Artikel 59: Wettelijke regeling kiesrecht, verkiezingen
Alles, wat verder het kiesrecht en de verkiezingen betreft, wordt bij de wet geregeld.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Het kiesrecht en de verkiezingen worden alleen op hoofdpunten in de Grondwet geregeld. Verder heeft de wetgever dit in de Kieswet geregeld.
Formele toelichting
Het kiesrecht en de verkiezingen worden op hoofdpunten in de Grondwet geregeld. De Grondwet draagt de wetgever op verder alles wat betreft het kiesrecht en de verkiezingen bij wet te regelen (artikel 59).
Dit is gebeurd in de Kieswet.
In eenvoudig Nederlands
Alle andere zaken van het kiesrecht en van verkiezingen staan in de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover beslist.
Uitleg
In de Grondwet staan een aantal zaken over het kiesrecht en over verkiezingen. Alle andere zaken over kiesrecht en verkiezingen die de regering en de Eerste en Tweede Kamer belangrijk vinden, staan in andere wetten en regels. De belangrijkste wet is de Kieswet.
Bron: De Grondwet in eenvoudig Nederlands
Historische ontwikkeling
Artikel 59 draagt de wetgever op alles wat het kiesrecht en de verkiezingen betreft te regelen voor zover de Grondwet daarin niet zelf voorziet. De Grondwet legt zo de hoofdlijnen vast; de verdere uitwerking is opgenomen in de Kieswet. De huidige Kieswet dateert in haar opzet uit 1989 en is sindsdien meermalen gewijzigd. Het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen bevat opnieuw belangrijke aanvullingen op het stelsel, maar is nog niet door het parlement aangenomen. Artikel 59 is sinds 1983 ongewijzigd.
Debat
Wet op de politieke partijen
Een opvallend kenmerk van het Nederlandse stelsel is dat het begrip 'politieke partij' niet in de Grondwet voorkomt. Partijen hebben van oudsher dan ook veel zelfstandigheid. Het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp) uit mei 2025 wil de bestaande regels samenbrengen en aanvullen. Het gaat onder meer om financiering, digitale campagnes en de weerbaarheid van de democratie. Over verschillende onderdelen bestaat nog discussie.
Over financiële transparantie zijn de meeste partijen het eens. De vraag is vooral vanaf welk bedrag een gift openbaar moet worden, en of er een maximum moet komen. Feller is het debat over verplichte interne partijdemocratie. Die eis raakt in de praktijk vooral de PVV, de enige partij zonder leden. Voorstanders, met name D66, vinden zo'n verplichting nodig. Tegenstanders vinden dat partijen dit zelf moeten kunnen bepalen.
Ten slotte komt er volgens het voorstel een apart partijverbod. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan dat verbod dan uitspreken. De Raad voor de rechtspraak is hier kritisch over, omdat de redenen voor een verbod te vaag zouden zijn. Voorstanders zien het verbod juist als een belangrijk middel tegen partijen die de democratische rechtsstaat bedreigen.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd