Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 84: Eed van toelating; Eed van zuivering

Artikel 84

Bij het aanvaarden hunner waardigheid, doen zij ieder op de wijze zijner godsdienstige gezindheid, den navolgenden eed:

"Ik zweer (belove) dat ik de Grondwet der Nederlanden zal onderhouden en handhaven; dat ik bij geene gelegenheid en onder geen voorwendsel hoe ook genaamd, daarvan zal afwijken, of toestemmen dat daarvan afgeweken worde; dat ik voorts de onafhankelijkheid van den Staat, de algemeene en bijzondere vrijheid der ingezetenen bewaren en beschermen en het algemeen belang met al mijn vermogen bevorderen zal, zonder mij daarvan door eenige provinciale of andere bijzondere belangen te laten aftrekken.

Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"

Zij zullen, alvorens tot dien eed te worden toegelaten, doen den volgenden eed van zuivering:

"Ik zweer (verklare) dat ik, om tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal te worden benoemd, directelijk of indirectelijk aan geene personen, hetzij in of buiten het bestuur, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb, nochte beloven of geven zal.

Ik zweer (belove) dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken aannemen zal, directelijk of indirectelijk.

Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"

Deze eeden worden afgelegd in handen van den Koning, of te wel in de vergadering der Tweede Kamer, in handen van den President daartoe door den Koning gemagtigd.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd