Kabinet stuurt wetsvoorstellen vervolging ambtsdelicten Kamerleden en bewindspersonen naar Tweede Kamer
Het kabinet wil de beslissing om Kamerleden en bewindspersonen te vervolgen voor ambtsdelicten bij de procureur-generaal van de Hoge Raad neerleggen. Dat staat in twee wetsvoorstellen die minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) op vrijdag 22 mei 2026 naar de Tweede Kamer stuurden.
Momenteel bepaalt artikel 119 van de Grondwet dat de regering of de Tweede Kamer opdracht moet geven tot vervolging en dat de Hoge Raad als enige rechter over de zaak oordeelt. Het grootste bezwaar op die regeling is dat politieke organen over de vervolging beslissen, waardoor de schijn kan ontstaan dat politieke motieven een rol spelen.
De herziening verloopt langs twee sporen. Omdat de procedure in de Grondwet staat, is een grondwetswijziging nodig. In dat grondwetsvoorstel verschuift de beslissing om te vervolgen naar de procureur-generaal van de Hoge Raad en wordt berechting in meerdere instanties mogelijk, zodat ook hoger beroep openstaat. Een gewone wet repareert ondertussen al enkele ‘knelpunten’ door bestaande strafwetten aan te passen, zonder dat op de grondwetswijziging hoeft te worden gewacht. Daarbij komt de Wet ministeriële verantwoordelijkheid te vervallen.
Aanleiding voor de herziening is het rapport Niet boven maar in de wet van de commissie-Fokkens uit 2021, waarin werd onderstreept dat Kamerleden en bewindspersonen "niet boven de wet staan". Het kabinet neemt de aanbevelingen over. De Raad van State adviseerde overwegend positief over beide voorstellen, maar plaatste enkele kritische kanttekeningen.
Bron: Ministerie van Justitie en Veiligheid en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Meer info: