Artikel 164: Onteigening
Ieder ingezeten wordt gehandhaafd bij het vreedzaam bezit en genot zijner eigendommen. Niemand kan van eenig gedeelte derzelven worden ontzet, dan ten algemeenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet te bepalen, en tegen behoorlijke schadeloosstelling.
Tijdlijn van het artikel
Tekstwijziging
Herpublicatie (ongewijzigd)
Wat veranderde er ?
gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd