Artikel 92: Schadeloosstelling; Pensioen
De leden ontvangen eene schadeloosstelling van f 4.500 's jaars, benevens, volgens regels door de wet te stellen, vergoeding voor reiskosten. Aan den Voorzitter wordt bovendien eene toelage van f 4.500 's jaars toegekend.
De in het vorige lid bedoelde schadeloosstelling wordt niet genoten door de leden, die het ambt van Minister bekleeden, noch door hen, die gedurende eene geheele zitting afwezig bleven, noch ook door hen, die ingevolge het reglement van orde der Kamer zijn uitgesloten van het bijwonen harer vergaderingen.
Aftredende leden ontvangen een pensioen van f 120 's jaars voor elk jaar, gedurende hetwelk zij lid der Kamer waren, tot een maximum van f 2.800. Het pensioen wordt niet genoten, zoolang een afgetreden lid het ambt van Minister bekleedt of, na herkiezing, de in het eerste lid bedoelde schadeloosstelling ontvangt. De wet regelt in welke andere gevallen, waarin naast dit pensioen middellijk of onmiddellijk uit eene openbare kas een inkomen of pensioen genoten wordt, het eerstgenoemde pensioen wordt verminderd.
Aan weduwen en weezen van Kamerleden of gewezen Kamerleden wordt pensioen verleend volgens regels door de wet te stellen.
De bedragen, vastgesteld in dit artikel, kunnen worden gewijzigd bij eene wet.
De Kamers der Staten-Generaal kunnen het ontwerp eener zoodanige wet alsmede het ontwerp eener wet tot wijziging of intrekking van eene zoodanige wet niet aannemen dan met de stemmen van twee derden van het aantal leden, waaruit elk der Kamers bestaat.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd