Artikel 44: Eed regent
Bij het aanvaarden van het Regentschap legt de Regent in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal in handen van de Voorzitter de volgende eed of belofte af:
"Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning; ik zweer (beloof), dat ik in de waarneming van het koninklijk gezag, zo lang de Koning minderjarig is (zo lang de Koning buiten staat blijft de regering waar te nemen), de Grondwet van het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven."
"Ik zweer (beloof), dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied van de Staat met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemene en bijzondere vrijheid, en de rechten van alle des Konings onderdanen, en van elk hunner zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de algemene en bijzondere welvaart alle middelen aanwenden, welke de wetten ter mijner beschikking stellen, gelijk een goed en getrouw Regent schuldig is te doen."
"Zo waarlijk helpe mij God almachtig!" ("Dat beloof ik!")
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd