Artikel 97: Eed van toelating; Eed van zuivering
Bij het aanvaarden hunner betrekking leggen zij de volgende eed of belofte af :
"Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Grondwet."
"Zo waarlijk helpe mij God almachtig!" ("Dat beloof ik!")
Alvorens tot dien eed of die belofte te worden toegelaten, leggen zij de volgende eed (verklaring en belofte) van zuivering af:
"Ik zweer (verklaar), dat ik, om tot lid der Staten-Generaal te worden benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geen persoon, onder wat naam of voorwendsel ook, enige giften of gaven beloofd of gegeven heb. Ik zweer (beloof), dat ik om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk."
"Zo waarlijk helpe mij God almachtig!" ("Dat verklaar en beloof ik!")
Deze eden (beloften en verklaring) worden afgelegd in handen van de Koning, of in de vergadering der Tweede Kamer, in handen van de voorzitter, daartoe door de Koning gemachtigd.
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd