Artikel 53: Beëdigingsceremonie; Eed
In deze openbare vergadering wordt aan den Koning de geheele Grondwet voorgelezen, en daarna door Denzelven de volgende eed afgelegd:
"Ik zweer aan het Nederlandsche Volk, dat ik de Grondwet des Rijks, steeds zal onderhouden en handhaven, en dat ik daarvan bij geene gelegenheid en onder geen voorwendsel hoegenaamd, zal afwijken of gedoogen dat daarvan afgeweken worde.
Ik zweer wijders, dat ik de onafhankelijkheid van het Rijk en de geheele uitgestrektheid van deszelfs grondgebied met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid en de regten van alle mijne onderdanen en van ieder derzelven zal beschermen en beveiligen, en tot instandhouding en bevordering van de algemeene en bijzondere welvaart, alle middelen zal aanwenden,welke de wetten ter mijner beschikking stellen, zoo als een goed Koning schuldig is en behoort te doen.
Zoo waarlijk helpe mij God almagtig!"
Tijdlijn van het artikel
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd