Artikel 89: Schadeloosstelling; Pensioen
De leden ontvangen eene schadeloosstelling van f 3000 's jaars benevens, volgens regels door de wet te stellen, vergoeding voor reiskosten.
De in het vorige lid bedoelde schadeloosstelling wordt niet genoten door de leden, die het ambt van minister bekleeden, noch ook door hen, die gedurende eene geheele zitting afwezig bleven.
Aftredende leden ontvangen een pensioen van f 100 's jaars voor elk jaar, gedurende hetwelk zij, zoo voor als na de totstandkoming dezer bepalingen, lid der Kamer waren, tot een maximum van f 2000. Het pensioen vervalt met den dag, waarop het afgetreden lid na herkiezing weder in het genot van de in het eerste lid bedoelde schadeloosstelling treedt.
Tijdlijn van het artikel
Tekstwijziging
Herpublicatie (ongewijzigd)
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd