Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 99: Schadeloosstelling; Pensioen

Artikel 99

De leden ontvangen een schadeloosstelling van f  4.500 's jaars, benevens, volgens regels door de wet te stellen, vergoeding voor reiskosten. Aan de Voorzitter wordt bovendien een toelage van f  4.500 's jaars toegekend.

De in het vorige lid bedoelde schadeloosstelling wordt niet genoten door de leden, die het ambt van Minister bekleden, noch door hen, die gedurende een gehele zitting afwezig bleven, noch ook door hen, die ingevolge het reglement van orde der Kamer zijn uitgesloten van het bijwonen harer vergaderingen.

Aftredende leden ontvangen een pensioen van f  120 's jaars voor elk jaar, gedurende hetwelk zij lid der Kamer waren, tot een maximum van f  2.800. Het pensioen wordt niet genoten, zolang een afgetreden lid het ambt van Minister bekleedt of, na herkiezing, de in het eerste lid bedoelde schadeloosstelling ontvangt. De wet regelt in welke andere gevallen, waarin naast dit pensioen middellijk of onmiddellijk uit een openbare kas een inkomen of pensioen genoten wordt, het eerstgenoemde pensioen wordt verminderd.

Aan weduwen en wezen van Kamerleden of gewezen Kamerleden wordt pensioen verleend volgens regels door de wet te stellen.

De bedragen, vastgesteld in dit artikel, kunnen worden gewijzigd bij een wet.

De Kamers der Staten-Generaal kunnen het ontwerp ener zodanige wet alsmede het ontwerp ener wet tot wijziging of intrekking van een zodanige wet niet aannemen dan met de stemmen van twee derden van het aantal leden, waaruit elk der Kamers bestaat.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd