Artikel 15: Vrijheidsontneming
- Buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald mag niemand zijn vrijheid worden ontnomen.
- Hij aan wie anders dan op rechterlijk bevel zijn vrijheid is ontnomen, kan aan de rechter zijn invrijheidstelling verzoeken. Hij wordt in dat geval door de rechter gehoord binnen een bij de wet te bepalen termijn. De rechter gelast de onmiddellijke invrijheidstelling, indien hij de vrijheidsontneming onrechtmatig oordeelt.
- De berechting van hem aan wie met het oog daarop zijn vrijheid is ontnomen, vindt binnen een redelijke termijn plaats.
- Hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, kan worden beperkt in de uitoefening van grondrechten voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdraagt.
In andere talen:
Inhoud
Toelichting
Artikel 15 regelt de vrijheidsontneming. Niemand mag gevangen worden gezet behalve in die gevallen die in de wet zijn genoemd.
Wie niet in opdracht van de rechter gevangen is gezet kan aan de rechter vragen vrij te worden gelaten. De rechter moet de verzoeker binnen een in de wet geregelde termijn horen. De rechter zal de verzoeker onmiddellijk vrijlaten als hij vindt dat de verzoeker onrechtmatig is opgesloten, bijvoorbeeld in geval van een onevenredig lang voorarrest.
Grondrechten gelden in principe ook voor gevangenen, bijvoorbeeld het briefgeheim. Toch kunnen deze grondrechten beperkt worden als dat nodig is. Zo kan besloten worden dat de directeur van de gevangenis post van gevangenen leest.
Formele toelichting
In het eerste lid van artikel 15 is vastgelegd dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen behalve in gevallen bij of krachtens de wet bepaald.
Voor vrijheidsontneming anders dan op rechterlijk bevel garandeert het tweede lid de mogelijkheid de rechter te vragen in vrijheid gesteld te worden. Dit recht krijgt in de tweede volzin van het tweede lid nog deze bijzondere waarborg, dat de rechter de verzoeker binnen een bij de wet te bepalen termijn moet horen. Het derde lid schept een waarborg tegen onevenredig lang voorarrest voorafgaand aan of tijdens de berechting.
Zij aan wie door de gevangenhouding of anderszins hun vrijheid is ontnomen, zien zich daardoor beknot in het verrichten van een aantal handelingen, welke door grondrechten worden beschermd. Maar grondrechten gelden in principe ook voor hen aan wie de vrijheid is ontnomen.
Daarom is, naast de speciale beperkingsbevoegdheden in de artikelen over afzonderlijke grondrechten, een extra beperkingsbevoegdheid opgenomen ten aanzien van hen aan wie op rechtmatige wijze hun vrijheid is ontnomen, doch alleen voor zover de uitoefening van grondrechten zich niet verdraagt met de vrijheidsontneming.
In eenvoudig Nederlands
- De overheid mag burgers alleen opsluiten als dit mag volgens de wet. In de wet kan ook staan dat iemand anders hierover regels mag maken.
- Iedere burger mag de rechter vragen om hem vrij te laten. De rechter moet altijd luisteren naar de burger. Als de rechter vindt dat de burger gelijk heeft, zal hij de burger direct vrijlaten.
- Als de overheid iemand gevangen heeft genomen, moet er een rechtszaak komen. De rechtszaak moet zo snel mogelijk beginnen.
- De overheid kan -als dat nodig is- beslissen dat gevangenen sommige grondrechten niet kunnen gebruiken.
Uitleg
Iedere inwoner van Nederland is vrij. Dit betekent dat de politie je niet zomaar mag opsluiten. De politie mag je alleen gevangen nemen als dat in de wet staat.
Als de politie je heeft opgesloten, mag je altijd aan de rechter vragen je vrij te laten. Als je dit aan de rechter wilt vragen, moet hij zo snel mogelijk naar je luisteren. En als de rechter vindt dat de politie je niet mocht opsluiten, zal hij je onmiddellijk vrijlaten.
Als de overheid je gevangen neemt en wil berechten, moet je rechtszaak zo snel mogelijk beginnen. In de Grondwet en in andere wetten staat niet hoe snel, omdat je dat niet van tevoren kunt weten. De rechter beslist hoe snel dit moet gebeuren.
Als je gevangen zit, kan de overheid je bepaalde grondrechten afnemen. Als dat echt nodig is, mag de directeur van de gevangenis bijvoorbeeld beslissen je brieven te lezen of je telefoon af te luisteren.
Literatuur
Wetenschappelijk
- Grondrechten en rechtsbescherming in Nederland, P.W.C. Akkermans, C.J. Bax, L.F.M. Verhey, 3e druk, Bescherming tegen willekeurige vrijheidsontneming, blz. 108 t/m 112.
- De Grondwet onder redactie van P.W.C. Akkermans en A.K. Koekkoek, Artikel 15, blz. 304 t/m 315.
- Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Van der Pot (bewerkt door D.J. Elzinga, R. de Lange), 15e druk, Het recht op persoonlijke vrijheid, blz 387 t/m 428.
Praktijkvragen
Via de Rijksoverheid komen veel vragen over werken bij de overheid binnen, zoals:
Hebt u een andere vraag? Bel 1400 (U betaalt alleen de gebruikelijke belkosten).
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd