Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 43: Benoeming, ontslag ministers

Artikel 43

De minister-president en de overige ministers worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen.


In andere talen:

English

The Prime Minister and the other Ministers shall be appointed and dismissed by Royal Decree.

Français

Le Premier Ministre et les autres ministres sont nommés et révoqués par décret royal.

Deutsch

Der Ministerpräsident und die übrigen Minister werden durch königlichen Erlass ernannt und entlassen.

Español

El Primer Ministro y los demás Ministros son nombrados y cesados por real decreto.

Inhoud

  1. Toelichting
  2. Formele toelichting
  3. In eenvoudig Nederlands
  4. In de visie van Kortmann
  5. Achtergronden
  6. Literatuur
  7. Tijdlijn van het artikel

Toelichting

Ministers worden benoemd met een koninklijk besluit. Daar is feitelijk een kabinetsformatie aan vooraf gegaan. Tijdens een kabinetsformatie wordt een coalitie van partijen in de Tweede Kamer gevormd die bereid zijn samen te werken in een kabinet. Als daar overeenstemming over is en een regeerakkoord is gesloten, gaat een formateur, meestal de toekomstige minister-president, ministers zoeken. Maar bijna altijd dragen de partijen die in de coalitie zitten kandidaat-bewindslieden voor.

De ministers worden dan benoemd met een koninklijk besluit, dat door de minister-president is medeondertekend. Dat vloeit voort uit artikel 47. Het Koninklijk Besluit waarbij de minister-president wordt benoemd wordt door de minister-president zelf medeondertekend.

Ministers worden ook per koninklijk besluit ontslagen.

Formele toelichting

Alle koninklijke besluiten behoeven, naast de ondertekening door de Koning zelf, de mede-ondertekening van een of meer ministers of staatssecretarissen. Deze eis is ook ten aanzien van wetten gesteld (artikel 47). Het besluit waarbij de minister-president wordt benoemd wordt mede door de nieuwe minister-president ondertekend. Dit accentueert zijn positie.

In de Grondwet wordt voorts de verantwoordelijkheid van de minister-president voor het optreden van een nieuw kabinet onderstreept, doordat is bepaald dat ook de besluiten waarbij de overige ministers en de staatssecretarissen worden benoemd mede door hem worden ondertekend (artikel 48).

In eenvoudig Nederlands

De minister-president en de Koning benoemen en ontslaan de minister-president en de andere ministers.

Uitleg

Na de verkiezingen maakt een formateur een nieuw kabinet. De formateur wordt meestal de nieuwe minister-president. Samen met de fractievoorzitters in de Tweede Kamer van de politieke partijen die samen het nieuwe kabinet maken, beslist hij wie de nieuwe ministers worden.

Net als in artikel 42 staat hier dat de formateur een nieuw kabinet maakt. Er staat niet dat de formateur een nieuwe regering maakt. We maken dit onderscheid, omdat in de regering naast de ministers en staatssecretarissen ook de Koning zit. En de formateur zoekt natuurlijk geen nieuwe Koning. Daarom staat er kabinet: dit zijn alle ministers en staatssecretarissen, zónder de Koning.

Hoewel de minister-president en de ministers eigenlijk gewoon werknemers zijn, krijgen ze geen arbeidscontract. Dat zij minister-president en minister worden, staat in een koninklijk besluit. Een koninklijk besluit is een beslissing van de regering. Het is dus geen zelfstandige beslissing van de Koning.

De Koning zet zijn handtekening onder het koninklijk besluit. Ook de minister-president zet zijn handtekening: dit staat in artikel 48 van de Grondwet. De regering benoemt en ontslaat zichzelf.

Ook wanneer de minister-president en de ministers ontslag krijgen, staat dat in een koninklijk besluit.

In de visie van Kortmann

In 2008 heeft prof. dr. C.A.J.M. Kortmann een voorstel gedaan voor een "goede grondwet die inzichtelijk en bij de tijd is". Voor dit artikel deed hij de volgende suggestie:

Artikel 12.2
De minister-president en de overige ministers worden benoemd en ontslagen bij regeringsbesluit.

Artikel 15.1
Een minister biedt, behoudens ontbinding van het parlement, ontslag aan als het parlement het vertrouwen heeft opgezegd.

Achtergronden

Literatuur

Ter oriëntatie

Van der Pot, Handboek van het Nederlandse Staatsrecht, bewerkt door D.J. Elzinga en R. de Lange, Deventer 2006, 502 527 (NB.: met vele relevante literatuurverwijzingen, i.h.b. onder nt. 56 over demissionaire status, nt. 58 over formatie-opdrachten, nt. en nt. 69 over afzonderlijke formaties.)

C.A.J.M. Kortmann, Constitutioneel Recht, Deventer 1994 (tweede druk), 134 190.

wetenschappelijke

R.B. Andeweg e.a., Kabinetsformatie 1977, Leiden 1978.
R.B. Andeweg, De kabinetsformatie 1986, in: R.A. Koole (red.), Jaarboek Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen 1986, Groningen 1987.
R.B. Andeweg, Kabinetsformatie: van politieke minderheden naar regeringsbeleid, in: J.Th.J. van den Berg e.a.(red.), Inleiding Staatkunde, Deventer 1995, 203 216.
R.B. Andeweg (red.), Ministers en ministerraad, Den Haag 1990.
Rudy B. Andeweg en Lieven Dewinter, Puzzles of Government Formation: Coalition Theory and Deviant Cases, Oxford (te verschijnen in 2010).
C.C. van Baalen, Een rituele dans in de Tweede Kamer? Klagen over kabinetsformaties 1946 2002 (Oratie RU), Den Haag 2003.
J.Th.J. van den Berg, De kabinetsformatie 1977 en het gebruik van het begrip 'meerderheid', in: Acta Politica, XIII (1978), 505 530.
J.Th.J. van den Berg, Democratische hervormingen, politieke machtsverhoudingen en coalitievorming in Nederland, in: Acta Politica, XXI (1986), 265 290.
J.Th.J. van den Berg, Stelregels en spelregels in de Nederlandse politiek (oratie UL), Alphen aan den Rijn 1990.
J.Th.J. van den Berg, De regering, in: R.B. Andeweg e.a. (red.), Politiek in Nederland, Alphen aan den Rijn 1993 (vierde druk), 209 234.
J.Th.J. van den Berg e.a., Coalitievorming in Nederland, in S&D, 51 (1994), 178 - 196.
J.Th.J. van den Berg, Een hete zomer op het Binnenhof. De formatie van het kabinet-Kok in zeven paradoxen, in: S&D, (51) 1994, 455 463.
J.Th.J. van den Berg, Het merkwaardige karakter van Nederlandse kabinetsformaties, in: S&D, 60 (2003), nr. 7/8, 69 75.
J.Th.J. van den Berg, 'De aanspraak der Natie'. Het koninklijk recht van Kamerontbinding en de rol van de kiezer (oratie UM), Maastricht 2004.
J.Th.J. van den Berg, Kabinet op zwakke pootjes, in: S&D, 64 (2007), nr. 4, 10 15.
Bijzondere commissie vraagpunten, Eindrapportage, Kamerstukken II, 1993 1994, 21 427, nr. 101, 2 en 19.
P.P.T. Bovend'Eert, Regeerakkoorden en Regeringsprograms, Den Haag 1988.
P.P.T. Bovend'Eert en H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse Parlement, Deventer (tiende druk), 2004.
Bert van den Braak, Kabinetsformaties: vaste patronen, wisselende beelden, Liberaal Réveil, 2007, nr. 1, 11- 16.
M.C. Burkens, De kabinetsformatie 1977, deel I: de eerste honderdvierenzestig dagen, NJB, 1977, 1017 1028.
M.C. Burkens, De kabinetsformatie 1977, deel II: de vorming van een CDA/VVD-kabinet, NJB, 1978, 28 35.
Bijzondere Commissie Onderzoek en Werkwijze Tweede Kamer, Rapport onderzoek van de organisatie en de werkwijze Tweede Kamer, Kamerstukken II, 1985 1986, 19 336, nr. 1 en 2, 6 7.
H. Daudt, De ontwikkeling van de politieke machtsverhoudingen in Nederland sedert 1945, in: H. Daudt, Echte politicologie. Opstellen over politicologie, democratie en de Nederlandse politiek, Amsterdam 1995, 395 414.
K.L.L.M. Dittrich, J. Cohen en V. Rutgers, Het einde van een tijdperk: verslag van de kabinetsformaties 1981 en 1982, Maastricht 1983.
A.H.M. Dölle, Over ongeschreven staatsrecht, Deventer 1988, i.h.b. 253 295.
W. Drees, De vorming van het regeringsbeleid, Assen 1965.
F.J.F.M. Duynstee, De kabinetsformaties 1946 1965, Deventer 1966.
F.J.F.M. Duynstee, Politieke overeenkomsten preadvies, in: Beleidsakkoorden Konferentie 12 februari 1977 van de Vakgroep staats- en administratiefrecht van de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Utrecht, Utrecht, 9 202.
F.J.F.M. Duynstee en J. Bosmans, Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945, deel 1. Het kabinet-Schermerhorn 1945 1946, Assen/Amsterdam 1977, 61 98.
M. de Gaay Fortman, Houdgreep van de meerderheid?: juridische aspecten van de regeerakkoorden van de kabinetten Lubbers I en II, z.p., 1988.
L.J. Giebels, Proeve van een poldermodel, in: S&D, 64 (2007), 16 21.
R. Hessing en R. Hillebrand, De kabinetsformatie, Leiden 1989.
R.J. Hoekstra, Ministerraad en vorming van het regeringsbeleid, Zwolle 1988, 42 58 en 140 - 151.
De Kabinetsformatie, in: Werkboek Staatkunde, Leiden/Alphen aan den Rijn, 1979, 207 233.
A.K. Koekkoek, Partijleiders en kabinetsformaties. Een rechtsvergelijkende studie over de rol van partijleiders bij de kabinetsformaties in Engeland, West-Duitsland, België en Nederland, Deventer 1978.
F. Korthals Altes, De kabinetsformatie, in: Liberaal Réveil, 2007, nr. 1, 16 19.
W. de Kwaadsteniet, Het recht van Kamerontbinding, Deventer 1968.
G.J. Lammers, De Kroon en de kabinetsformatie, IJmuiden 1952.
G.J. Leenknegt, Een vruchtbare samenwerking met de volksvertegenwoordiging de Kabinetsformatie naar Nederlands staatsrecht, in: Ars Aequi, 2002, 798 805.
F. Leijnse, Naar een definitieve uitschakeling van de linkse kerk? Over de formatie van 2003 en die van na 22 november 2006, in: F. Becker e.a. (red.), Vier jaar Balkenende, Jaarboek WBS 2006, Amsterdam 2006, 78 100.
Jasper Loots, Het regeerakkoord Van beleidszekerheid naar bestaanszekerheid, in: Liberaal Réveil, 2007, nr. 1, 3 10.
P.F. Maas, Kabinetsformaties 1959 1973, Den Haag 1982.
W.J.M. van Mechelen, J.C.M. Snel en A.I.F.M. van de Ven, Kabinetsformatie: inventarisatie van de voorstellen die (mede) gericht zijn op versnelling en verbetering; 1964 1984: reacties op het rapport van de Staatscommissie relatie kiezers beleidsvorming: literatuurrapport, Den Haag, 1986.
P.J. Oud, Constitutioneel recht I, 1947, 265 271.
L. Prakke, Betekenis en werkingsduur van een formatieopdracht, NJB 1972, 140 vv.
L. Prakke, De positie van een demissionair kabinet in Nederland, Zwolle 1977.
J.A. Prins, Tot het vormen van een kabinet, dat_: een vergelijkende studie tussen de aan het Staatshoofd uitgebrachte adviezen en de verstrekte (in-)formatie-opdrachten over de perioden 1946 1989, Wateringen 1994.
G.J. Schutte, Formeren op z'n Nederlands, in: Bestuurswetenschappen, nr.2. 2007, 67- 76.
Staatscommissie relaties kiezers beleidsvorming (Staatscommissie - Biesheuvel), Rapport over kabinetsformatie, 1984.
J.J. Vis, De kabinetsformatie van 1973: de slag om het Catshuis, Utrecht 1973.
J.J. Vis, De ontbinding van het parlement, Groningen 1987.
J.J. Vis (red.), Verdelen en heersen. Opmerkingen over de kabinetsformatie in Nederland, Groningen 1995.
J.J. Vis, Kabinetsformatie en openbaarheid, in: J.Th.J. van den Berg e.a. (red.), Tussen Nieuwspoort en Binnenhof, 70 81.
J.J. Vis, Ministeriële verantwoordelijkheid en kabinetsformatie, in: D.J. Elzinga (red.), Ministeriële verantwoordelijkheid in Nederland, Zwolle, 1994, 177 185.
J.J. Vis, Nieuwe trends in de kabinetsformatie, in: J.L. de Reede en J.H. Reestman (red.), Op het snijvlak van recht en politiek, Deventer 2003, 291 303.
A. Visser, Alleen bij uiterste noodzaak? De rooms rode samenwerking en het einde van de brede basis 1948 1958, Amsterdam 1986.
R.K. Visser, In dienst van het algemeen belang Ministeriële verantwoordelijkheid en parlementair vertrouwen, Amsterdam 2008, 245 258.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd