Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 131: Benoeming Commissaris van de Koning en burgemeester

Artikel 131

De commissaris van de Koning en de burgemeester worden aangesteld, geschorst en ontslagen op een bij de wet te bepalen wijze. Krachtens de wet kunnen nadere regels worden gesteld over de daarbij te volgen procedures.


In andere talen:

English

The King’s Commissioners and the Burgomasters shall be appointed, suspended and dismissed in a manner to be determined by Act of Parliament. Pursuant to Act of Parliament, further rules may be laid down on the procedures to be followed.

Français

La loi détermine le mode de nomination et de suspension du commissaire du Roi et du bourgmestre, ainsi que la façon dont il est mis fin à leurs fonctions. Les procédures à suivre peuvent faire l’objet de règles complémentaires établies en vertu de la loi.

Deutsch

Der Kommissar des Königs und der Bürgermeister werden auf eine durch Gesetz zu bestimmende Weise angestellt, suspendiert und entlassen. Kraft Gesetzes können nähere Vorschriften über die dabei anzuwendenden Verfahren erlassen werden.

Español

El comisario del rey y el alcalde son nombrados, suspendidos y destituidos de la forma que disponga la ley. Pueden establecerse en virtud de la ley normas adicionales sobre los procedimientos a seguir.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. Historische ontwikkeling
  5. Debat
  6. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

De wet regelt hoe de commissarissen van de Koning van de provincies en de burgemeesters van de gemeenten benoemd worden.

Formele toelichting

In artikel 131 is sinds 2018 vastgelegd dat de commissaris van de Koning en de burgemeester worden aangesteld, geschorst en ontslagen op een bij de wet te bepalen wijze. Krachtens de wet kunnen nadere regels worden gesteld over de daarbij te volgen procedures.

In eenvoudig Nederlands

De wet bepaalt hoe de burgemeester en de Commissaris van de Koning van de provincie worden benoemd.

Tot 2018 vond de benoeming door de koning plaats. Dat wil zeggen dat de regering besliste wie burgemeester of Commissaris van de Koning werd. Vrijwel altijd volgde de regering het advies van de gemeenteraad en de provinciale staten. Met de Grondwetswijziging in 2018 wordt het mogelijk dat de burgemeester en de Commissaris van de Koning worden gekozen. Maar dat moet dan wel in een wet worden geregeld.

Historische ontwikkeling

Vanaf 1814 (de commissaris) en 1851 (de burgemeester) tot 2018 schreef de Grondwet voor dat de commissaris van de koning en de burgemeester bij koninklijk besluit werden benoemd. Al in 1879 stelde het liberale Tweede Kamerlid Van Kerkwijk voor om de gemeenteraad bij de benoeming van de burgemeester een aanbeveling te laten doen. [bron nog toevoegen]

Na de algehele grondwetsherziening van 1983 zijn drie pogingen ondernomen om die aanstellingswijze uit de Grondwet te halen, ook bekend als deconstitutionalisering.

De eerste poging was een wetsvoorstel van het kabinet-Kok I om artikel 131 te doen vervallen. Dat voorstel werd op 18 december 2000 ingetrokken door minister-president Kok en minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De Vries. Op dat moment was het voorstel in behandeling bij de Eerste Kamer.

De tweede poging betrof een wetsvoorstel van het kabinet-Balkenende II. Het kiesstelsel moest gewijzigd en burgemeesters zouden rechtstreeks verkiesbaar worden. In 2006 zouden alle burgemeesters ontslagen worden (dit werd de 'big bang' genoemd) en konden gemeentebewoners zelf een burgemeester kiezen. Op 22 maart 2005 werd het voorstel in tweede lezing verworpen in de Eerste Kamer. Een dag later trad minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties Thom de Graaf (D66) af. De kwestie staat bekend als de ‘Nacht van Van Thijn’.

De derde poging slaagde. Een initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Gerard Schouw (D66), in tweede lezing verdedigd door Rob Jetten (D66), werd op 23 januari 2018 door de Tweede Kamer en op 20 november 2018 door de Eerste Kamer aanvaard. Sindsdien bepaalt artikel 131 dat de commissaris en burgemeester worden aangesteld, geschorst en ontslagen ‘op een bij de wet te bepalen wijze’. De aanstellingswijze is daarmee een zaak van de gewone wetgever geworden. Feitelijk geldt nog steeds de kroonbenoeming, zoals uitgewerkt in de Gemeentewet en de Provinciewet.

Debat

De gekozen burgemeester

De deconstitutionalisering kende een formele en een materiële kant. Formeel ging het om de vraag of de aanstellingswijze in de Grondwet thuishoort. Materieel om de vraag of de burgemeester gekozen zou moeten worden. Voorstanders van een gekozen burgemeester menen dat verkiezing de democratische legitimiteit en de invloed van de kiezer vergroot. Tegenstanders vrezen aantasting van de onafhankelijke, boven de partijen staande positie van de burgemeester. Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters ziet geen noodzaak tot verandering.

Bij de behandeling in de Eerste Kamer werd in 2018 de motie-Rombouts aangenomen, die vroeg te waarborgen dat de raad aan het hoofd van de gemeente blijft en de burgemeester onafhankelijk. In 2023 nam de Tweede Kamer de motie-Ephraim aan om alle varianten (een rechtstreeks gekozen of een door de raad gekozen burgemeester) uit te werken. De opeenvolgende kabinetten hielden echter vast aan de benoemde burgemeester. Het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof (2024) sloot een gekozen burgemeester uit, en ook het kabinet-Jetten (2026) kent geen voornemen tot verandering.
 

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd