Artikel 61: Voorzitterschap Kamers, ambtenaren
- Elk der kamers benoemt uit de leden een voorzitter.
- Elk der kamers benoemt een griffier. Deze en de overige ambtenaren van de kamers kunnen niet tevens lid van de Staten-Generaal zijn.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Elke Kamer benoemt haar eigen voorzitter. In de Grondwet staat niet voor hoe lang, maar in de reglementen van orde die de beide Kamers elk op grond van artikel 72 vaststellen, staat dat zij een voorzitter benoemen voor de periode tot de volgende verkiezing. De benoemingsprocedure staat ook in de reglementen van orde.
Elke Kamer benoemt ook een griffier. De griffier en de ambtenaren in dienst van één van de Kamers kunnen geen lid van de Staten-Generaal zijn.
Formele toelichting
Elke Kamer benoemt zelf haar eigen voorzitter (artikel 61). De tijdsduur waarvoor de benoeming geldt, is niet in de Grondwet geregeld.
Volgens de reglementen van orde die de beide Kamers zelf vaststellen (artikel 72) geldt zij voor de periode tot de volgende verkiezing.
In eenvoudig Nederlands
- De Eerste en de Tweede Kamer kiezen allebei één van hun leden tot voorzitter.
- De Eerste en de Tweede Kamer benoemen allebei een griffier. De griffier en de andere ambtenaren van de beide kamers kunnen geen lid zijn van de beide kamers.
Uitleg
De Eerste en de Tweede Kamer hebben allebei een voorzitter. Elke kamer kiest één van zijn leden als voorzitter. In de Tweede Kamer gebeurt dat in de laatste jaren met verkiezingen. De Kamerleden kunnen daarbij uit verschillende kandidaten kiezen.
De Eerste en de Tweede Kamer hebben allebei ook een griffier, een soort directeur. Daarnaast hebben de kamers een groot aantal andere ambtenaren die de kamers helpen met hun werk. De griffier en deze ambtenaren mogen geen lid zijn van één van de twee kamers.
Historische ontwikkeling
Elke Kamer kiest uit haar eigen leden een voorzitter. Daarnaast benoemt elke Kamer een griffier. Die mag zelf geen Kamerlid zijn. De manier waarop de voorzitter wordt aangewezen, veranderde in 1983 ingrijpend. Daarvoor benoemde de regering de voorzitter van de Tweede Kamer, op basis van een lijst van drie personen die de Kamer zelf opstelde. Sinds de grondwetsherziening van 1983 kiest elke Kamer haar voorzitter zelf. Artikel 61 is sinds 1983 ongewijzigd. Sinds november 2025 is Thom van Campen voorzitter van de Tweede Kamer. Sinds oktober 2025 is Mei Li Vos voorzitter van de Eerste Kamer.
Debat
Voorzitter uit coalitie of oppositie?
De voorzitter van de Tweede Kamer moet onpartijdig zijn, daarover bestaat geen discussie. Wel keert de vraag terug uit welke fractie de voorzitter het beste afkomstig kan zijn.
Voorstanders van een voorzitter uit de oppositie wijzen erop dat die juist het evenwicht tussen coalitie en oppositie moet bewaken en zo geloofwaardiger als onafhankelijke hoeder van de Kamer kan optreden, ook tegenover het kabinet. Oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet stelde in 2025 dat een voorzitter 'knetter-neutraal' moet zijn en het goed zou zijn als die voortaan uit de oppositie komt. In 2021 verwierp de Tweede Kamer een motie die voorschreef dat de Kamervoorzitter bij voorkeur uit een oppositiepartij zou moeten komen.
Tegenstanders vinden dat de partijherkomst niet zou moeten uitmaken, juist omdat het ambt zelf onpartijdig is. Bovendien kiest de Kamer haar voorzitter met een gewone meerderheid, waardoor de kandidaat in de praktijk vaak uit een grote regeringspartij komt. Lange tijd werd de voorzitter zelfs als regel uit de grootste fractie of het grootste politieke blok gekozen.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd