nederland een zuiver vertegenwoordigend stelsel kent en de ontbindingseis oorspronkelijk primair bedoeld was als check and balance, niet als kiezersraadpleging over een specifiek voorstel.
Valbijlconstructie
De invoering van de valbijlconstructie in 2022 was onderwerp van debat. Voorstanders betogen dat uitsluitend de eerstvolgende Tweede Kamer het mandaat heeft om de tweede lezing af te ronden, en dat een voorstel moet vervallen als dat niet gebeurt. Tegenstanders stellen dat de grondwettelijke overwegingsplicht ook op later verkozen Kamers rust, en dat ook een latere Kamer democratisch gelegitimeerd is.
Tweede lezing in Verenigde Vergadering
Naar huidig recht kan een minderheid van 25 van de 75 Eerste Kamerleden een grondwetsherziening blokkeren in tweede lezing. Er is een voorstel aanhangig om de tweede lezing in Verenigde Vergadering te laten plaatsvinden. Critici betogen dat de Verenigde Vergadering grondwettelijk slechts bedoeld is voor specifieke besluiten (art. 28–30, 32, 34–37, 65 en 96), niet voor wetgevende besluiten, en waarschuwen voor verdergaande politisering van de Eerste Kamer.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd