Artikel 120: Constitutionele toetsing
De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
De rechter mag niet beoordelen of een wet inhoudelijk in strijd is met de Grondwet en ook niet onderzoeken of een wet of verdrag volgens de Grondwet tot stand is gekomen.
Formele toelichting
Artikel 120 van de geldende Grondwet houdt in de eerste plaats in een verbod van toetsing van de wet aan de Grondwet. Noch de inhoud van een wet, noch de wijze van totstandkoming van een wet mag door de rechter aan de Grondwet worden getoetst.
In de tweede plaats bevat de grondwetsbepaling het verbod om te beoordelen of de grondwettelijke voorschriften ten aanzien van het sluiten van verdragen zijn gevolgd.
In eenvoudig Nederlands
De rechter mag niet beoordelen of wetten en verdragen kloppen met de Grondwet.
Uitleg
De Grondwet is onze hoogste wet. Andere wetten en verdragen moeten altijd kloppen met de Grondwet. Maar de rechter mag hierover niets zeggen. De rechter mag dus niet zeggen dat hij een wet niet goed vindt, als deze wet naar zijn mening niet klopt met de Grondwet.
Waarom mag de rechter dat niet? De rechter mag dat niet omdat de Eerste en Tweede Kamer en de regering de wetten hebben gemaakt. Alleen de regering en de Eerste en Tweede Kamer mogen iets te zeggen hebben over de regels die voor iedereen gelden. Want de Tweede Kamer is door ons allemaal gekozen. En als Kamerleden niet de goede dingen voor ons doen, dan kunnen we ze gewoon wegstemmen bij de volgende verkiezingen. De rechter mag zich daar niet mee bemoeien. De rechter moet gewoon doen wat in de wet staat.
Achtergronden
- Constitutionele toetsing
Constitutionele toetsing door de rechter houdt in dat de rechter toetst (of mag toetsen) of wetten al dan niet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet mag beoordelen of wetten en verdragen in strijd zijn met de Grondwet. Nederland kent ook geen apart hof om wetgeving te toetsen.
Historische ontwikkeling
Artikel 120 verbiedt de rechter wetten en verdragen op hun grondwettigheid te beoordelen, het zogeheten toetsingsverbod. Tot 1848 bevatte de Grondwet geen toetsingsverbod. In 1822 had de wetgever de rechter wel verboden de ‘innerlijke waarde’ of ‘billijkheid’ van een wet te beoordelen. In 1848 werd het toetsingsverbod in de Grondwet ingevoerd. In 1953 kwam daar het verbod bij om de grondwettigheid van verdragen te toetsen. Bij de algehele herziening van 1983 werden beide verboden samengevoegd en kreeg het artikel zijn huidige formulering.
De codificatie van het toetsingsverbod in 1848 was niet onomstreden. Thorbecke noemde de zin ‘de wetten zijn onschendbaar’ een nieuwe spreuk waarvoor men ‘als voor een gesloten deur zou blijven staan’.
Het toetsingsverbod zoals dat in artikel 120 Gw is neergelegd, is breder dan de wetstekst doet vermoeden, en kent tegelijk een relatief beperkte uitwerking. Naar de letter verbiedt artikel 120 Gw de rechter slechts om de grondwettigheid van wetten in formele zin te beoordelen. Uit het Harmonisatiewet-arrest van 1989 vloeit echter voort dat “elke toetsing van de wet, aan welke hogere regel dan ook” is uitgesloten. Dat geldt dus ook voor het Statuut voor het Koninkrijk en ongeschreven recht.
Doordat de rechter wetten wél aan rechtstreeks werkende verdragen mag toetsen (artikel 93 en 94 Gw), is de wet sinds 1953 niet langer in absolute zin onschendbaar. Artikel 120 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Een punt van strijd
Voorstanders zien constitutionele toetsing als een versterking van de rechtsbescherming en van een ‘constitutionele cultuur’. Tegenstanders vrezen juist politisering van de rechter en een aantasting van het primaat van de wetgever. Oud-senator Erik Jurgens betoogde dat schrappen alleen zin heeft als de Grondwet tegelijk de wetgever strenger aan de grondrechten bindt.
Een kwart eeuw wetsvoorstellen
Een initiatiefvoorstel van Femke Halsema (GroenLinks) om beperkte toetsing mogelijk te maken werd in 2004 en 2008 in eerste lezing aangenomen, maar kwam in tweede lezing niet meer tot een afronding. De Tweede Kamer oordeelde dat de jarenlange behandelduur zich niet verdroeg met de bedoeling van de Grondwet, die wil dat de tweede lezing kort na de verkiezingen wordt behandeld. GroenLinks trok het voorstel daarom in 2018 in. In datzelfde jaar deed de Staatscommissie parlementair stelsel de aanbeveling tot het instellen van een constitutioneel hof. De toeslagenaffaire en het Urgenda-arrest brachten de discussie in een verdere stroomversnelling.
Het kabinet-Schoof koos voor toetsing zonder invoering van een constitutioneel hof. In de zomer van 2025 ging een wetsvoorstel in consultatie dat alle rechters laat toetsen, maar alleen aan de klassieke grondrechten uit hoofdstuk 1 van de Grondwet. Het kabinet-Jetten hield vast aan dit voornemen en stuurde in juni 2026 het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd