Artikel 63: Geldelijke voorzieningen parlementsleden
Geldelijke voorzieningen ten behoeve van leden en gewezen leden van de Staten-Generaal en van hun nabestaanden worden bij de wet geregeld. De kamers kunnen een voorstel van wet ter zake alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Wat Kamerleden verdienen, staat in een wet. Er is ook een wet over hoe hun pensioen is geregeld en wat mogelijke nabestaanden ontvangen. De Kamers kunnen zo'n wet alleen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen aannemen of wijzigen.
Er zijn in dit verband drie wetten van toepassing:
- de Wet schadeloosstelling Tweede Kamerleden
- de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer
- de Algemene Pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers.
In eenvoudig Nederlands
In de wet staat hoe hoog de uitkeringen, de kostenvergoedingen en de pensioenen zijn die de leden van de Eerste en Tweede Kamer, ex-leden en hun nabestaanden krijgen. De Eerste en de Tweede Kamer kunnen deze wet alleen maken als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.
Uitleg
Er zijn drie wetten die regelen hoeveel de leden van de Eerste en Tweede Kamer verdienen. Dat zijn de Wet schadeloosstelling Tweede Kamerleden, de Algemene Pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers en de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.
In deze wetten staat:
- hoeveel de Kamerleden verdienen;
- hoeveel ex-Kamerleden krijgen;
- hoe hoog hun pensioen is;
- hoeveel geld hun nabestaanden krijgen.
De Eerste en de Tweede Kamer kunnen deze wetten zelf veranderen. Zij bepalen dus zelf hoeveel ze verdienen. Maar ze kunnen deze wetten alleen veranderen als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.
Historische ontwikkeling
De Grondwet bepaalt dat de geldelijke voorzieningen voor (oud-)leden van de Staten-Generaal en hun nabestaanden bij wet worden geregeld. Het salaris van Kamerleden wordt ook wel ‘schadeloosstelling’ genoemd. In de negentiende eeuw werd het Kamerlidmaatschap vooral als nevenfunctie beschouwd. De schadeloosstelling was sober en bleef tientallen jaren lang op ƒ2000,- staan. Er werd gevreesd dat een hoger salaris zou leiden tot beroepspolitici. In 1917 werd de schadeloosstelling voor het eerst verhoogd, naar ƒ 3000,-.
Bijzonder aan artikel 63 is dat de Kamers zo'n wet alleen kunnen aannemen met minstens twee derde van de uitgebrachte stemmen. Die hoge drempel moet voorkomen dat een toevallige meerderheid de eigen vergoeding te makkelijk regelt. De bepaling kreeg haar huidige vorm bij de grondwetsherziening van 1983.
Debat
De pensioenwet en de tweederde-eis (2023)
De Wet toekomst pensioenen (2023) wijzigde ook de pensioenregeling voor politieke ambtsdragers. SP-senator Kox stelde daarom in de Eerste Kamer, gesteund door drie hoogleraren staatsrecht, dat de wet op grond van artikel 63 een tweederdemeerderheid nodig had, die ze in de Tweede Kamer niet had gehaald; de wet zou een ‘constitutioneel gebrek’ hebben. Minister Schouten hield vol dat het slechts om wetstechnische wijzigingen ging en dat een gewone meerderheid volstond. De Raad van State had in zijn advies geen probleem gezien en ook in de Tweede Kamer had niemand de kwestie opgeworpen. De Eerste Kamer steunde de minister en nam de wet aan. De episode maakte opnieuw duidelijk dat het bij het ontbreken van constitutionele toetsing door de rechter de Kamers zelf zijn die bepalen of een wet met de Grondwet in overeenstemming is.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd