Artikel IV: Pensioenen van reeds afgetreden en aftredende Leden Tweede Kamer
Het derde lid van artikel 99 laat de pensioenen van reeds afgetreden leden onverkort.
Aftredende leden ontvangen een pensioen van f 150 's jaars voor elk jaar, gedurende hetwelk zij voor de afkondiging van de bepaling lid der Kamer waren, tot een maximum van f 3.000. Is het aldus verkregen bedrag lager dan f 2.800, zo wordt voor elk volgend jaar f 120 toegevoegd, totdat f 2.800 is bereikt.
De pensioenen, bedoeld in dit artikel, kunnen worden gewijzigd bij een wet.
Het ontwerp dier wet alsmede het ontwerp ener wet tot wijziging of intrekking van een zodanige wet kan door de Kamers der Staten-Generaal niet worden aangenomen dan met de stemmen van twee derden van het aantal leden, waaruit elk der Kamers bestaat.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd