Artikel 180: Leden rechterlijke macht
De leden van de rechterlijke macht worden door de Koning aangesteld.
De leden van de rechterlijke macht, met rechtspraak belast, en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden voor hun leven aangesteld.
De wet kan bepalen, dat hun met het bereiken van een bepaalde leeftijd ontslag wordt verleend.
Zij kunnen worden afgezet of ontslagen door uitspraak van de Hoge Raad in de gevallen bij de wet aangewezen.
Op eigen verzoek kunnen zij door de Koning worden ontslagen.
Indien een college belast wordt met administratieve rechtspraak in het hoogste ressort voor het Rijk, zijn het eerste, tweede, derde en vierde zinsnede van dit artikel op de leden daarvan toepasselijk.
Zij kunnen worden afgezet of ontslagen op de wijze en in de gevallen, bij de wet aangewezen.
Dit artikel is niet toepasselijk op hen die uitsluitend belast zijn met rechtspraak over personen, behorende tot de krijgsmacht of met de beslissing van disciplinaire zaken.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd