Artikel 51: Beëdigingsceremonie; Eed
In deze vergadering wordt door den Koning de volgende eed of belofte op de Grondwet afgelegd:
"Ik zweer (beloof) aan het Nederlandsche volk dat Ik de Grondwet steeds zal onderhouden en handhaven."
"Ik zweer (beloof), dat Ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks, met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat Ik de algemeene en bijzondere vrijheid en de regten van alle mijne onderdanen zal beschermen, en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart alle middelen zal aanwenden, welke de wetten te mijner beschikking stellen, zooals een goed Koning schuldig is te doen."
Zoo waarlijk helpe mij God almagtig! (Dat beloof Ik!)"
Tijdlijn van het artikel
Tekstwijziging
Herpublicatie (ongewijzigd)
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd