Artikel 40: Uitkering leden koninklijk huis; belastingvrijdom
- De Koning ontvangt jaarlijks ten laste van het Rijk uitkeringen naar regels bij de wet te stellen. Deze wet bepaalt aan welke andere leden van het koninklijk huis uitkeringen ten laste van het Rijk worden toegekend en regelt deze uitkeringen.
- De door hen ontvangen uitkeringen ten laste van het Rijk, alsmede de vermogensbestanddelen welke dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie, zijn vrij van persoonlijke belastingen. Voorts is hetgeen de Koning of zijn vermoedelijke opvolger krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het koninklijk huis vrij van de rechten van successie, overgang en schenking. Verdere vrijdom van belasting kan bij de wet worden verleend.
- De kamers der Staten-Generaal kunnen voorstellen van in de vorige leden bedoelde wetten alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
In een wet staat
- hoe hoog de uitkering is die de koning ontvangt
- welke andere leden van het koninklijk huis een uitkering krijgen
- en hoe hoog die uitkering is.
Over deze uitkeringen hoeven zij geen belastingen te betalen. Ook op andere punten genieten de leden van het koninklijk huis belastingvoordelen. Dat is zo geregeld omdat er moeilijk een scheiding te maken is tussen de privé-uitgaven en uitgaven die worden gedaan ter uitoefening van het (toekomstig) koningschap.
Desbetreffende wetsvoorstellen moeten met twee derden meerderheid worden aangenomen.
Formele toelichting
Dit artikel bepaalt dat de Koning en de leden van het koninklijk huis een uitkering van de overheid krijgen. Hoe hoog deze uitkering is staat in de wet. De Koning en de leden van het koninklijk huis zijn vrijgesteld van het betalen van belastingen, omdat er moeilijk een scheiding te maken is tussen de privé-uitgaven en uitgaven die worden gedaan ter uitoefening van het Koningschap.
In eenvoudig Nederlands
- De Koning krijgt elk jaar een uitkering van de overheid. In de wet staat hoe hoog de uitkering van de Koning is. In deze wet staat ook welke andere leden van het koninklijk huis een uitkering van de overheid krijgen.
- De Koning en de leden van het koninklijk huis betalen geen belasting over hun uitkering. Ook betalen ze geen belasting over hun vermogen als ze dat gebruiken voor hun koninklijke werk. De Koning en zijn opvolger betalen ook geen belastingen als zij erven van een lid van het koninklijk huis. Of als een lid van het koninklijk huis hun iets geeft. In een wet kan staan dat de leden van het koninklijk huis ook geen andere belastingen betalen.
- De Eerste en Tweede Kamer kunnen de wetten uit punt 1 en 2 alleen maken als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.
Uitleg
In dit artikel staat dat de Koning en leden van het koninklijk huis een uitkering van de overheid krijgen. Hoe hoog deze uitkering is, staat in de wet. De Eerste en Tweede Kamer kunnen deze wet alleen maar maken als twee derde van het aantal stemmen of meer voor de wet is.
De Koning en de leden van het koninklijk huis betalen geen belasting over de uitkering die ze van de overheid krijgen en het geld dat ze hebben. Waarom betalen zij geen belastingen? De Koning heeft een deel van zijn uitkering en zijn vermogen nodig omdat hij Koning is. Een ander deel gebruikt hij voor privé-uitgaven. De regering vindt het moeilijk om uit te rekenen hoeveel geld de Koning uitgeeft omdat hij Koning is. En hoeveel geld hij privé uitgeeft.
Privé-uitgaven zijn soms ook uitgaven die de Koning doet omdat hij Koning is. Stel je bijvoorbeeld eens voor dat je een kopje thee drinkt bij Koningin Beatrix. Is het kopje thee dan een privé-uitgave van de Koningin? Of niet? Omdat de regering vindt dat deze vraag moeilijk te beantwoorden is, betalen de leden van het koninklijk huis geen belasting.
Achtergronden
Een en ander over de uitkeringen voor de leden van het koninklijk huis is geregeld in de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd