Overslaan en naar de inhoud gaan


Artikel 82: Eed van Aanvaarding, Eed van Zuivering

Artikel 82

De leden der provinciale of landschappelijke vergaderingen leggen bij het aanvaarden hunner functiën, elk op de wijze zijner godsdienstige gezindheid, den volgenden eed af:

"Ik zweer, (belove) dat ik eerst en bovenal de grondwet der Vereenigde Nederlanden zal onderhouden, en dat ik wijders de reglementen, voor deze Provincie of Landschap gemaakt of nog te maken, zal achtervolgen en nakomen, en voorts de welvaart van deze Provincie of Landschap, met alle mijne krachten bevorderen.

Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig!"

Zij worden tot dien eed toegelaten na alvorens te hebben afgelegd den volgenden Eed van Zuivering:

"Ik zweer, (verklare) dat ik, om tot lid van de Staten dezer Provincie of Landschap te worden benoemd, directelijk of indirectelijk, aan geene personen, het zij in of buiten het bestuur, onder wat naam of voorwendsel ook, eenige giften of gaven heb beloofd of gegeven, nochte beloven of geven zal."

"Ik zweer, (belove) dat ik mij exactelijk zal gedragen naar den inhoud van bet plakkaat bij de Staten Generaal op den 10 December 1715 tegen het geven en nemen van verboden giften, gaven en geschenken gearresteerd :
Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig! "

Deze eeden worden afgelegd in handen van den Commissaris van den Souvereinen Vorst.

Tijdlijn van het artikel

Tekstwijziging Herpublicatie (ongewijzigd)

Wat veranderde er ?

gemarkeerd = toegevoegd · doorgestreept = verwijderd